Vandaag in de Nacht
De Oorlog VI: de bevrijding hapert
door Barbara HenkesOp ons verzoek volgt historica Barbara Henkes de nieuwe documentairereeks van de NPS, De Oorlog. Vannacht aflevering 6: Oorlog voor iedereen (via deze link ook na te bekijken). Waren verzet en collaboratie toeval of toch een keuze?
Zie voor Henkes' commentaar bij aflevering 1, 2, 3, 4 en 5 de Nachten van vorige weken. Boekentips bij aflevering 1, 2, 3, 4, 5 en 6 zijn ook in afgelopen Nachten te vinden, in de (nu al toegankelijke) Nacht van morgen die bij aflevering 7: Oorlog in Indië.
Onder de titel ‘Oorlog voor iedereen’ naderen we in aflevering 6 van De Oorlog het einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa. Wat zouden de makers met deze titel tot uitdrukking willen brengen? Doelen zij met ‘iedereen’ op alle strijdkrachten en de totale burgerbevolking, inclusief de nationaalsocialisten onder hen, die op het laatst ook nog ‘getroffen’ werden door de oorlog? Hoewel in eerdere afleveringen werd verwezen naar een ‘Europese burgeroorlog’ en een ‘straatoorlog’ van iedereen tegen iedereen, werd tegelijkertijd benadrukt dat voor velen het leven onder het naziregime in Nederland ‘gewoon’ door kon gaan. Kennelijk willen de makers benadrukken dat deze situatie veranderde tijdens de laatste fase van de bezetting. Of toch niet? Want ook in die laatste fase ging het leven op de Wagnerkade in Heemstede z’n onverstoorbare gangetje en zong het duo Snip en Snap over de lichtjes die eens weer op het Leidse plein zouden gaan branden - zo laat deze aflevering zien.
Terwijl de nazi’s na de herfst van 1944 uit het Zuiden waren verdreven, kreeg men boven de rivieren te maken met een verhevigde uitputtingsslag. Niet alleen vervloog de hoop op een spoedige bevrijding, maar de geallieerden wilden nog wel eens een bom op Nederlands grondgebied laten vallen, getergde nazi’s schoten in het vooruitzicht van hun nederlaag des te harder om zich heen en de dramatische tekorten leidden in de Westelijke steden tot een hongersnood. Naast de verschillen tussen Noord en Zuid, waren er dus de verschillen tussen de steden en het platteland: tussen degenen die door de honger tot uitputtende tochten naar de provincie werden gedreven, en degenen die genoeg hadden en al dan niet profiteerden van het zilver of beddengoed dat de hongerigen in ruil voor voedsel boden. Of de mensen met voldoende vitamine R, zoals de familie Kikkert op de Wagnerkade die hun relaties in Texel konden aanspreken voor wekelijkse voedselpakketten en op die manier vrij ongestoord de laatste fase van de oorlog doorkwamen.

Dat alles en nog veel meer komt in aflevering 6 aan de orde, maar dan vooral in de vorm van aaneengeschakelde anekdotes. Voorafgaand aan de vertrouwde trailer neemt Rob Trip ons mee naar het Rijswijkse plein in Den Haag. Hij zet direct hoog in: ‘Op een druk plein, waar het verkeer dag en nacht [sic? - BH] doorheen raast, is misschien wel een van de meest schrijnende foto’s van de oorlog gemaakt.’ We zien een foto van een groep brave mannen, vrouwen en kinderen die met een Engels vlaggetje aan een stok staan te wachten op de bevrijders. Het is niet zozeer wát er te zien is, als wel de datum waarop die gemaakt is waardoor de afbeelding betekenis krijgt. De foto werd namelijk genomen op 5 september 1944, de dag waarop tevergeefs naar de oprukkende geallieerden werd uitgekeken. Trip: ‘Met een beetje overdrijving zou je kunnen zeggen dat op die Dolle Dinsdag voor veel Nederlanders de oorlog pas echt goed begint.’
Het is een pakkende aankeiler, maar daarmee is dan ook alles gezegd. Want wat is dat: ‘de oorlog’? Als er iets duidelijk is geworden uit de aflevering die hieraan vooraf ging, dan is het wel dat ‘de oorlog’ voor de meeste joden in Nederland en elders tegen die tijd definitief was afgelopen – en dan hebben we het nog niet eens over de Roma en Sinti, de Jehova’s Getuigen en andere vervolgden die inmiddels waren weggevoerd. Deze aflevering en de afleveringen die hieraan vooraf gingen, laten zien hoeveel verschillende gedaantes ‘de oorlog’ kon aannemen voor uiteenlopende groeperingen vanaf het moment van de Duitse inval tot en met hun gedwongen overgave. Verscheen de oorlog eerder in de gedaante van Duitse soldaten op straat, Nederlandse politieagenten die aanbellen, onheilspellende oekazes van de bezettingsmacht en treinen die vertrokken naar het Oosten, vanaf september 1944 verschijnt hij vooral in de gedaante van (al dan niet verdwaalde) bommen en tankgeschut van geallieerden, represailles van in het nauw gedreven nazi’s en het acute voedselgebrek waardoor naar schatting zo’n 16.000 mensen het leven lieten.
Het was een chaotische toestand in die maanden tussen september 1944 en mei 1945. Maar de makers slagen er niet in enig inzicht in die chaos te bieden omdat ze te veel verhalen willen combineren zonder te kiezen voor een bepaald perspectief. De meeste tijd wordt besteed aan het verhaal over de strategische oorlogsvoering. Beelden van oprukkende tanks en dalende parachutisten raken vermengd met de enthousiaste stem van radioverslaggever Robert Kiek die de opmars verslaat, naast de stemmen van Churchill en Gerbrandy vanuit Londen, en die van een Britse overlevende van de mislukte slag bij Arnhem en van een vrouw die de geallieerde bombardementen op Zeeland heeft doorstaan. Trip zelf volgt de route van de oprukkende strijdkrachten in zijn auto, stopt op de vluchtstrook en steekt zijn hoofd uit het portier open om ons wat te vertellen, hij banjert met een deskundige door het voor tanks ontoegankelijke polderlandschap of hij bezoekt samen met de Britse oorlogsveteraan een militaire begraafplaats.

Dan is er nog het verhaal over de Nederlandse regering in ballingschap en de spanningen tussen de autocratische koningin Wilhelmina en de meer democratisch gezinde premier Gerbrandy die verder onuitgewerkt blijven. Trip bezoekt het onderkomen van Wilhelmina in Londen en hij luistert naar de snob die daar nu woont en vertelt over een heel andere Iron Lady die hij tot zijn buurvrouw mag rekenen. Daarnaast en daar doorheen zijn er de verhalen over de diverse Nederlanders die weggevoerd worden (Putten), verhongeren of er het beste van proberen te maken. Met als filosofisch hoogtepunt Trips uitspraak: ‘Het gewone leven en de verschrikkingen van de oorlog liggen nooit zo heel ver van elkaar.’ Tussendoor horen we ook nog over treinen met vluchtende NSBers die door de geallieerden werden beschoten (‘Burgerslachtsoffers vormen gewoon nevenschade’), hoe de laatste overgebleven joden in Westerbork gezelschap krijgen van een gezelschap gedesoriënteerde NSBers en we zien hoe collaborateurs worden opgepakt en vrouwen kaalgeschoren. Het is van alles wat over iedereen en daardoor ontbeert dit beeldverhaal over de aanloop naar de bevrijding een rode draad die de kijker op sleeptouw kan nemen.
Aan het einde van de aflevering verschijnen de ‘meest schrijnende’ beelden in relatie tot de uitgestelde bevrijding. Niet van het Rijswijkse plein in Den Haag maar van de Dam in Amsterdam. Daarop zien we een verlaten draaiorgel als eenzame getuige van de schietpartij op 7 mei 1945 waarmee een stel in het nauw gedreven Duitse soldaten de bevrijdingsroes van de bijeen gestroomde menigte uiteen deed spatten. Het was een haperende bevrijding, niet alleen door de gestrande opmars in 1944, maar ook in de meidagen van 1945.
Barbara Henkes is universitair docent Nieuwste Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze promoveerde op Heimat in Holland. Duitse dienstmeisjes 1920-1950 (1995) en schreef Uit liefde voor het volk. Volkskundigen op zoek naar de Nederlandse identiteit, 1918-1948 (2005).






