Nieuws: Nieuw en te verwachten in de derde week van mei bij Athenaeum
Het is een feestelijke week, na de uitreiking van de P.C. Hooft-prijs aan H.J.A. Hofland. Dit weekend publiceerden we exclusief voor uit zijn Bemande essays. Wat we verder kunnen beloven: een fragment uit het nieuwe Dagboek 1970-1971 van Frida Vogels en een vooruitblik op de Gidslezing door Tim Parks - met een inleiding door Arjen Mulder en begeleidende gedichten van Lloyd Haft.
Boekige activiteiten zonder dat u daadwerkelijk leest, die zijn er ook: 19 mei gaat het bij Spui25 om architectuurhandboeken, en 18 mei is er een avond bij de SLAA rond Lydia Davis. En: vanaf dinsdag 24 mei kunt u in het DeLaMar Theater in Amsterdam weer genieten van De Meeuw van Anton Tsjechov.
Op zondag 29 mei wordt bij De Meeuw als extra activiteit een lezing georganiseerd voorafgaand aan de voorstelling. Deze is gratis te bezoeken door iedereen die de voorstelling heeft bezocht of gaat bezoeken. Bovendien biedt Hummelinck Stuurman nu een rangkorting van € 5,- voor nieuwsbrieflezers - abonneert u zich dus nu.
19 mei verschijnt een nieuwe bloemlezing uit het essayistische werk van P.C. Hooftprijswinnaar H.J.A. Hofland, Bemande essays, samengesteld door Hans Renders en Jeroen Vullings, met een nawoord door Jeroen Vullings. Dit weekend kon u uit de afdeling 'Ongepubliceerd' 'De non-conforme nietsnut' (1950) lezen, een essay over het schrijverschap.
‘Ook wanneer men verder niet nieuwsgierig is naar de levensvatbaarheid en de levensmogelijkheden der levende letteren, kan men zich afvragen waarom toch zovelen ‘gezworen hebben zich aan de letteren te wijden’. Dat deze velen de eed alleen aflegden om het leven der letteren te behoeden, kan nauwelijks aangenomen worden, evenmin dat in deze moeilijke tijden de vraag van het publiek zo groot is. De omvang van het aanbod moet een andere oorzaak hebben.
Waarom, in het algemeen, schrijft men? Het probleem is nog niet opgelost. Soms is het schrijven een zuiver lichamelijk genoegen, een kwestie van wellust.’
Zondag 15 mei was bij de SLAA, in een van de kleinste theatertjes van Amsterdam, voor de zevende maal een van de kleinste maar ook mooiste poëzieprogramma's van Amsterdam: In het hoofd van de dichter. Praten over poëzie zonder meteen te duiden, niet de tekst staat centraal, maar het schrijven van het gedicht. Deze zondag was K. Michel te gast; interviewers Wim Brands en Erik Lindner vertelden vrijdagavond waarom, hier het begin van Brands' bijdrage:
‘Waarom K. Michel zo'n goede dichter is ontdekte ik tijdens een korte reportage die we maakten tegenover onze Amsterdamse studio. We stonden aan de overkant van het water. En het was de bedoeling dat we zouden praten over een klein stukje van de stad. Het gaat om een paar vierkante meter.
Hoe kijkt een dichter dan?
Eerst kijkt hij niet echt.
Hij bakent de plek af, beent er omheen, als een cocker spaniel in de branding, aan het begin van de zomer.
Dan staat hij stil.’
Die boeken komen eraan, maar deze zijn er al: nieuwe boeken van Deszö Kosztolányi, Richard Mason, Simon Vestdijk, Claude Lanzmann, Toon Tellegen, Francis Fukuyama (vertaling), Jaap Cohen, Albert-Laszlo Barabasi, Erik Menkveld, Julien Gracq, Olivia Laing, Theodore Dalrymple, Todd McGowan, Rachel Dwyer & Jerry Pinto (eds.), Daniel Miller, Dominique Charnay, Koen Vergeer, Sherwood Anderson, Arnon Grunberg, A.N. Wilson, Maman chérie, Terry Eagleton, Dana Cuff & Roger Sherman (eds.), Lila Azam Zanganeh, Emily Dickinson, Martijn Haas Jan van der Putten, Antonio Pennacchi, Frank Dikötter, Elaine Showalter (ed.), Isaac Rosa, Paul Theroux, E. Jas, Paulien Oltheten en Verna Posever Curtis (ed.).



