Bestel uw boeken online bij Athenaeum Boekhandel!

Leesfragment: De generatie der teleurgestelden

27 november 2015 , door Marja Pruis

Morgen in De Groene Amsterdammer, vanavond al te lezen op Athenaeum.nl: Marja Pruis over Jannah Loontjens' Hoe laat eigenlijk: 'Westerlingen in arm Afrika en dan ook nog eens in de relationele en existentiële misère, het lijkt vragen om ellende. Dat de roman toch onder je huid gaat zitten, heeft alles te maken met de nietsontziende ernst waarmee Loontjens haar personages door de jungle van hun binnen- en buitenwereld loodst.'

De samenwerking tussen Athenaeum Boekhandel en De Groene Amsterdammer is versterkt: op de site van De Groene kunt u de besproken boeken direct bij Athenaeum kopen.

Ruim een half jaar geleden was er een documentaire op televisie getiteld Alles wat we wilden; de jonge maakster, Sarah Mathilde Domogala, filmde haar generatiegenoten, eindtwintigers, over hun verlammende dromen en ambities. Prachtige, gezonde mensen, aan geld en mogelijkheden geen gebrek, en dan toch bekneld en ongelukkig. Bottomline: 'Ik heb zoveel keus dat ik niet weet wat ik moet kiezen.' En: 'Als je iets wil doen, wil je daar goed in zijn.' Het getoonde ongeluk was zo authentiek en oprecht dat de fascinatie het meestal wel won van de ergernis. Zelfs stak er af en toe een beetje mededogen op, maar een verwarrende kijkervaring was het wel. En kennelijk een indringende kijkervaring, want de nieuwe roman van Jannah Loontjens (1974), Hoe laat eigenlijk, bracht de documentaire in één klap terug in herinnering.
Het heeft te maken met een zelfde soort laveren tussen ergernis en fascinatie, die in het voordeel van de schrijfster uitpakt omdat ze een in principe nogal landerig gegeven - wie ben ik en wat moet ik - een hoge noodzaak meegeeft.
Hoe laat eigenlijk dient zich aanvankelijk aan als een liefdesroman en ontpopt zich gaandeweg tot een generatieroman. Weliswaar gaat het hier om middendertigers, maar de existentiële crisis is er niet minder om, misschien nog wel groter dan die bij de twintigers. Sommige paden zijn immers al ingeslagen, en hebben (nog) niet tot het verwachte geluk en succes geleid. In de woorden van Loontjens' hoofdpersonage Aaf: 'Wij behoren tot de generatie der teleurgestelden, denk ik. Voor de meesten is het leven niet veel meer dan een lange aaneenschakeling van routineuze handelingen geworden, een ultieme verveling. Voor sommigen, die geluk hadden, lag er nog agitatie en turbulentie, duizeligheid en dronkenschap in het verschiet. Bij anderen heeft de zelfverheerlijking plaatsgemaakt voor zelfdestructie.'
Aaf en haar vriend Ralf zijn dan ook nog eens allebei werkzaam in de kwetsbare creatieve sector: zij is kunstcritica voor een tijdschrift, dromend van een column waarin ze 'alles kwijt zou kunnen', en hij is filmer die in rap tempo niet meer veelbelovend dreigt te worden. Hun relatie staat onder spanning, en om iets van de druk af te halen neemt Aaf Ralf mee naar Senegal, waar ze voor haar werk naartoe moet om een stuk te schrijven over een kunstexpositie aldaar.
Loontjens heeft het zichzelf niet makkelijk gemaakt met de manier waarop ze haar verhaal vertelt, en ook haar lezers niet. In het begin zit Aaf opgesloten in een hotelkamer in Dakar, terwijl Ralf probeert hun paspoorten te verkopen, in een wanhopige poging aan wat geld te komen. Ralf heeft haar dus opgesloten, een uitgangssituatie die maakt dat het wel even duurt voordat je bereid bent hun besognes serieus te nemen. Welke vrouw laat zich willens en wetens opsluiten en welke man sluit zijn vriendin op? Het lijkt een nogal krampachtige manier van de schrijver om onmiddellijk de noodtoestand af te kondigen, die alles wat voorafging - het grootste deel van de roman wordt verteld in retrospectief - op scherp moet zetten.
Een andere complicerende factor is dat per hoofdstuk het vertelperspectief alterneert tussen Aaf (in de ik-vorm) en Ralf (in de hij-vorm). Het is altijd wel duidelijk daardoor wie er aan het woord is, maar de dubbeling van het perspectief voegt minder toe dan dat hij afbreuk doet. Aaf is duidelijk de belangrijkste stem in het geheel, en zoals Ralf wordt neergezet is hij niet heel veel meer dan een projectie van Aaf. Die afwisseling maakt de roman keuriger, en te weinig monomaan, terwijl hij het juist van de monomanie zou moeten hebben.
Aan de andere kant, want natuurlijk is er altijd een andere kant, biedt de roman nu wel een heel wonderlijke en intrigerende mengeling van stilstand en actie. Terwijl de wereld om haar heen in brand staat - bijvoorbeeld via het binnensijpelende bericht dat Pim Fortuyn is doodgeschoten - centreert Aafs gedachtewereld zich steeds meer rond vragen van identiteit en doel, van zichzelf, van Ralf, en van hen beiden als stel. 'Op welk punt ben ik aangekomen? In welk stadium van mijn leven? Hoe laat is het? Hoe laat eigenlijk, zou ik wel willen uitschreeuwen, alsof het antwoord op deze vraag me inzicht zou geven in al mijn onzekerheden. Inzicht in het pad dat ik momenteel bewandel. Inzicht in wat er goed is geweest, wat slecht, en wat er aan mijn leven veranderd moet worden. Een glimp van inzicht in de zin van het geheel.'
Aaf is een complex personage, dat naarmate de toestand nijpender wordt steeds meer de neiging lijkt te hebben te bevriezen, zich over te geven aan de eigen gedachtespinsels. Ralf omschrijft haar als 'een zee zonder golven: stil, gelijkmatig en, ja, in zekere zin misschien ook wel diepgaand. Maar in haar hart zindert geen zigeunermuziek, niet als ze een van haar recensies schrijft en niet op andere momenten.'
Gelijkmatige Aaf zorgt echter nog wel voor wat verrassingen, die Hoe laat eigenlijk een stevige en sensuele schwung bezorgen. Juist in de meer 'gewone' tafereeltjes, de tripjes, de handeltjes, het blowen en het vrijen, toont de schijfster zich een fijnzinnig observator. 'De dagen die ik met Diaz had doorgebracht waren dichtgeseald en zweefden zo als een luchtdicht pakketje buiten de rest van mijn leven.' Via Aafs lichaam weet Loontjens de Afrikaanse werkelijkheid bijna fysiek voelbaar te maken. Soms krijgt haar neiging bij werkelijk alles filosofisch weg te mijmeren iets lachwekkends, bijvoorbeeld als tijdens een vrijscne met de Senegalese Diaz de gedachten aan Heidegger toch weer de overhand krijgen.
Westerlingen in arm Afrika en dan ook nog eens in de relationele en existentiële misère, het lijkt vragen om ellende. Dat de roman toch onder je huid gaat zitten, heeft alles te maken met de nietsontziende ernst waarmee Loontjens haar personages door de jungle van hun binnen- en buitenwereld loodst. Aaf vraagt nogal eens droogjes tijdens discussies met Ralf of iets niet 'gewoon' een metafoor is, en zo begon ik me halverwege de roman af te vragen of het even vijandige als aanlokkelijke Afrika niet ook moet worden opgevat als een metafoor. Afrika als de Ander, die nooit echt te doorgronden en te kennen is. Al denkt Aaf daar natuurlijk net nog een tikje absoluter over: 'Sterker nog, je hebt het recht niet de ander te doorgronden. Het recht niet de ander tot een deel van jezelf te reduceren.'

De Groene Amsterdammer
Dichters & Denkers

MINDBOOKSATH : athenaeum