Nieuws: Mijn DBNL: De heliport en de straat
In de serie Mijn DBNL doorzoeken lezers van beroep en passie de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren. De serie is een initiatief van DBNL en Athenaeum Boekhandel. Dit is de laatste aflevering.
Wist u dat er in het centrum van de Braziliaanse stad São Paulo niet minder dan 250 heliports zijn? Daar ziet men helikopters stijgen en dalen van de rijken, die er niet over piekeren om zomaar over de straten van deze miljoenenstad te lopen of te rijden. Ik ontleen dit bijna filmische beeld aan het nieuwe boek van Slavoj Žižek, Eerst als tragedie, dan als klucht (Boom, 2011, zie onze voorpublicatie). De snokkende, snuivende filosoof (zie de vele YouTube-filmpjes die er van zijn voordrachten en van interviews met hem bestaan) uit Ljubjana geldt als een van de meest uitgesproken publieke intellectuelen in Europa, met zijn combinatie van een werkelijk kosmopolitische interesse in de wereld, en een even dramatisch als veelzijdig historisch besef. Door maarten asscher.
De hype die Žižek heet, is ook in Nederland niet van vandaag of gisteren. Meer dan 15 jaar geleden publiceerde de Vlaamse schrijver en dichter Stefan Hertmans al over de Sloveen in het tijdschrift De Gids (Jaargang 1995, nr. 4), een gegeven dat weer eens aantoont hoezeer literaire tijdschriften een verkennende functie hebben voor de literaire en intellectuele ontwikkeling in ons land.
Stefan Hertmans was onlangs te gast bij het academisch-cultureel centrum SPUI25 (www.spui25.nl) om met twee collega-schrijvers in gesprek te gaan: Peter Buwalda, wiens Bonita Avenue (zie het uitgebreide fragment in onze Nacht) het meest stormachtige romandebuut sinds jaren in de Nederlandse literatuur genoemd mag worden, en Marja Pruis, die met haar literaire columns Kus me, straf me (voorpublicatie) een even opvallende als terechte nominatie voor de AKO-Literatuurprijs verwierf. De avond vond plaats naar aanleiding van Hertmans’ kort tevoren verschenen essaybundel De mobilisatie van Arcadia (uitgebreid fragment). Wat zich ontrolde was een gesprek over literatuur, over politiek, over België en Vlaanderen en vooral ook over Nederland, over de geneugten van de taal en de verantwoordelijkheden van het schrijverschap. Kortom, een heerlijk, gevarieerd en relevant gesprek, waar je als lezer meteen ongeduldig geïnteresseerd van raakt. De mobilisatie van Arcadia is in Vlaanderen door De Standaard der Letteren in een lovende recensie begroet als een essayboek ‘waarvoor je misschien wel een hele kast romans weggeeft.’ Dat is een krasse aanbeveling, maar het is inderdaad een boek vol doordachte, fijnzinnige en tegelijk uitgesproken essays over zulke uiteenlopende onderwerpen als het engagement in de kunst, over Michel Houellebecq, over de blik van Medusa en over de kleur rose bij Tiepolo.
Als half-buitenstaande waarnemer heeft Hertmans ook Nederlandse lezers een heleboel te zeggen over wat Nederland (en België) mankeert, en zijn essaybundel laat weer eens zien hoe helder denken en goed lezen en schrijven kunnen bijdragen aan het vinden van creatieve richtingen voor een oplossing. Hertmans zou een bijzondere nuttige aanvulling zijn op het kleine groepje actieve ‘publieke literatoren’ dat Nederland rijk is, die – soms tegen beter weten in – de moeite blijven nemen om zich, naast hun eigen scheppende literaire werk, uit te spreken over politiek, media, cultuur, bezuinigingen, taalbeleid, economie, enzovoort. Marjolein Februari, Marcel Möring, P.F. Thomèse. Fictieschrijvers die zich naast hun literaire werk ook druk maken om de hen omringende wereld, en die daarmee verantwoordelijkheid nemen voor een stukje van onze gezamenlijke toekomst.
Boeken zijn immers niet bedoeld als een soort luxevervoermiddel, waarmee je zonder de grond te raken van de ene culturele heliport veilig naar de andere komt. Boeken zijn bij uitstek het vehikel waarmee lezers door de volle werkelijkheid heen kunnen reizen. De koninklijke weg in de literatuur is de weg die dwars door het heden of door de geschiedenis loopt, met alle risico’s en kwetsbaarheden van dien. Dat geldt voor de grote schrijvers uit het verleden, wier werken bol staan van de moord (Shakespeare), wraak (Euripides), doodslag (Homerus) en oorlog (Tolstoj). En het geldt in onze tijd net zo goed voor Stefan Hertmans. Al sinds zijn debuut in 1981 is Hertmans op die koninklijke weg een geoefende gids: als romanschrijver, als essayist en als dichter. Het is al weer een jaar of tien geleden dat hij in Nederland een beetje een fatsoenlijke literaire prijs heeft gekregen (de F. Bordewijk-prijs in 2002 voor de roman Als op de eerste dag). Het wordt hoog tijd dat daar iets aan gebeurt. Met dank aan de DBNL die mij met een druk op de muisknop weer eens de hele bibliografie en een schat aan gedigitaliseerde tijdschriftbijdragen van deze grote Vlaamse schrijver toonde.
Maarten Asscher. Boekhandelaar en schrijver. Meest recente publicatie H2Olland. Op zoek naar de bronnen van Nederland (2009).



