Athenaeum Boekhandel
Elke nacht verdieping: voorpublicaties, interviews, beschouwingen en boeken bestellen

Vandaag in de Nacht RSS



Bookmark and Share

De Oorlog VIII: Naoorlogse Nederlandse agressie

door Barbara Henkes

Op ons verzoek volgt historica Barbara Henkes de nieuwe documentairereeks van de NPS, De Oorlog. Vannacht aflevering 8, Loodzware jaren (via deze link ook na te bekijken). Waren verzet en collaboratie toeval of toch een keuze?

Zie voor Henkes' commentaar bij aflevering 1, 2, 3, 4, 5, 6  en 7 de Nachten van vorige weken. Boekentips bij aflevering 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 zijn ook in afgelopen Nachten te vinden, in de Nacht van zondag die bij aflevering 9: De oorlog na de oorlog.

De eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog worden in deze aflevering over ‘loodzware jaren’ aangekondigd met een blik op het Nederlandse ereveld Menteng Pulo in Jakarta. De camera zoemt in op de namen van Nederlandse mannen die in de jaren tussen 1946 en 1949 omkwamen tijdens de laatste koloniale stuiptrekking van het Koninkrijk der Nederlanden. De begeleidende tekst is even ronkend als dubbelzinnig: ‘Het is alsof Nederland de vreugde over de eigen bevrijding wil vasthouden; het wil ook zelf een bevrijder zijn, en dat lijkt nog te kunnen, in Nederlands-Indië. Maar daarmee vergt het verwoeste Nederland wel heel veel van zichzelf. De eerste jaren na de Wereldoorlog worden loodzwaar.’

In de vorige aflevering over ‘Oorlog in Indië’ werden de verschillende perspectieven en verantwoordelijkheden van de partijen, die betrokken waren bij de oorlog in de Stille Oceaan, tegen elkaar afgewogen. Indonesië stond centraal. Van daaruit werd de ambivalente samenwerking van Indonesische nationalisten met de Japanse bezetter gerelateerd aan de ongelijke koloniale verhoudingen onder Nederlands gezag die daarvoor de basis legden. Duidelijk werd ook hoe de opstelling van de Verenigde Staten ertoe leidde dat de Nederlandse regering in ballingschap gedwongen werd zich te bezinnen op een grotere mate van autonomie voor haar voormalige kolonie. In deze aflevering vormt Nederland echter weer het uitgangspunt, waardoor het koloniale perspectief onwillekeurig maar onvermijdelijk de boventoon voert. De aankeiler is in die zin veelzeggend, maar ook gedurende deze aflevering zijn er momenten die de tenen doen krommen.

Met als absoluut verstijvingsmoment de wijze waarop het revolutionaire elan van de toenmalige onafhankelijkheidstrijders in Indonesië verbonden wordt met de revolutionaire gedrevenheid van de huidige Al Qaida-strijders. Dat gebeurt naar aanleiding van Trips bezoek aan het museum bij het nationale monument voor de onafhankelijkheid van Indonesië in Jakarta. ‘Opzwepende radiotoespraken van de lokale, revolutionaire leider Soetomo laten het roemruchte begin van de staat herleven,’ luidt zijn commentaar. Uit het onderschrift bij deze revolutionaire stem blijkt dat de man de bevolking opriep zich nooit over te geven: ‘onze leuze is vrijheid of sterven’. Gevolgd door de drievoudige uitroep ‘God (?! - BH) is groot’ en ‘Vrijheid!’ Tegelijkertijd zien we hoe een jongeman de vlag hijst; hij draagt een T-shirt met de naam en afbeelding van Osama bin Laden op zijn borst. De cameraman en regisseuse konden die buitenkans kennelijk niet voorbij laten gaan, maar op deze manier wordt geschiedenis wel op een erg dubieuze manier aan hedendaagse ontwikkelingen gekoppeld. Of is het soms als grapje bedoeld?

Beeld uit De Oorlog (NPS), aflevering 8: jongen heist de vlag.

De naoorlogse jaren in Indonesië worden in deze aflevering benaderd vanuit het perspectief van het ‘moederland’, al blijft dat land zelf dit keer onderbelicht. Dat komt omdat de makers zich de onmogelijke opgave hebben gesteld binnen één aflevering de ontwikkelingen in zowel Nederland als Indonesië te combineren. Het loodzwaar uit de titel staat dus voor zowel de kogels die op enkele kopstukken van de NSB werden afgevuurd, als voor de kogelregen die de Nederlandse militairen in Indonesië hebben verspreid en waardoor ze getroffen werden. De afrekening met collaborateurs en de terugkeer van vervolgden en dwangarbeiders, raakt op die manier verbonden aan de gewelddadige strijd om ‘ons’ koloniale bezit in het Oosten. Want daar ging het uiteindelijk om bij de inzet van Nederlandse strijdkrachten in Indonesië na de capitulatie van Japan, ook al werd zij gepresenteerd als een ‘bevrijdingsstrijd’ om het arme Indonesische volk te redden uit de klauwen van de revolutionairen.

Het gevolg van deze combinatie is dat daders en slachtoffers van heel verschillende regimes permanent stuivertje wisselen. Zowel de teruggekeerde joden als de geïnterneerde en geëxecuteerde nazi’s in Nederland komen als miskende slachtoffer in beeld, evenals als de Nederlandse militairen en de revolutionaire onafhankelijkheidsstrijders in Indonesië. En de moraal van het verhaal lijkt te zijn dat iedereen werd (en wordt) meesleept in de dramatische mallemolen van de geschiedenis.

Deze visie wordt gepersonifieerd door Leo Bromlewe: een integer verteller die de verschuiving in zijn eigen, ambivalente beleving van de naoorlogse oorlog in Indonesië goed weet te verwoorden. Hij vormt de verbindende schakel tussen de politieke besluitvorming in Nederland en de gevolgen daarvan in Indonesië. Omdat hij in deze aflevering de hoofdrol krijgt toebedeeld, zal ik me in het vervolg op zijn verhaal concentreren. Bromlewe was een van de 60.0000 vrijwilligers die zich na de bevrijding aanmeldden om tegen de Japanse bezetter te gaan vechten in Indonesië. Nadat Japan in augustus 1945 capituleerde werd zijn verzoek tot ontslag uit het leger niet gehonoreerd. De commandant liet hem weten dat er in Indonesië ‘wat roerselen’ aan de hand waren en dat er orde op zaken gesteld moest worden. Bromlewe had getekend voor onbepaalde tijd, dus er was geen sprake van dat hij naar huis kon gaan.

Leo Bromlewe, screenshot uit De Oorlog (NPS), aflevering 8
Leo Bromlewe. Screenshot uit aflevering 8 van De Oorlog.

Het lijkt alsof hij gedwongen werd in dienst te blijven. Maar uit een volgend interviewfragment, ruim tien minuten later, blijkt dat hij en zijn kompanen ervan overtuigd waren dat het gros van de bevolking in Indonesië op hun bevrijding door de Nederlandse troepen zaten te wachten. Zijn overtuiging wordt kracht bijgezet door fragmenten uit het gezagsgetrouwe Polygoonjournaal over de Nederlandse troepen die sinds september 1946 in Indonesië aankwamen: ‘... frisse jonge kerels vol energie en gedragen door één ideaal: een einde te maken aan moord en roof. Recht en veiligheid te brengen aan de zo zwaar beproefde Indonesische bevolking. Een prachtige taak die echter ontzaglijk zwaar zal blijken te zijn.’

Weliswaar is er ook aandacht voor acties van de zogenaamde Indonesiërweigeraars die niet wilden vechten, maar daar wordt in het gesprek met Bromlewe aan voorbij gegaan. Aangezien 20 procent van de opgeroepen militairen aanvankelijk niet kwam opdagen, moet hij geconfronteerd zijn geweest met de kritische visies van degenen die tegen hun zin op de boot werden gezet. Voor Bromlewe viel het kwartje echter pas jaren later, zo blijkt, nadat hij eerst verteld heeft over de snelle opmars van het Nederlandse leger in Indonesië, de door de Verenigde Naties afgedwongen wapenstilstand en de guerrillaoorlog die daarop volgde. Pas door de geschokte reactie van het plaatselijke dessahoofd op zijn mededeling dat Soekarno was gearresteerd, realiseerde Bromlewe zich in december 1948: ‘verrek, die lui zijn helemaal niet zo blij dat ze Nederlands staatsburger worden. Die willen gewoon hun eigen boontjes doppen. Toen, eigenlijk toen pas gingen bij mij de schellen van de ogen. Ik denk: wij zijn hier gewoon verkeerd bezig.’

Tussendoor heeft hij nog een foto laten zien van twee Indonesische strijders, die zijn patrouille gevangen had en later aan de Inlichtingendienst werden overgeleverd. ‘Hoorde je dan nooit wat er verder mee gebeurde,’ vraagt Trip. ‘Nee, geen idee. Die gingen niet zo zacht met die lui om; dat wilde je gewoon niet weten,’ luidt het antwoord. Aansluitend maakt Trip melding van gruwelijke moorden op de plaatselijke bevolking en op krijgsgevangenen die langzamerhand ook bij het Nederlandse publiek bekend werden. Volgens het oordeel van Nederlandse rechters achteraf ging het daarbij niet om ‘bewuste’ oorlogsmisdaden, maar eerder om ‘grenzeloze onverschilligheid’, aldus Trip, die daar ter verontschuldiging aan toevoegt: ‘Veel militairen, niet allemaal, maar veel, hebben grote moeite met de omgeving en de onbekende cultuur. En zoals altijd is een guerrillaoorlog chaotisch. Dat alles samen kan niet iedereen aan.’

Beeld uit De Oorlog (NPS), aflevering 8: de eerste politionele actie
Beeld uit De Oorlog (NPS), aflevering 8: de eerste politionele actie.

Tegen het eind van de uitzending komt Bromlewe nog eenmaal terug in beeld met foto’s bij de graven van zijn omgekomen kameraden: ‘Ik ben niet trots op die oorlog die we daar gevoerd hebben, maar wel trots op die kerels, want die hebben eigenlijk nooit gekregen wat ze verdienden. Het waren geweldige kerels. Ze hebben met de beperkte middelen die ze hadden hebben ze een verschrikkelijk moeilijke klus gedaan.’ Zijn loyaliteit is invoelbaar en respectabel. Maar wat willen de makers hier nu mee zeggen? Door de persoonlijke lotgevallen van de sympathieke Bromlewe zo centraal te stellen, wordt de verantwoording voor de oorlogsmisdaden en andere ‘ongeregeldheden’ door Nederlandse militairen in de toen al internationaal erkende republiek Indonesië naar de marge verschoven. Dat wordt nog versterkt door het verhaal over gewelddadigheden van de revolutionaire guerrillastrijders er als een contrapunt doorheen te vlechten.

Dat geweld valt niet te ontkennen en was, zeker gedurende de Bersiap-periode, onvoorstelbaar wreed. Maar de komst van de Nederlandse troepen zorgde ervoor dat het geweld nog jarenlang werd gecontinueerd. We mogen, mede namens Indonesische bevolking én de Nederlandse militairen, van geluk spreken dat de Veiligheidsraad uiteindelijk wel haar verantwoordelijkheid nam. Dankzij een internationale boycot van Nederland zag de regering zich gedwongen om in 1949 haar koloniale aspiraties op te geven en alsnog tot de soevereiniteitsoverdracht te komen. Volgens Trip zou daarmee De Oorlog definitief voorbij zijn. Dat valt nog te bezien in de volgende aflevering.

Barbara Henkes is universitair docent Nieuwste Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze promoveerde op Heimat in Holland. Duitse dienst­meisjes 1920-1950 (1995) en schreef Uit liefde voor het volk. Volkskundigen op zoek naar de Nederlandse identiteit, 1918-1948 (2005).



Korting op alle 518 delen Loeb Classical Library: Griekse en Latijnse klassiekers van € 21,95 voor € 18,95.

Boek van de Nacht

Oorlog
Liempt, a. Van
Balans
€ 29,95

In samenwerking met