Bestel uw boeken online bij Athenaeum Boekhandel!

De bondige vertelkunst van Beppe Fenoglio in Dag van vuur

01 juni 2017
| | | | | |

Beppe Fenoglio's verhalenbundel Un giorno di fuoco is vertaald door drie vertalers: Frans Denissen, Karin van Ingen Schenau en Emilia Menkveld. Wij vroegen hen elk een vertaling in Dag van vuur toe te lichten.

‘Un giorno di fuoco’, vertaald door Frans Denissen

Alla fine di giugno Pietro Gallesio diede la parola alla doppietta. Ammazzò suo fratello in cucina, freddò sull'aia il nipote accorso allo sparo, la cognata era sulla sua lista ma gli apparì dietro una grata con la bambina ultima sulle braccia e allora lui non le sparò ma si scaraventò giù alla canonica di Gorzegno. Il parroco stava appunto tornando da visitare un moribondo di là di Bormida e Gallesio lo fulminò per strada, con una palla nella tempia. Fu il più grande fatto prima della guerra d'Abissinia.
Eind juni gaf Pietro Gallesio het woord aan zijn dubbelloops. Hij vermoordde zijn broer in de keuken, maakte op het erf zijn neef koud die op de knal kwam aangehold, zijn schoonzus stond op zijn lijst maar ze verscheen achter een traliehek met haar jongste kind op de arm en dus vuurde hij niet op haar maar stormde naar de pastorie van Gorzegno. De pastoor kwam net terug van een bezoek aan een stervende ergens aan de overkant van de Bormida, en Gallesio schoot hem op straat dood met een kogel in zijn slaap. Het werd de belangrijkste gebeurtenis vóór de Abessijnse oorlog.

'Eind juni gaf Pietro Gallesio het woord aan zijn dubbelloops.' Met deze in al zijn eenvoud magistrale zin begint Beppe Fenoglio het eerste van zijn 'Verhalen uit de familiekring': na al te lang stilzwijgend zijn frustratie en vernedering te hebben opgekropt besluit de hoofdfiguur zijn wapen voor hem te laten spreken. Een hele dag lang zijn de salvo's niet van de lucht. Het wordt Un giorno di fuoco.
In een literair werk zijn er doorgaans drie elementen waar de maker bijzondere aandacht aan besteedt: de beginzin, de slotzin en de titel. Over die laatste wil ik het hebben. Terwijl de schrijver die namelijk meestal pas kiest wanneer zijn tekst voltooid is, wil de uitgever hem zo snel mogelijk kennen: de omslagontwerper moet aan het werk. Nu mikt Fenoglio met zijn titel op een dubbele betekenis: far fuoco betekent 'schieten, vuren' en de combinatie di fuoco roept woede, razernij zelfs op. Een dag vol vuur klinkt te jongensboekachtig, Een vurige dag doet aan een liefdesgeschiedenis denken, Vuurdag is de dag waarop kampvuren worden ontstoken… Er worden nog wat losse flodders afgeschoten: Dies irae (te erudiet), Het heetst van de strijd… Maar we willen er toch graag het woord 'vuur' in houden. De Bijbel brengt uitkomst: de 'dag van vuur' is de dag des oordeels, de dag der wrake. En dat is het in het anders slaperige dorpje Gorzegno wel degelijk. We zijn eruit: het wordt Dag van vuur.

Frans Denissen vertaalde eerder werk van Giovanni Boccaccio, Curzio Malaparte, Emilio Carlo Gadda, Leonardo Sciascia en André Baillon. Hij kreeg in 2012 de Martinus Nijhoffprijs toegekend.

‘Pioggia e la sposa’, vertaald door Karin van Ingen Schenau

Fu la peggiore alzata di tutti i secoli della mia infanzia. Quando la zia salì alla mia camera sottotetto e mi svegliò, io mi sentivo come se avessi chiuso gli occhi solo un attimo prima, e non c'è risveglio peggiore di quello per un bambino che non abbia davanti a sè una sua festa o un bel viaggio promesso.
La pioggia scrosciava sul nostro tetto e sul fogliame degli alberi vicini, la mia stanza era scura come all'alba del giorno.

Nog nooit in al die eeuwen van mijn kindertijd was opstaan zo erg geweest. Toen tante naar mijn dakkamer boven kwam en me wakker maakte, voelde het alsof ik mijn ogen pas een ogenblik daarvoor had dichtgedaan, en er bestaat geen akeliger ontwaken voor een kind dat geen feestje, of mooi reisje in het vooruitzicht heeft.
De regen kletterde op ons dak en op de bladeren van de bomen naast het huis, mijn kamer was donker als bij dageraad.

Toen ik in de jaren tachtig met overgave aan de vertaling van De drieëntwintig dagen van de stad Alba begon, kroop ik helemaal onder in het onderkoelde verslag van de tweeduizend partizanen die met hun lawaai de fascisten van het Mussoliaanse Salò uit de stad verjoegen en haar met tweehonderd na drieëntwintig dagen moesten opgeven. Met de landkaart erbij leefde ik mee met de escapades van de jonge partizanen, die in de omgeving van Alba op fascisten, Duitsers, verraders, voedsel, kleren, drank en wapens joegen. Ik herkende elk pad op de uitstekende Italiaanse kaart, ik zag de boerderijen en het struikgewas waarachter ze zich verstopten. En ik voelde mee met de burgers die als schietschijven tussen partizanen, fascisten en Duitsers bekneld zaten.

Nu in 2017 ben ik gevraagd om mee te werken aan een nieuwe vertaling van Fenoglio. Voor Dag van vuur reis ik met dezelfde overgave en dezelfde kaart terug in de tijd naar de heuvels van Piemonte in de jaren dertig, Fenoglio’s jeugd. In Regen en de bruid volg ik hem als hij, een kind nog, met zijn tante en priesterneef kletsnat door de heuvels sjokt, voor een gratis bruidsmaal. Hoe de priester in het noodweer een geloofscrisis beleeft is exemplarisch voor de bondige vertelkunst van Fenoglio.

Karin van Ingen Schenau vertaalde eerder jeugdboeken van Moony Witcher naar het Nederlands en enkele bloemlezingen naar het Italiaans.

‘Superino’, vertaald door Emilia Menkveld

'Questo è quello che noi chiamiamo un gorgo,' mi bisbigliò.
'Lo so,' dissi io in un soffio, e guardavo di traverso l'acqua profonda, variegata come la pelle dei serpenti. Era perfettamente immobile, come raggelata, ma le radici e i rami sommersi si agitavano come anime del purgatorio.
'In questo gorgo, due anni fa,' riprese Superino adagio, quasi sillabando, 'si è annegato Pietro Cogno, accusato di aver ingravidato la povera scema dei Moretti.'

Dit is wat wij een draaikolk noemen,' fluisterde hij.
'Ik weet het,' antwoordde ik vlug en ik keek uit over het diepe water, geschakeerd als een slangenhuid. Het stond volkomen stil, als bevroren, maar de wortels en de takken onder het oppervlak roerden zich als zielen in het vagevuur.
'In deze draaikolk,' vervolgde Superino langzaam, bijna lettergreep voor lettergreep, 'heeft Pietro Cogno zich twee jaar geleden verdronken, hij werd ervan beschuldigd dat hij dat maffe mens van Moretti had bezwangerd.

Beppe Fenoglio is een meester in het vertellen op afstand. Van de urenlange schietpartij in het titelverhaal tot het tragische einde van de dorpsgek aan het slot van Dag van vuur: nooit is de verteller zelf aanwezig bij het drama. Hij beleeft het van veraf of hoort erover van familie of dorpsgenoten. Tegelijkertijd weet Fenoglio de lezer met zijn sobere, indringende taal en levendige dialogen juist heel nauw bij de personages te betrekken.
Mijn persoonlijke favoriet is het verhaal Superino, waarin een jeugdvriend van de verteller dankzij een loslippige jachtopziener in de kroeg ontdekt dat zijn ouders niet zijn echte ouders zijn. Hij blijkt een zoon van de door hem zo gehate dorpspastoor en de maffe oude onderwijzeres.
Met een groot gevoel voor suspense ontrafelt Fenoglio de gebeurtenissen. Hij neemt de ruimte voor uitgebreide karakterschetsen, geeft anekdotes die in het licht van de afloop een heel nieuwe lading krijgen. Jaren later keert de verteller terug naar het dorp waar hij vroeger zijn zomers doorbracht. Dan pas verneemt hij van de dorpsbewoners stukje bij beetje wat er met Superino is gebeurd.
Het effect is verbluffend. Misschien juist door de indirecte manier van vertellen krijgt het verhaal een grote tragiek en onomkeerbaarheid. Het is een van de redenen waarom Fenoglio een groot Nederlands publiek verdient.

Emilia Menkveld vertaalde eerder Elio Vittorini's De rode anjer. Ze schrijft voor onder andere Trouw en Filter.

Delen op

MINDBOOKSATH : athenaeum