Vandaag in de Nacht
Asper
door Karianne BuenoDrie jaar geleden bezocht ze Asper, tussen Gent en Oudenaarde, een idylle. Later kwam ze terug, en toen bleek het ook benauwend en beklemmend te kunnen zijn. Karianne Bueno legde idylle en beklemming vast met haar camera, en die foto's zijn nu te zien in het Amsterdams Centrum voor Fotografie (t/m 3 april) en in de etalage van Athenaeum Boekhandel. Vanavond een kort interview met de fotografe en enkele foto's.
'Asper is in de eerste plaats dat gehucht in België, waar ik drie jaar geleden kwam om vrienden te bezoeken. Ik werd op slag verliefd op de plek. De wuivende populieren, de Schelde die het glooiende landschap doorkruist, de slaperige dorpjes. Het was er stil, ik wilde er foto's maken.
Maar als het nacht werd, dan was het er vooral pikdonker, en helemaal thuis kon ik me er niet voelen. De argwaan van de dorpelingen en angst voor wat dat duister ook verbergen kon - toen ik er was, werd er een vrouw verkracht bij de Schelde -, maakte Asper ook benauwend, beklemmend. De foto's zijn dan ook niet alleen maar luchtig en licht.
En Asper is niet alleen maar Asper. Ik heb niet geprobeerd een waarheidsgetrouw beeld te scheppen van een dorp. Kijk, fotograferen is echt, foto's liegen niet, maar door te selecteren, door beelden naast elkaar te plaatsen, schep je een sfeer, een fictie. En ik op mijn beurt was ook door fictie beïnvloed. Ik had Claus gelezen, en Mortier, en telkens als ik op mijn fietsje stapte, met de camera om de nek, had ik al de woorden bij de beelden die ik zag. Op die manier ben ik gaan fotograferen.
Bij de 51 foto's is ook een brief gevoegd, aan Martha, een tachtigjarige vrouw, een personage in de serie. In die brief probeer ik dezelfde gevoelens op te roepen als die de foto's oproepen.
Al ben ik lang niet in Asper geweest, ik denk er nog vaak aan. Het blijft nooit bij een enkele herinnering. Als het begint, houdt het bijna niet meer op. Dan denk ik aan het ruisen van de populieren aan de oever van de Schelde, hoe de wind daar, in de kruinen, zelfs op de warmste dagen nooit gaat liggen.
Dan denk ik aan jou, in je kleine rommelige keuken, met de klok die je man heeft gemaakt. En het vale gele tafelkleed met het dunne laagje plastic, tegen het morsen van koffie of zelfgemaakte soep. Hoe ik me, als ik binnenkwam door de smalle gang, tussen de andere meubels moest doorwurmen om bij die tafel te komen. Het was de enige kamer waar een kachel stond, op hout, net als bij de vrienden waar ik logeerde. Ik heb van ze verteld, weet je nog, ze wonen naast de kerk, in het oude klooster.
Ik denk aan hoe je, bijna altijd als ik bij je op bezoek ging, nooit de gietijzeren klopper van de deur hoorde. Ik moest je dan zoeken in de stal, op de weide, in de moestuin. Een keer vond ik je in de schuur, waar je de aardappelen voor de winter in grote juten zakken deed.
Zoals altijd keek je op met dezelfde blik: eerst verwarring, en dan plotselinge herkenning, en blijdschap, die je niet verborgen kon houden, over onverwacht bezoek zo midden op de dag. Precies dat was voor mij de reden om je op te blijven zoeken – je bent niet als de anderen, die alsmaar zwijgen, en buitenstaanders lijken te wantrouwen.
Maar die brief gaat verder, als de droom de werkelijkheid overneemt, dan is de utopie echt weg.
Ik droom veel over Asper. Dan sta ik op de heuvel, kijk naar de Schelde aan mijn voeten. In de vallei ligt een huis, dat in mijn slaap het jouwe is. Ik dwaal over de velden, zweef langs de straten van het dorp. Ik kijk in tuinen, in huizen, zie mensen die mij niet zien. Soms lig ik aan de rivier, die zachtjes kabbelt. De bomen buigen zich over mij heen om in de weerspiegeling van het water hun eigen zacht groen te bewonderen. Lopend over zanderige wegen langs bermen vol zoemend fluitenkruid vind ik je huis. Hoewel het in elke droom een andere verschijning heeft, weet ik dat het het jouwe is. Ik herken het aan het ijzeren hek dat je erf van de weg scheidt. Net als in werkelijkheid staat het open. Het erf is warm en vol bloemen. Maar jij bent er nooit om me te groeten, de groeiende gewassen te tonen en de oogst te laten zien. Ik zoek je buiten maar kan je niet vinden. Ik verdwaal in je kleine huis, dat in mijn droom oneindig groot is, en veel donkerder dan in het echt. De ruimtes zijn verlaten, koud, met spinrag langs de ramen. Het ruikt er naar vocht en vermolmd hout. Ik voel me alleen als ik wakker wordt.
Ben jij nooit bang? Voor het donker boven de weilanden, voor de spoken in je kamers?
In de foto's die ik ingezonden heb voor de Hollands Diep Fotografieprijs, figureren vooral mensen, net als op de foto's die nu in de etalage van Athenaeum staan. Maar die weilanden, de landschappen in het algemeen, zijn net zo belangrijk in deze serie. Asper is meer dan de vriendschappelijkheid, het is ook de mist en de duisternis. Asper is veel meer dan de idylle.'




Meer foto's van Karianne Bueno zijn te bekijken op haar website, kariannebueno.nl.
Boek van de Nacht
![]() |
Asper
In Consignatie
|
€ 18,00 |




