Vandaag in de Nacht
Het boek der filmopenbaringen
door Helen WesterikRomans over boeken, films die met elkaar in dialoog gaan, kunst die andere kunst becommentarieert: het zijn genres op zichzelf. In Screen Ephiphanies laat Geoffrey McNab filmmakers aan het woord over de films die hen de kunstvorm 'openbaarden', die hen tot filmmakers maakten. We keken mee en verzamelden rond de recensie van Helen Westerik filmfragmenten.
Het is het moment waarop alles duidelijk wordt, de openbaring. Ineens is het logisch waarom de lucht blauw is, een boomerang terugkomt of God, naar keuze, al of niet bestaat. Vaak zijn alledaagse gebeurtenissen aanleiding voor zo’n epifanie, soms is het een film. Het boek Screen Epiphanies van filmcriticus Geoffrey Macnab belicht dit soort momenten bij 32 beroemde filmmakers. Wordt de zoon van een arbeider of caféhouder een beroemd regisseur door op jonge leeftijd naar films te kijken? Macnab sprak met een keur aan internationale regisseurs om het antwoord op die vraag te krijgen.
Is er wel één film aan te wijzen die zo’n invloed heeft dat Martin Scorsese en Stephen Frears besluit zelf films te maken? Opvallend is dat geen van de geïnterviewden op vijfjarige leeftijd na het zien van Assepoester het gevoel had regisseur te moeten worden. Wel is bij iedereen een vroege fascinatie voor film en narratieve manipulatie te ontdekken. Met name het manipuleren, wat menig regisseur op jonge leeftijd al ontdekte, was zo’n krachtige ervaring, dat men hier kan spreken van de enige door alle 32 gedeelde epifanie.
De eerste regisseur die Macnab sprak, was Anthony Minghella, net voor diens dood. Hij is bekend geworden met films als The English Patient en Cold Mountain, films met grote emoties en grote thema’s, en het is dan ook niet verwonderlijk dat zijn epifanie met een grote emotionele indruk gepaard ging. Der Blaue Engel van Josef von Sternberg verpletterde de jonge Minghella. Hij groeide op naast een filmtheater, dus je zou verwachten dat hij zijn filmervaringen buitenshuis had. Der Blaue Engel zag hij thuis, maar zijn wereld veranderde. Al was hij te jong om de complexiteit van liefde echt te begrijpen, hij begreep wel min of meer de aantrekkingskracht van Marlene Diettrich en was onthutst door de ontdekking dat volwassenen elkaar willens en wetens pijn doen. De film heeft hem weliswaar niet direct aangezet tot de aanschaf van een camera, maar wel was hij ineens een stukje groter geworden door de blik in de wondere wereld van volwassenen.
Danny Boyle, regisseur van Trainspotting en recentelijk het Oscar-winnende Slumdog Millionaire, koos voor Apocalypse Now van Francis Ford Coppola. Hoewel hij na het zien van A Clockwork Orange (Stanley Kubrick) dacht filmregisseur te willen worden, nam hij die gedachte zelf nog niet helemaal serieus. Films maken beschouwde hij net als machinist worden als een weinig praktische jongensdroom. Tijdens zijn studie Engels en theater zag hij de Europese meesterwerken van Truffaut, Pasolini en anderen, maar vond ze pretentieus en saai. Anders lag dat bij Coppola’s film. Nog steeds vindt hij hem de beste regisseur, beter nog dan Scorsese en Nic Roeg, maar hij vindt ook dat de gekte van Coppola tijdens het uitzinnige wordingsproces (Martin Sheen kreeg een hartaanval, na vele emotionele uitbarstingen van dronkenschap, waarbij hij met zijn blote handen een spiegel aan gort sloeg; Coppola viel naar verluid zo’n 50 kilo af) naadloos aansluit bij de gekte van de oorlog in Vietnam en Cambodja die in de film geportretteerd wordt. Maker, film en proces zijn één overrompelende eenheid, waar Boyle zich niet van los kon schudden. Naar eigen zeggen is Boyle jarenlang achtervolgd door Apocalypse Now en zit er in veel van zijn eigen films een soort Kurtz, de dolende gevaarlijk gekke officier.
Over het maakproces van Apocalypse Now is de documentaire Hearts of Darkness: A Filmmaker’s Apocalypse (Fax Bahr, George Hickenlooper, 1991) gemaakt. Voor Thomas Vinterberg (regisseur van Festen, de film waarin een familiediner uitmondt in een afrekening met de vaderlijke hypocrisie) is die documentaire bepalend. Het heeft hem laten zien hoe de enorme stress van het filmmaken, en van de organisatie daaromheen waarin zo veel mis kan gaan, universeel is. Het maakt niet uit of je met een dogme- of met een Hollywoodbudget werkt, de magie en de stress werken verslavend. Ook leerde hij van de documentaire dat filmmaken een solitair en isolerend process is, waarin het perspectief op de echte wereld snel verdwijnt. Alles voor de kunst, lijkt het motto van de documentaire te zijn, en Vinterberg ziet dat als een pleidooi tegen de middelmatigheid. Daar kan je het alleen maar mee eens zijn.
De oudste nog levende filmmaker is onlangs (op 11 december) 101 geworden. Manoel de Oliveira is weliswaar zo’n tien jaar jonger dan de eerste film, maar is toch opgegroeid met het werk van filmpioniers als Georges Melies en Max Linder, die hij leerde kennen toen hij een jaar of zes, zeven was. Daarna kwamen de films van Charlie Chaplin, die hij thuis na probeerde te spelen. In 1927 maakte Walter Ruttmann Berlin. Die Sinfonie der Grossstadt. Die liet de jonge Oliveira kennismaken met een montagetheorie die niet zo ver van hem afstond als de experimentele vorm van Vertov en Eisenstein, maar door een chronologische volgorde voor hem duidelijker was. Het inspireerde hem zo dat hij met de camera die hij van zijn vader kreeg zijn eigen ode aan een stad maakte, aan Oporto, de havenstad waarin hij opgroeide. Na zijn eerste film in 1931, Douro, Faina Fluvial, volgden nog zo’n vijftig films, waarvan hij een groot deel maakte toen hij de tachtig al gepasseerd was. Inmiddels zelf een levende legende met veel invloed op jongere generaties, neemt hij in alle bescheidenheid zijn hoed af voor Ruttmann.
Bijna alle geïnterviewde filmmakers noemen klassiekers als invloed. Ingmar Bergman, Federico Fellini, Roberto Rosselini, de grote namen komen allemaal voorbij. Daarom is het zo opvallend dat de waarschijnlijk meest bekende en bekeken regisseur een balletfilm noemt. Martin Scorsese is als tienjarig jochie door zijn vader meegenomen naar The Red Shoes, een film over een ballerina die stevig onder de duim gehouden wordt door de directeur van het dansgezelschap. Als ze wordt gedwongen om te kiezen tussen haar man en haar ballet, wordt het haar te veel en pleegt ze zelfmoord. Scorsese heeft deze film heel vaak gezien en kan nog steeds niet wegzappen als het om 3 uur 's nachts op tv is. Vaak is Scorsese vergeleken met Lermontov, de tyrannieke balletdirecteur en hij ontkent de gelijkenissen niet: het mysterie van de kunst, de passie om te scheppen en de donkere kanten die daarbij horen herkent hij allemaal. En ook filmisch is The Red Shoes een openbaring geweest: de cameravoering, het licht, de beweging binnen het kader, het heeft hem leren kijken.
Lezen over inspiratie is inspirerend. Macnab gunt ons een kijkje in de keuken van heel verschillende regisseurs, die weliswaar niet allemaal even open zijn, maar wel allemaal hun liefde voor film tentoonspreiden. Én hun vakmanschap. Filmmakers zijn wellicht altijd, ook nog voor ze filmmaker werden, gevoeliger geweest voor de werkingen van licht, beeld, geluid, montage, waardoor zij het meesterschap van de grote regisseurs erkennen. En hoewel er misschien hier en daar gesmokkeld is (zou er echt niet iemand na het zien van Assepoester filmmaker willen worden?), is het enthousiasme voor de besproken films wel degelijk gemeend. Dat werkt aanstekelijk, en zet aan tot het kijken van de films van deze makers én die van hun voorbeelden.
Er zijn meer boeken waarin regisseurs geïnterviewd worden en praten over hun achtergrond, of die van hun films. Een collectie gesprekken over filmopenbaringen is echter uniek. Het past in de lijn van films over film (al sinds Singin’ in the Rain een florerend genre), romans over boeken en kunst over kunst. Maar Screen Epiphanies wordt nergens een pedante metastudie. Omdat Macnabs keuze in filmmakers zo breed is, van Lars Von Trier tot Aki Kaurismäki, van Mike Leigh tot Sally Potter, wordt het nergens pretentieus. Een mooie aanvulling op de filmliteratuur.
Helen Westerik is boekverkoper bij Athenaeum Boekhandel en filmprogrammeur.
Gerelateerde artikelen
De regisseurs en hun openbaringsfilms
De links leiden naar de bijbehorende pagina's in The International Movie Database (imdb.nl). Hieronder is een selectie opgenomen van fragmenten en trailers van de inspiratiefilms.
Kevin Macdonald, The Life and Death of Colonel Blimp
Paul Schrader, Pickpocket
Anthony Minghella, Der blaue Engel
Danny Boyle, Apocalypse Now
Gurinder Chadha, Purab Aur Pachhim
Mike Leigh, Room at the Top
Mike Hodges, The Sweet Smell of Success
Thomas Vinterberg, Hearts Of Darkness
Albert Maysles, Not a film, people
Sally Potter, Les vacances de Monsieur Hulot
Nick Park, Rebecca
Alan Parker, Little Fugitive
Manoel De Oliveira, Berlin: Die Sinfonie der Grosstadt
Don Boyd, Hamlet
David Puttnam, Pinocchio
Frank Darabont, THX1138
Lars Von Trier, Barry Lyndon
Atom Egoyan, Persona
Barbet Schroeder, Viaggio in Italia
Bertrand Tavernier, Fort Apache
Mike Newell, La Grande Illusion
Ken Loach, Horí, má panenko ('Het bal van de brandweer')
Michael Apted, Smultronstället ('Wilde aardbeien')
Jeremy Thomas, Badlands
Abbas Kiarostami, 8½
Stephen Frears, Meeting Karel Reisz
Terence Davies, Doris Day
Aki Kaurismäki, Nanook of the North
Mike Figgis, Weekend
Mira Nair, La Jetée
Stephen Woolley, Zulu
Martin Scorsese, The Red Shoes
Anthony Minghella, Der blaue Engel
Thomas Vinterberg, Hearts Of Darkness
Manoel De Oliveira, Berlin: Die Sinfonie der Grosstadt
Martin Scorsese, The Red Shoes





