De lange zinnen van Moshin Hamids Exit West, vertaald door Saskia van der Lingen

17 augustus 2017
| | | |

Mohsin Hamids Exit West is een van onze Zomerboeken, én 12 september bezoekt de auteur Amsterdam voor het John Adams Institute. Reden te over om Saskia van der Lingen te vragen te vertellen over haar vertaling van de roman, en dat wilde ze. Over lange zinnen zonder adem.

N.B. Lees op Athenaeum.nl een fragment uit de Nederlandse vertaling en Fleur Speets recensie. En meld u aan voor het evenement op 12 september.

 

Exit West is een liefdesverhaal in tijden van migratie. In een niet nader genoemde, vermoedelijk Midden-Oosterse stad voelen twee jonge mensen, de conservatieve Saïd en de vrijgevochten Nadia, zich tot elkaar aangetrokken. De ontbrandende burgeroorlog drijft hen in elkaars armen. De toestand in de stad wordt onhoudbaar, en ze besluiten te vertrekken via een van de geheimzinnige deuren waar je tegen betaling doorheen kunt, als door een wormgat. Eenmaal in het Westen blijkt wereldwijd een enorme migrantenstroom op gang te zijn.

Exit West gaat over wat ontheemding met mensen doet. In het klein, met relaties tussen geliefden en familieleden, en in het groot, want de enige manier om het migratieprobleem vreedzaam op te lossen blijkt een totale herinrichting van de wereldorde. Om het gebeuren boven de geschiedenis van Nadia en Saïd uit te tillen, worden elf van de twaalf hoofdstukken even onderbroken door een fragment over een willekeurige wereldburger die door een deur gaat ­– of juist besluit te blijven waar hij of zij is.

Het verhaal wordt grotendeels verteld in de vorm van beschrijvingen: de gruwelen en bedreigingen maar ook de mooie momenten die de personages meemaken en hun gevoelens en gedachten hierover. De verteller onthoudt zich vrijwel geheel van commentaar. In plaats daarvan brengt hij zo veel mogelijk nuance aan door de beschrijvingen uit te spinnen in lange, gestapelde nevenschikkingen met bewust gedoseerde komma’s. Zinnen van meestal een hele alinea, alinea’s die soms wel een hele bladzij beslaan, zoals deze zin uit een fragment over een willekeurige Amsterdammer (!) die iemand uit de deur van zijn tuinschuurtje ziet komen:

On Prinsengracht in the center of Amsterdam an elderly man stepped out onto the balcony of his little flat, one of the dozens into which what had been a pair of centuries-old canal houses and former warehouses had been converted, these flats looking out into a courtyard that was as lush with foliage as a tropical jungle, wet with greenness, in this city of water, and moss grew on the wooden edges of his balcony, and ferns also, and tendrils climbed up its sides, and there he had two chairs, two chairs from ages ago when there were two people living in his flat, though now there was one, his last lover having left him bitterly, and he sat down on one of these chairs and delicately rolled himself a cigarette, his fingers trembling, the paper crisp but with a hint of softness, from the damp, and the tobacco smell reminded him as it always did of his departed father, who would listen with him on his record player to audio recordings of science fiction adventures, and would pack and puff on his pipe, as sea creatures attacked a great submarine, the sounds of the wind and waves in the recording mixing with the sounds of the rain on their window, and the elderly man who was then a boy had thought, when I grow up I too will smoke, and here he was, a smoker for the better part of a century, about to light a cigarette, when he saw emerging from the common shed in the courtyard, where garden tools and the like were stored, and from which a steady stream of foreigners now came and went, a wrinkled man with a squint and a cane and a Panama hat, dressed as though for the tropics.

De Engelse taal maakt gebruik van deelwoorden om zinsdelen te stapelen: ‘looking out’, ‘having left him’, ‘trembling’, ‘mixing’, ‘emerging’. In het Nederlands kan dat weliswaar ook, maar doet het onnatuurlijk en dus ‘vertaald’ aan. Zulke constructies worden in Nederlandse vertaling bijna vanzelfsprekend getransformeerd tot bijzinnen met persoonsvormen, voegwoorden en hier en daar een extra punt. Als docent vertalen houd ik mijn studenten voor dat óók interpunctie vertaald moet worden, dat wil zeggen: aangepast aan de conventies van de doeltaal.

Zo ging ik bij de vertaling van Exit West aanvankelijk ook van start. Maar al snel kreeg ik door dat ik op de verkeerde weg was. De zinslengte in dit boek heeft een functie. De spaarzame plaatsing van komma’s zorgt voor een zekere ademloosheid, de nevenschikking creëert een terloopsheid die vaak in schril contrast staat met het beschrevene. Het effect hiervan is een afstandelijkheid die de lezer – dat is mijn ervaring althans – juist extra dwingt tot bespiegeling. Daarom besloot ik zinslengte en interpunctie in deze vertaling zoveel mogelijk te handhaven. Om er geen vertaald klinkend Nederlands van te maken heb ik meestal wel de deelwoorden tot bijzinnen uitgewerkt.

Op de Prinsengracht in het centrum van Amsterdam stapte een oudere man het balkon op van zijn kleine appartement, een van de tientallen in het complex waartoe een stel eeuwenoude grachtenpanden en voormalige pakhuizen waren verbouwd, appartementen die uitkeken op een binnentuin met gebladerte zo welig als in een tropisch oerwoud, vochtig van groen in deze waterstad, en de houten borstwering van het balkon was begroeid met mos en varens en er groeiden klimplanten langs, en op het balkon had de man twee stoelen staan, twee stoelen van tijden geleden toen er nog twee mensen in het appartement woonden, maar nu woonde er nog maar één want zijn laatste geliefde had hem bitter genoeg verlaten, en hij ging op een van die stoelen zitten en rolde voorzichtig een sigaret, met trillende vingers, het vloeitje knisperend maar ook een beetje zacht aanvoelend vanwege het vocht, en de geur van de tabak herinnerde hem als altijd aan zijn overleden vader, die samen met hem naar langspeelplaten met sciencefictionhoorspelen had geluisterd en dan een pijp had gestopt en had zitten dampen terwijl zeemonsters een grote onderzeeër aanvielen en de geluiden van de wind en de golven op de plaat zich vermengden met het geluid van de regen tegen hun ramen, en dan had de oudere man die toen nog een jongen was gedacht: als ik later groot ben ga ik ook roken, en daar zat hij nu, al meer dan een halve eeuw een roker, op het punt een sigaret op te steken, toen hij uit het gemeenschappelijke schuurtje in de binnentuin, waarin tuingereedschap en dergelijke werd opgeslagen en waar tegenwoordig een gestage stroom vreemdelingen in- en uitging, een gerimpelde man zag komen met een olijke blik en een wandelstok en een panamahoed, gekleed als voor de tropen.

Saskia van der Lingen vertaalde eerder Verdriet is het ding met veren van Max Porter (op de shortlist voor de Europese literatuurprijs 2017, lees een fragment op onze site), en werk van onder anderen A.S. Byatt, Patrick deWitt, Siri Hustvedt en Tim Parks.

MINDBOOKSATH : athenaeum