Agenda: Historisch Café: Nederland 0-1100 en Peter de Grotes natuurkundige interesse
In het Historisch Café van 10 februari: Marco Mostert over Nederland in de Oudheid en de Middeleeuwen en Jozien Driessen-Van het Reve over de Russische interesse voor Nederlandse natuurkundige verzamelingen ten tijde van tsjaar Peter de Grote.
'Nederland bestond nog niet' zijn de eerste woorden van In de marge van de beschaving. De geschiedenis van Nederland, 0-1100 van Marco Mostert. In dit verse deel uit de reeks De geschiedenis van Nederland, waarin eerder al De last van veel geluk. De geschiedenis van Nederland, 1555-1702 van A. Th. van Deursen verscheen, beschijft Mostert de geschiedenis van Nederland voordat het bestond: van Julius Caesar tot ongeveer het jaar 1100. Gedurende deze periode was er geen politieke eenheid, geen nationale Nederlandse staat en de bewoners van deze streken konden hun identiteit daar dus ook niet aan ontlenen.
Begin jaren negentig, bij de voorbereiding van de Peter de Grote-expositie in het Amsterdams Historisch Museum, stuitten Jozien Driessen-Van het Reve en haar collega Annemarie de Wildt in Petersburg op een 18e-eeuwse briefwisseling tussen de Amsterdamse apotheker Albert Seba, Robert Areskine (de lijfarts van Peter de Grote) en Johann Daniel Schumacher (bibliothecaris van de tsaar). Deze ontdekking had belangrijke gevolgen voor de beeldvorming over de verhouding tussen Rusland en de Republiek. Uit de brieven werd duidelijk dat de Tsaar grote interesse had in Hollandse natuurkundige verzamelingen, maar waarom eigenlijk?
Athenaeum Boekhandel verzorgt de boekverkoop bij het Historisch Café. Voor meer informatie, zie historischcafe.nl.




