Athenaeum Boekhandel
Elke nacht verdieping: voorpublicaties, interviews, beschouwingen en boeken bestellen

Vandaag in de Nacht RSS



Bookmark and Share

Het bedrijf III. Confrontatie

door Hans Vervoort

Op 8 januari verschijnt het derde en laatste deel van Het bedrijf: Confrontatie. Hans Vervoort, oud-uitgever bij de Weekbladpers groep, beschrijft minutieus het reilen en zeilen van de tijdschriftenuitgeverij. In dit deel doet hoofdpersoon Hans een stapje terug en ziet niet alleen een nieuwe, zakelijke directie opkomen, maar ook het winstgevende tijdschrift Voetbal International aanstalten maken om te vertrekken. Uit die episode mogen we een fragment vooruit laten lezen.

U kunt het boek nu al reserveren.

Het derde deel van Het bedrijf beslaat de laatste jaren (1994 – 2000) van Hans Vervoort bij de Weekblad Persgroep, het bedrijf dat Vrij Nederland, Voetbal International en uitgeverijen als Querido, De Arbeiderspers en De Bezige Bij omvat. Vervoort was uitgever van de culturele bladen van WPG (Vrij Nederland, Psychologie Magazine) en deed een stap terug, en werd bladenmaker, o.a. van J/M. Naast problemen met Vrij Nederland, en het overlijden van Joop van Tijn, wordt Vervoort (in het boek 'Hans') geconfronteerd met de door de uitgever sportbladen Kees van Nijnatten voorgestelde scheiding van de cultuur- en sportbladen. Dat zou betekenen dat goudmijn Voetbal International de verlieslijdende cultuurbladen niet meer zou ondersteunen. Hans en Rob (Sijmons, VN-redacteur en lid/voorzitter van or/cwvbestuur) gaan het standpunt van het cwv-bestuur [Centrale Werknemers Vereniging, de vorm waarin zowel het eigenaarschap (van de werknemers) als de or geregeld was - Red.] dat de splitsing onaantrekkelijk is, uitleggen aan de hoofdredactie van Voetbal International.

hoofdstuk 34
Op het vi-matje

In de trein naar Gouda waren Hans en Rob nog relaxed. Op hun aanbod aan de hoofdredactie van Voetbal International te komen uitleggen wat het cwv-bestuur bezwaarlijk vond aan de splitsing, had Cees van Cuilenborg hoffelijk gereageerd: ze waren van harte welkom.
Maar daar was weinig van te merken toen ze in Cees’ royale, op imponeren afgestemde hoofdredacteurskamer zaten. Vanuit die kamer had Cees vanaf zijn bureau zicht op de grote redactionele ruimte waarin de redacteuren van vi vlijtig aan hun stukken tikten. De dichte kant van de hoofdredactionele kamer werd ingenomen door een grote boekenkast vol naslagreeksen en folianten. Tegenover zijn bureau stond een zitje met vier stoelen klaar. Hans en Rob namen plaats, maar Cees ging na ze de hand geschud te hebben terug achter zijn bureau. En Johan Derksen stelde zich met de rug tegen de boekenkast op. Zo zaten Hans en Rob ineens op lage fauteuils en keken op naar de staande en achter een hoog bureau zittende leiders van het grootste voetbalblad van Nederland, oplage 180 000.
Om zichzelf wat op te monteren bedacht Hans dat de inhoud van Cees’ boekenkast verdacht veel leek op de etalageboeken die je als etaleur per strekkende meter kon aanschaffen en die alleen bestonden uit donkere boekenruggen van leer of perkament, met een onduidelijke titel in gouden letters.
‘Je begrijpt, wij zijn nogal ontstemd over de tegenstand die de cwv biedt aan de plannen van onze directie,’ begon Cees.
‘Daarom zijn we hier,’ zei Rob, ‘we willen graag uitleggen wat onze bezwaren zijn.’
‘Dat hebben we al kunnen lezen in de stukken die de heer Vervoort op Intranet meende te moeten zetten,’ zei Johan Derksen. ‘Ik was daar overigens niet van onder de indruk.’
Johan Derksen zag eruit als een oudere jongere van het bierdrinkersgilde. Een rond dik hoofd met middellang vettig haar, een royale snor en ongekamde baard. In dat hoofd toonde hij verrassend meelevende ogen die sterk contrasteerden met zijn vaak nogal heftige uitspraken.
Hans had hem voor het eerst eind jaren ’70 gezien. De hoofdredacteur van dat moment, Joop Niezen, was op zoek naar nieuwe medewerkers en vroeg Hans, opkomende auteur in die tijd, of hij columns voor het voetbalblad wilde schrijven. Heftig ja knikkend stond Johan Derksen achter zijn baas en toonde zich teleurgesteld toen Hans uitlegde geen columnist te zijn: hij had de neiging van een olifant een mug te maken terwijl columnisten juist andersom werken.
Derksen was profvoetballer geweest van de soort die het van ijver en hardheid moest hebben, een back met een gevreesde sliding. Nu de voetbalcarrière afgelopen was zette hij zijn slidings voort op papier. Zijn eigen wekelijkse column stond vol pertinente uitspraken, twijfel zat niet in zijn schrijverspalet.
Omdat de column geregeld te lang uitpakte viel vormgever Henk Zimmer hem in het begin wel eens lastig met de vraag of hij een paar zinnen kon schrappen. Maar Zimmer behoorde tot de dienstverleners die op de redactie weinig in te brengen hadden en na enkele boze woordenwisselingen besloot hij een vormgeversoplossing toe te passen: hij verkleinde de spatie tussen de woorden, totdat de tekst binnen de beoogde ruimte paste. Soms ging dat zover dat Derksens column één ellenlang woord werd. Als Hans in het voorbijgaan Kees van Nijnatten de nieuwe vi zag oppakken en na enkele pagina’s bladeren hoorde vloeken en vervolgens lachen, dan was het weer zover.
Protesten van de lezers kwamen er overigens niet op, en uit zijn marktonderzoektijd wist Hans dat de vi-lezers de wedstrijdverslagen en de interviews met spelers en trainers van A tot Z lazen, maar de analyses en voorbeschouwingen vaak links lieten liggen. Die maakten ze zelf beter met collega’s en vrienden in de lunchpauzes en in het café.
Zo kon Derksen ongehinderd en vrijwel ongelezen wekelijks zijn gram kwijt. Enkele jaren geleden was hij benoemd tot adjunct-hoofdredacteur en het had geleid tot een versterking van de onder Cees van Cuilenborg toch al spartaanse discipline. Medewerkers van de Weekbladpers mochten alleen door de achterdeur het pand betreden en productiebegeleider Geert Gortbuidel werd bestraffend toegesproken toen hij met een van de redactiesecretaressen een relatie begon: de vrouwen van de redactie waren taboe en trouwens, wat deed hij in de redactieruimte?
Hans kende Cees van Cuilenborg alleen als een zacht sprekende heer van het gentlemantype, met dun blond haar keurig gekamd boven een Guus Oster-hoofd. Kees liet wel eens doorschemeren dat zijn hoofdredacteur knap lastig kon worden en dan zeer boze brieven schreef, als hij ergens zijn zin niet in kreeg. En Sikke Bakker had Hans verteld dat als het ging om een adverteerdersonvriendelijke houding, Cees van Cuilenborg de ergste van alle hoofdredacteuren was, Joop en Rinus inbegrepen.
Een boze frons kreeg Sikkes gelaat als hij er aan dacht. ‘We hadden een deal rond met Wilkinson Sword scheermesjes. Ze wilden de rubriek “keeper van de week” sponsoren. Het was uit en te na besproken met Cees. En op het laatste moment zegt die wiebelkont: nee, het gaat niet door, ik wil het niet. Razend waren we. Dus vergaderen bij Kees van Nijnatten. Er was een beetje een patstelling. Om die te doorbreken kwam ik met mijn laatste troef dat er ook een omzet van vier ton mee gemoeid was. Cees reageerde heel verontwaardigd met de mededeling dat ik dit nooit tegen hem had mogen naar voren brengen. Tot mijn stomme verbazing was Kees van Nijnatten het met hem eens, want ook hij zei: “Nee Sikke, dat had je niet mogen zeggen.” Waaruit maar weer eens blijkt hoe weinig verstand van voetballen ik heb.’ Sikke gaf er een humoristische draai aan, maar zijn ergernis was groot. ‘En praat me niet over al die keren dat hij ergens zou optreden en het dan op het laatste moment liet afweten. Symposium, wil je daar iets zeggen, Cees? Natuurlijk, zet me maar op de sprekerslijst. En als puntje bij paaltje kwam moest hij ineens dringend naar Madrid of god mag weten waar. En Kees zei er nóóit wat van.’
Dat laatste stak Sikke nog het meest. Maar hij had gelijk, het was Hans ook vaak opgevallen dat Cees ergens als spreker aangekondigd werd en dan op het laatste moment werd vervangen. Meestal door freelance sportjournalist Kees Jansma, die voor alles inzetbaar was. Of Johan Derksen het zou kunnen wist niemand, zijn ongure uiterlijk voorkwam dat iemand aan hem dacht.
Tegenover deze twee machtigste mannen in voetballand zaten Rob en Hans nu en het zou ze niet in de koude kleren gaan zitten.
Automatisch had Hans zijn pakje shag voor de dag gehaald en was een sigaret aan het rollen toen Cees van Cuilenborg zei: ‘Sorry, maar in mijn kamer wordt niet gerookt.’
Zonder sigaret functioneerde Hans maar op een zacht pitje, wist hij, het zou een zwaar uur worden. Hij keek naar Johan Derksen in wiens hoofd vrijwel altijd een dikke sigaar stak. Maar die ontbrak en het leedvermaak in Derksens ogen sprak boekdelen.
‘Ik rook niet op mijn longen,’ zei hij, ‘dus ik kan het wel hebben.’
Rob Sijmons begon onverstoorbaar zijn betoog.
‘Het bureau Boer & Croon heeft een onderzoek gedaan naar de voor- en nadelen van het splitsen van het bedrijf.’
‘Ja, dat weten we allemaal,’ zei Johan Derksen. ‘Waar het ons om gaat is dat we af willen van dat stroperige gedoe van die cwv. Van geen enkel van onze plannen komt iets terecht. Als we losgemaakt zijn van die cultuurblaadjes kunnen we eindelijk onze gang gaan.’
‘Hoe komen jullie daarbij?’ vroeg Hans. ‘Ook een aparte sport-bv blijft onderdeel van Weekbladpers Groep. Elk jaar lever je je winst in bij Pieter de Jong. En daar, bij de Groep, wordt bepaald waar en hoe wordt geïnvesteerd.’
‘Nou, dat zullen we dan nog wel zien,’ zei Derksen. ‘Ik ben niet bepaald onder de indruk van de slagvaardigheid van de hoofddirectie, of hoe ze ook heten mogen.’ Niet onder de indruk zijn was zijn handelsmerk.
‘Kees en Pieter zijn trouwens vier handen op één buik,’ stelde Cees van Cuilenborg vast, ‘daar maken we ons geen zorgen over. Waar het ons om gaat is de trage besluitvorming in de cwv. Wat jullie in Amsterdam niet snappen is dat de voetbalwereld een snelle wereld is. Je ontmoet iemand bij een wedstrijd, je drinkt een biertje, er ontstaat een plan, je schrijft het op een bierviltje, je schudt elkaar de hand en klaar. Zó willen wij het kunnen doen, alert en snel zakendoen zoals dat heden ten dage moet gebeuren. Anders mis je de boot. Maar dat kan niet zolang alles goedgekeurd moet worden door die commissie-plaag die cwv heet.’
‘Zakendoen op een bierviltje? Dat is iets van de jaren dertig, Cees.’ Hans was verbijsterd over de naïveteit van de hoofdredacteur. ‘Bul Super en Hiep Hieper werkten zo. Maar geen enkele directie van een behoorlijk bedrijf kan tegenwoordig besluiten nemen zonder de or en de RvC te raadplegen. Maar als dát nu is wat jullie dwarszit, noem dan eens één plan van vi dat niet doorgegaan is vanwege de stroperige besluitvorming in Amsterdam.’
Hij zag Cees naar Johan kijken en terug. Deze vraag hadden ze niet verwacht. Je kon hun hersens horen kraken. Vergeefs. Ze leken inderdaad wat op Bul Super en Hiep Hieper, zij het dat de hiërarchie omgedraaid was: Cees was Hieper.
Na enige tijd zei Johan: ‘We begínnen niet eens aan plannen, want we weten dat het zó lang duurt voordat jullie ermee klaar zijn, dat de kans dan allang voorbij zal zijn.’
Het was een zwak verweer, maar het leek Hans noch Rob nodig daarop te wijzen. Hun punt was gescoord.
‘Misschien mogen wij nu even uitleggen waarom het bestuur grote twijfels heeft over het plan om het bedrijf in tweeën te hakken,’ zei Rob. Van Cuilenborg knikte genadiglijk.
‘Dat de cultuurbladen en de sportbladen hun eigen directie hebben, hun eigen productieafdeling, abonnementenwerving en advertentiewerving, dat vindt iedereen prima. Zo wordt al jaren gewerkt. Alleen de advertentiewerving is pas een jaar geleden gesplitst, de rest al veel eerder. Prima, uitstekend. Maar nu wil de directie ook de dienstverlening in tweeën hakken. Twee boekhoudingen, twee automatiseringsafdelingen, twee interne diensten. Dát lijkt ons niet verstandig, want zulke afdelingen kan je niet rendabel maken op een paar bladen. En sommige eenpersoonsfuncties zoals die van marktonderzoeker en pr-man en personeelschef die kán je niet eens splitsen.’
‘Daar denkt Kees anders over,’ zei Derksen. ‘Hij verwacht juist meer snelheid en dienstvaardigheid. Maar ons kan dat verder ook weinig schelen. Die afdelingen apart of samen, het zal ons een zorg zijn.’
‘Dan hebben jullie weinig gesnapt van de discussie, tot nu toe. Goed dat we hier zijn om het uit te leggen,’ Rob begon hoopvol te raken.
‘Nou, dat lijkt ons niet nodig. We hebben de uitleg van de heer Vervoort op Intranet gelezen,’ zei Johan Derksen, ‘en we vinden de ironische toon waarmee hij de directie aanspreekt zeer stuitend.’
Op Intranet, het door iedereen te raadplegen digitale mededelingenbord, was enige tijd geleden de discussie geopend over de pro’s en contra’s van het Splitsingsplan en Hans had onder de titel ‘Over het leed dat Boer & Croon heet’ de contra’s uiteengezet.
‘Vond je het wel helder geschreven, dat stuk?’ vroeg Hans.
‘Mwah.’
Er volgde een stilte. Het gesprek was eigenlijk al ten einde voordat het begon.
‘Ik heb trouwens ook een schriftelijk bewijs dat je achter Kees’ rug om kwaadspreekt over het handelen van de directie,’ voegde Cees van Cuilenborg onverwacht toe terwijl hij Hans aankeek.
Hij maakte een beweging alsof hij de lade van zijn bureau wilde openen, maar liet het daarbij.
Hans was verbijsterd.
‘Achter Kees’ rug? Als ik iets tegen heb op plannen die hij maakt is hij de eerste die het hoort. Laat dat briefje maar eens zien, Cees, dat bewijst dat ik achter zijn rug tegen hem aan het ageren ben.’
‘Ik kan het je laten zien. Maar dan weet je ook meteen de bron, dus doe ik het maar niet,’ zei Cees.
‘Moet je horen, Cees. We weten allemaal dat Tineke Kurd of Wim Raucamp of allebei jullie op de hoogte houden van alle stukken die in het cwv-bestuur rondgaan,’ zei Hans, ‘dat vindnd ik best, want aan geheimhouding doe ik niet. Al mijn discussiestukken mag iedereen lezen. Hier in Gouda heerst kennelijk zo’n terreur dat Tineke en Wim zich niet kunnen voorstellen dat ik Kees rechtstreeks durf aan te spreken op foute beslissingen. Maar wat in dat briefje of memo staat dat je ergens in dat laatje verstopt, heeft Kees van mij allang gehoord. Net zoals in dat stuk op Intranet precies de dingen staan die ik een jaar geleden al als staflid bij Kees ingebracht heb.’
‘Hmm,’ zei Cees, ‘toch snap ik jouw houding niet. Je bent dan wel afgezet als cultuur-uitgever maar Kees heeft je toch zeer fatsoenlijk behandeld en een andere baan gegeven. En nu krijgt hij stank voor dank van een rancuneuze ex-collega.’
‘Hoho,’ zei Rob haastig, ‘daar hebben jullie toch een verkeerd beeld voor ogen.’
Hans voelde een golf van machteloze woede in zich opkomen. Hij greep in zijn jaszak het pakje American Star-shag en de Rizla-vloeitjes die hij altijd bij zich droeg en begon een sigaretje te rollen.
‘Ik zal ’m niet aansteken,’ zei hij toen hij de blik van Van Cuilenborg op zijn handen gericht zag, ‘maar ik ben nu zo kwaad dat ik mijn handen iets te doen moet geven. Hoe kom je op het idee dat ik afgezet ben en nu genadebrood eet omdat Kees zo’n genereuze baas is? Ik heb in 1988 met Theo Bouwman de afspraak gemaakt dat ik vijf jaar lang uitgever zou zijn en dan een stap terug zou doen. In die vijf jaar heb ik geholpen de cultuurbladen uit het dal te trekken. Daarna ben ik nog drie jaar doorgegaan om Kees te helpen en in 1996 kon ik eindelijk de stap terugdoen die mij was toegezegd. Sindsdien heb ik twee winstgevende bladen voor het bedrijf gestart, J/M en Men’s Health. Ik heb geen enkele reden voor rancune tegen het bedrijf en omgekeerd zeker niet.’
‘Waarom zit je Kees dan dwars?’
‘Omdat ik niet het type ben mijn laatste jaren uit te zitten en me nergens mee te bemoeien. Ik heb geen oogkleppen op en als ik zie dat er ergens iets fout gaat, dan trek ik aan de bel. Dat heb ik gedaan vóórdat ik uitgever was, toen ik uitgever was en ik doe het nu nog. Ik doe het niet om Kees dwars te zitten, ik doe het om te voorkomen dat Kees een fout maakt.’
Al pratend keek hij naar het cynische hoofd van Johan Derksen, die zich alweer klaarmaakte om mee te delen dat hij niet onder de indruk van dit betoog was. En plotseling stond hij als vanzelf op. Hij had maar één behoefte: weg van dit geborneerde duo, buiten een sigaretje roken en thuis uitwoeden. Hij stak beide heren de hand toe, die ze automatisch schudden en vertrok. Hij voelde dat ze hem enigszins verbluft nakeken. Eenmaal buiten haalde hij diep adem en stak de gerolde sigaret op. Een paar minuten later kwam Rob Sijmons de deur door.
‘Zo, dat was een zinloos uurtje,’ zei hij opgewekt. Rob kwam uit het studentenoverleg van de jaren zestig. Hij was wel wat gewend.

Copyright © Hans Vervoort 2009



Boek van de Nacht

Het Bedrijf
H. Vervoort
Nijgh & v Ditmar
€ 22,50

In samenwerking met

Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar