Athenaeum Boekhandel
Elke nacht verdieping: voorpublicaties, interviews, beschouwingen en boeken bestellen

Vandaag in de Nacht RSS



Bookmark and Share

De Oorlog V: Joodse stemmen en zwijgende omstanders

door Barbara Henkes

Op ons verzoek volgt historica Barbara Henkes de nieuwe documentairereeks van de NPS, De Oorlog. Vannacht aflevering 5: Hoe de joden uit Nederland verdwenen (via deze link ook na te bekijken). Waren verzet en collaboratie toeval of toch een keuze?

Zie voor Henkes' commentaar bij aflevering 1, 2, 3 en 4 de Nachten van vorige weken. Boekentips bij aflevering 1, 2, 3, 4 en 5 zijn ook in afgelopen Nachten te vinden, in de (nu al toegankelijke) Nacht van morgen die bij aflevering 6: Oorlog voor iedereen.

Het is vrijwel onvermijdelijk dat deze aflevering van De Oorlog over de jodenvervolging in Nederland wordt aangekondigd met het beeld van een gereedstaande trein in Westerbork. Dezelfde trein die vanaf de zomer van 1942 wekelijks duizend joden meenam naar een onbekende bestemming in het Oosten. De trein staat, zeker na Claude Lanzmanns baanbrekende film Shoah, symbool voor de deportatie van Europese joden in de tijd van het nationaalsocialisme. Nadat de trein uit het beeld verdwijnt, verschijnt het portret van de 16-jarige Mosje Flinker, die op zijn onderduikadres zijn ervaringen in een pakkende beeldspraak samenvat: ‘Het is alsof je in een grote zaal bent, waar een heleboel mensen vrolijk aan het dansen zijn en plezier hebben, en een klein groepje stil in een hoekje zit. En van tijd tot tijd worden er van dat kleine groepje een paar mensen opgehaald, naar een ander vertrek gevoerd en gewurgd. Maar de vrolijk dansende mensen in de zaal raakt dat helemaal niet.’ Het is een van de vele fragmenten die het onderzoeksteam van De Oorlog uit de inmiddels omvangrijke verzameling egodocumenten heeft gelicht en hier perfect op zijn plaats valt.

In deze aflevering over de Jodenvervolging verlaten de makers van de serie hun eerdere benadering, waarin een oorlog van allen tegen allen — in de vorm van een ‘Europese burgeroorlog’(deel 1), dan wel een Amsterdamse ‘straatoorlog’ (deel 3) — als leidraad diende en waarin ‘het toeval’ bepalend was voor de positie die men destijds innam. Die omstreden benadering wordt onhoudbaar als het gaat om degenen die onder het nationaalsocialisme vastgepind werden op hun joodse herkomst en als zodanig uit de samenleving verwijderd moesten worden; onafhankelijk van of zij zichzelf als joods zagen en wie of wat ze verder nog waren. ‘We wisten nauwelijks… (een droge lach)… dat we joden waren’, vertelt Jules Schelvis met zijn blik op een foto van zijn muziekgroepje uit de vooroorlogse socialistische jeugdbeweging. ‘We zijn er ook niet in opgevoed. De vrienden van mijn ouders waren zoals mijn ouders, dat wil zeggen ze geloofden nergens aan, behalve aan het goede in de mens, laat ik het zo zeggen. Maar daar zijn ze van terug moeten komen.’

Jules Schelvis, in De Oorlog (NPS)

Hun positie, of beter gebrek aan positie in de Nederlandse samenleving tijdens de bezetting stond spoedig muurvast. Enkel de omgang met deze benarde situatie verschilde, zowel op individueel niveau als op collectief niveau. De overwegingen die op het individuele niveau speelden worden treffend verwoord door de 62-jarige Juliette Binger die in haar dagboek verklaart waarom ze, ondanks voldoende middelen en een vals persoonsbewijs, besluit niet onder te duiken: ‘Als ik gevonden wordt, dan wordt ik zwaar gestraft; ik loop gevaar van het ene asyl naar het andere gejaagd te worden als een stuk wild; ik beteken ook een gevaar voor degenen die mij helpen willen! En de moed ontbreekt mij ook daarvoor.’

Voor de overwegingen die speelden op een collectief niveau hebben de makers ervoor gekozen het lot van de joden in Enschede en Amsterdam naast elkaar te plaatsen. Op die manier kunnen ze iets verduidelijken over de rol van de Joodse Raad in beide steden. Want waar de leiding van de Joodse Raad in Enschede er in een vroeg stadium van overtuigd raakte dat onderduiken de enige optie was die de joden overbleef, koos de leiding van de Joodse Raad in Amsterdam voor samenwerking met de nationaalsocialistische autoriteiten. Achteraf gezien een fatale strategie, maar op het moment zelf hoopte men op die manier zo lang mogelijk zoveel mogelijk joden in Amsterdam te houden — ook al betekende dat in de praktijk dat zij ertoe bijdroeg dat de deportaties goed geordend en verspreid konden verlopen. Illustratief voor het effect van deze opstelling van de Joodse Raad zijn wellicht de rafelige amateurbeelden van joodse Amsterdammers die bepakt en bezakt de voordeur achter zich dichttrekken om zich na een oproep bij het verzamelpunt te melden. Een van hen zwaait ten afscheid nog met zijn hoed naar de filmcamera, die kennelijk werd gehanteerd door hun overburen.

Een vertrekkende joodse familie. Beeld uit De Oorlog (NPS).

Wat bezielde de overburen om die opnames te maken? Die vraag wordt helaas niet gesteld. De uiteenlopende reacties van de niet-joodse omstanders komen nauwelijks aan bod in deze aflevering, terwijl hun steun of hun wegkijken zeker zo belangrijk was voor het besluit om al dan niet onder te duiken als de opstelling van de plaatselijke Joodse Raad. In Enschede bijvoorbeeld vormde dominee Leendert Overduin met zijn protestantse gemeente een cruciale spil bij de organisatie van onderduikadressen voor zijn joodse medeburgers en ook de houding van de Nederlandse politie op beide locaties maakte het verschil uit tussen leven en dood.

Naast de joden, als slachtoffers van de antisemitische vervolgingspolitiek, krijgen hun vervolgers een stem en een gezicht. Al blijft dat vooral beperkt tot hun antisemitische uitspraken tijdens publieke optredens van met name Arthur Seys-Inquart in Nederland of van naziekopstukken zoals Reinhard Heydrich in Duitsland. In combinatie met fragmenten uit de Duitse Wochenschau en het Nederlandse polygoonjournaal geeft dat een indruk van de virulent antisemitische retoriek waarmee joden tot ‘parasieten’ en ‘misdadigers’ werden bestempeld die een gevaar vormden voor ‘alle volkeren’. Maar het blijft onduidelijk waarom de markt van Heerlen in mei 1942 zwart zag van de mensen die zich daar verzameld hadden om de antisemitische redevoering van de Duitse leider van het Arbeitsfront aan te horen. En het blijft een raadsel hoe die retoriek aansluiting kon vinden bij degenen die de daad bij het antisemitische woord voegden. Niet alleen bij de kopstukken, maar ook bij de, als schlemielen gepresenteerde, Nederlandse ‘Jodenjagers’. Naoorlogse processen-verbaal of egodocumenten van vervolgers hadden het nodige inzicht kunnen verschaffen in het perspectief van waaruit deze mensen meenden hun bijdrage te leveren aan een ‘ideale’ samenleving ten koste van hun joodse tijdgenoten.

Nu blijft die kant van het verhaal beperkt tot het commentaar van een verontwaardigde Trip, die op zijn glanzend gepoetste schoenen de stenen trap van Mauthausen beklimt, de verlaten villa van Westerborks commandant Albert Gemmeker (‘en zijn maîtresse’) betreedt, of zich (samen met de Putzfrau) buigt over de glazen vitrines van het Haus der Wannseekonferenz. Een dergelijke ‘presentatie op locatie' voegt inhoudelijk weinig toe en kost tijd, geld en ruimte die besteed hadden kunnen worden aan de vraag hoe het virulente antisemitisme zo acceptabel kon worden onder de nazieautoriteiten en zo sterk genegeerd kon worden door maatschappelijke instanties en individuen in de Nederlandse samenleving.

Barbara Henkes is universitair docent Nieuwste Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze promoveerde op Heimat in Holland. Duitse dienst­meisjes 1920-1950 (1995) en schreef Uit liefde voor het volk. Volkskundigen op zoek naar de Nederlandse identiteit, 1918-1948 (2005).



Korting op alle 518 delen Loeb Classical Library: Griekse en Latijnse klassiekers van € 21,95 voor € 18,95.

Boek van de Nacht

Oorlog
Liempt, a. Van
Balans
€ 29,95

In samenwerking met