Dag en nacht over boeken lezen, boeken kopen
Bestel online! Keuze uit meer dan 10 miljoen titels.
Of bezoek onze winkels in Amsterdam en Haarlem.

Leesfragment: Maanstorm RSS

door Antonio Muñoz Molina

Vanavond wordt Antonio Muñoz Molina's nieuwe roman Maanstorm (vertaald door Adri Boon) gepresenteerd bij Athenaeum Boekhandel. Vandaag kunt u het eerste hoofdstuk lezen uit deze roman die speelt rond de maanlanding, zoals bekeken door een jongen op het Spaanse platteland. 'Tijdens het aftellen wacht je vol ongeduld en spanning op een explosie die iets van een ramp zal hebben, maar na de nul gebeurt er niets. Je ligt op je rug, stijf, de knieën in een rechte hoek, de blik recht vooruit, naar boven, in de richting van de hemel...'

1

Tijdens het aftellen wacht je vol ongeduld en spanning op een explosie die iets van een ramp zal hebben, maar na de nul gebeurt er niets. Je ligt op je rug, stijf, de knieën in een rechte hoek, de blik recht vooruit, naar boven, in de richting van de hemel, als je die zou kunnen zien door de transparante bolling van de ruimtehelm, die je na bevestiging aan de stijve kraag van het drukpak onderdompelde in net zo'n absolute stilte als op de zeebodem heerst. Opeens bewogen de monden van degenen die het dichtstbij waren zonder dat ze geluid voortbrachten en het was alsof je je al heel ver weg bevond terwijl de reis nog moest beginnen. Je handen op je dijen, je voeten tegen elkaar in de grote witte laarzen met een gele rand en een enorm dikke zool die voor de lancering met titanium klemmen zijn gefixeerd, je ogen wijdopen. Je hoort niets, zelfs niet het suizen van het bloed in je oren of je hartslag, waargenomen en doorgegeven door een paar sensors die vastzitten aan je borst, een diep, regelmatig geluid als van een trommel maar met een puls die veel minder exact is dan het tikken van de chronometers. Alles zal worden geregistreerd, het aantal hartslagen per minuut, van jou, van je twee mede-astronauten, allebei net zo bewegingloos en gespannen als jij, drie harten die kloppen in een verschillend ritme, als drie trommels die dwars door elkaar heen klinken. Je zult je ogen dichtdoen en wachten. Je oogleden zijn praktisch het enige lichaamsdeel dat je willekeurig kunt bewegen en dat doet je je fysieke broosheid beseffen, je naaktheid verhuld door de drie pakken over elkaar, gemaakt van nylon, plastic, katoen en geïmpregneerd met brandwerende materialen. Elk pak is op zichzelf al een ruimtevehikel. Een paar jaar geleden zweefde je meer dan een uur in de ruimte op tweehonderd kilometer van de aarde, verbonden met het vaartuig door slechts een lange slang waardoor je kon ademen; je herinnert je geen angst of duizeligheid, slechts de gewaarwording van volmaakte stilte terwijl je met uitgestrekte armen en benen gewichtloos bewoog in het niets, onmerkbaar getroffen door deeltjes van de zonnewind. Met mijn ogen dicht stel ik me voor dat ik die astronaut ben. Ik zie geen sterren, alleen een duisternis waarin niets bestaat, dichtbij noch ver weg, boven noch onder, eerder noch later. Ik zie de immense kromming van de aarde die helder blauw en wit heel langzaam beweegt, ik zie de wolkenspiralen, de scheidslijn tussen de zone waar het dag is en de schaduw van de nacht. Maar nu wil ik niet in de ruimte zweven. Nu doe ik mijn ogen dicht en voed ik mijn verbeelding met de kleinste details om me in de Apollo xite kunnen bevinden op het moment dat hij de lucht in gaat. Je hebt in zekere mate controle over de beweging van je oogleden, ragfijne stukjes huid die over de vochtige oogbol glijden, evenals over de spieren die de oogbollen aansturen, maar hoe je ze ook dwingt, ze laten je rechts en links niets zien. Links en rechts van je bevinden zich de twee andere ruimtevaarders, die net als jij stijf in hun pak en helm in dezelfde houding liggen, gefixeerd met dezelfde elastische gordels en titanium klemmen, samen met jou opgesloten in de conische ruimte van een zuurstofrijke cabine vol kabels, schakelaars, stopcontacten, een boobytrap die in een vuurbal kan veranderen ten gevolge van een niet onwaarschijnlijke vonk in geval van kortsluiting. Anderen zijn zo gestorven, in een even nauwe en verstikkende ruimte als deze, in deze houding die op zich al iets funerairs heeft. Degene die zich er het dichtstbij bevindt probeert de hendel te deblokkeren om het luik open te krijgen maar dat lukt niet, en een ogenblik later ontploft alle zuurstof in een grote steekvlam. Metalen platen die roodgloeiend kromtrekken, giftige dampen van isolatiemateriaal en synthetische vezels, gesmolten plastic dat eerst plakt aan het verschroeide vlees en zich er vervolgens mee vermengt. De capsule bevindt zich boven op een raket die twintig meter langer is dan het Vrijheidsbeeld en beladen is met zevenduizend ton vloeibare waterstof, zo brandbaar dat om de buitenkant een mantel van kunstijs zit die ervoor moet zorgen dat de temperatuur laag blijft in de klamme hitte van de moerassen van Florida. Maar je hebt het niet warm, ondanks het pak, de helm, de drie lichamen die zich naast elkaar bevinden in de kleine conische ruimte, elk met zijn eigen puls, geknipper van ogen, het bloed dat met een net iets andere snelheid stroomt dan dat van de anderen. Een netwerk van dunne buisjes zorgt ervoor dat er voortdurend koud water door het ruimtepak wordt geperst zodat het koel blijft. Frisse lucht waaraan een lichte plasticgeur zit blaast zachtjes over hun huid, strijkt over hun gezicht, hun vingers in de handschoenen, de toppen die instinctief trommelen, met beheerst ongeduld, dat ook door de sensors geregistreerd wordt. Het is eigenlijk niet echt lucht, het is voornamelijk zuurstof, zestig procent, en veertig procent stikstof. Hoe meer zuurstof, hoe groter het brandgevaar. De lucht ruikt naar zout en misschien algen en zelfs naar de moerasgrond, zelfs op de hoogte van de loopplank naar het open luik, op honderdtien meter boven de grond. In heel de weidsheid van het vlakke land en de modderpoelen die zich uitstrekken tot aan de horizon van de zee is er geen hoger punt. De zilte geur van de lucht verdween op het moment waarop de helm werd vastgemaakt aan de wijde stijve kraag van het ruimtepak en ook alle geluiden ophielden. In het ochtendlicht is ver weg de branding te zien die stil stuksloeg tegen de Atlantische kust. Vanuit de hoogte ogen de drassige vlakte en de rechte, verlaten stranden als een primitief landschap, nog niet door mensen verkend, een maagdelijk gebied van ver voor de oudste geslachten van mensachtigen, meer verwant aan het vroegste dierenleven op aarde, de eerste zeewezens met hun kieuwen die zichzelf al voortslepend op het slijk waagden. Iets eerder, als het nog donker is, zijn er op de stranden vuren te zien en constellaties van koplampen op de wegen waar de auto's vast zijn komen te staan, een immense stoet mensen die van heinde en verre de verblindend witte gloed van de lanceerbasis naderen, met alle schijnwerpers gericht op de raket die omgeven door wolken damp rechtop staat tegen het rode metalen platform, waarvan de ankers op het moment van de lancering te midden van vlammen en rookwolken de een na de ander zullen wegklappen. Aan de andere kant van de grote ramen is de nacht diep en ver weg, er brandt een wit ziekenhuislicht op de gangen en in de grote controlekamers, waar het lijkt of iedereen al heel lang niet meer heeft geslapen: bleke gezichten, witte overhemden, smalle, zwarte stropdassen, flikkerende kolommen getallen op de kleine, bolvormige computerschermen. Woensdag 16 juli 1969. Je ligt onbeweeglijk op je rug te wachten, met open ogen, net zoals je lag te wachten in het donker van een slaapkamer waar je nog voordat je werd geroepen wakker bent geworden en je hoofd draaide naar het nachtkastje en de wekker waarop de wijzers nog geen vier uur 's nachts aangaven. De vuren van de degenen die van zeer ver zijn gekomen en de hele nacht wakker zijn gebleven, de koplampen van de auto's die niet dichterbij kunnen komen omdat de wegen verstopt zitten: ze zullen vanuit de verte aan de vlakke, heiige horizon van die julimorgen de enorme explosie zien, de vuurstaart die heel langzaam opstijgt uit de zwarte wolken van verbruikte brandstof. Maar die traagheid is gezichtsbedrog vanwege de hoogte en de omvang van de raket: geen enkel ding dat door mensenhanden is gemaakt heeft ooit zo'n snelheid bereikt. Ze zullen de langgerekte galm van een donderslag horen en daarna, een tel later misschien, zullen ze de aarde onder hun voeten voelen trillen. De expansiegolf van de lancering zal tegen hun borst stoten met de kracht van een massief rubberen bal. Misschien zul jij dan al dood zijn, verbrand, verpulverd, opgelost in de vuurkolom van de explosie van duizenden tonnen vloeibaar waterstof, misschien zul je in die seconde geen tijd hebben gehad om te beseffen dat je op het punt stond op te houden te bestaan. Je bent een jong lichaam dat klopt en ademt, een geweldig organisme, een en al gezondheid en spierkracht, een fonkelende intelligentie, ondersteund door een zenuwstelsel waarvan de complexiteit niet onderdoet voor die van een melkwegstelsel, met een geheugen vol beelden, namen, gevoelens, plaatsen, affecties, en een tel later ben je niets meer, ben je spoorloos verdwenen, ben je opgegaan in de absolute nul die zojuist aangeroepen werd door de nasale, mechanische stem tijdens het aftellen.

Maar na de nul gebeurt er niets, er is alleen het geluid van de lucht die niet echt lucht is in de ademhalingsslangen, alleen je snelle hartslag in je borst, ritmisch oplichtende puntjes op een controlescherm waar iemand geconcentreerd naar kijkt, opgenomen en gearchiveerd op een geluidsband die na de ramp misschien door iemand zal worden afgeluisterd om het exacte moment te weten te komen waarop het leven stokte. De hersenen zijn al dood en het hart blijft nog een paar minuten kloppen, of omgekeerd, het hart blijft stilstaan en de hersenen functioneren spookachtig door, het bewustzijn als een gloeiend kooltje op het punt uit te doven. Bevroren lava en as is het landschap dat je ogen zullen zien aan het einde van de reis waarvan je op dit moment, gevangen in de seconde die volgt op de nul en wachtend op de even gewenste als gevreesde explosie, nog niet weet of die daadwerkelijk zal plaatsvinden. Met de oerknal midden in het niets nam veertien of vijftien miljard jaar geleden het universum een aanvang. De expansiegolf drijft nog steeds de melkwegstelsels uit elkaar en het lawaai ervan wordt opgevangen door de krachtigste telescopen, net zoals het geraas van goederentreinen die 's nachts de verlaten uitgestrektheid van een continent doorkruisen dat zo immens is dat het voor het menselijk oog onbegrensd lijkt. Een dof geluid, de galop van op hol geslagen dieren op een vlakte, van heel ver waargenomen door iemand die zijn oor tegen de grond drukt. Een zo krachtig geluid dat het galmt vanaf het eerste miljoenste deel van de eerste seconde van het bestaan van het universum, de echo van het stromende bloed in een schelp, een goederentrein die van heel ver komt en je midden in een zomernacht wakker maakt. Het lawaai gaat over in trillen en vervolgens in schokken, je hart slaat over op het moment dat er op het bedieningspaneel een paar oranje lichtjes gaan knipperen en op meer dan honderd meter afstand, helemaal onderaan, in het laaiende reactorvat de explosie van start gaat met een stroom cijfers die beginnen met een nul en elkaar duizelingwekkend snel opvolgen om het begin van de reistijd aan te geven. Je hebt niet de gewaarwording dat je omhooggaat terwijl de raket, zo lijkt het althans, onmogelijk traag opstijgt uit het vuur en de rook, een gloed die van heel ver waargenomen kan worden tegen de vlakke horizon en in het ochtendblauw; je bent niet bang, je hebt geen last van duizeligheid, alleen een enorm zwaar gevoel, je handen, benen, voeten, gezicht, ogen zijn van lood, worden omlaag getrokken door de zwaartekracht van de massa van de planeet, vermenigvuldigd met een factor vijf ten gevolge van de inertie gedurende de eerste seconden van de lancering; het loden hart, de longen, de lever en de maag die druk uitoefenen in een lichaam dat nu monsterlijk zwaar is en bijna vierhonderd kilo weegt. Nog nooit heeft zo'n enorm gevaarte gepoogd de aardse zwaartekracht te doorbreken. En ondertussen blijft het geluid klinken, maar dat gaat niet langer over in geraas, het doet geen pijn meer aan de trommelvliezen die beschermd worden door de helm van doorzichtig plastic. Het klinkt dieper, zwaarder, verder, de goederentrein verdwijnt in de nacht en tegelijkertijd worden seconden minuten op het bedieningspaneel, dat zich bijna net zo dicht bij je gezicht bevindt als het loden deksel van een sarcofaag. Alles trilt, vibreert, het bedieningspaneel voor je gezicht, het aluminium en het plastic waarvan het ruimteschip is gemaakt, alles kraakt alsof het op het punt staat uiteen te vallen, zo fragiel ineens, je lichaam schudt in de fixatieriemen en je hoofd stoot tegen de binnenkant van de helm. Maar na twaalf minuten vermindert het trillen en houdt dan helemaal op, en de sensatie van onbeweeglijkheid is allesoverheersend. Je hart voelt niet meer aan als een massief loden bal in je borst, je handen niet meer als klauwen op je in een rechte hoek gebogen benen, je oogleden niet meer als grafzerken op je oogbollen. Het ademen is ongemerkt makkelijker geworden, de plastic geur van de zuurstof zwakker. Er gebeurt iets in de holte van je rechterhandschoen en ook met de grote teen van je rechtervoet, de nagel stoot tegen de gevoerde binnenkant van je laars, je vingers bewegen onwillekeurig in de handschoen. Je bent plotseling gewichtloos, je zweeft in je pak alsof je je in zee op je rug deinend op een golf laat meedrijven. Met een allesoverheersende sensatie van onbeweeglijkheid ben je met elfduizend voet per seconde loodrecht omhooggeschoten. En nu komt er iets voorbij, het zweeft voor je ogen, tussen je gezicht en het bedieningspaneel als een zeldzame vis die zich heel langzaam voortbeweegt, de handschoen die je buurman heeft uitgedaan, vrij van de zwaartekracht in de baan om de aarde die het ruimteschip twaalf minuten na de lancering heeft bereikt, op driehonderd kilometer hoogte boven de blauwige boog die zich licht glanzend aftekent tegen het zwart van de ruimte. De handschoen zweeft voortglijdend als een vreemdvormig zeewezen door het warme water in een aquarium.

Oorspronkelijke tekst © Antonio Muñoz Molina, 2006
Nederlandse vertaling © Adri Boon en De Geus bv, Breda 2012


Reacties



Om een reactie te kunnen plaatsen dient u ingelogd te zijn.

Bookmark and Share

Maanstorm

Antonio Munoz Molina € 22,95

Maanstorm

Antonio Munoz Molina € 17,99

Winter in Lissabon

A. Munoz Molina € 7,90

Zonder Blanca

Antonio Munoz Molina € 7,50

Zonder Blanca

Antonio Munoz Molina € 6,49

Nacht der tijden

Antonio Munoz Molina € 13,99