Nieuws: Mijn DBNL: Louise Fresco, In het Paradijs
In de serie Mijn DBNL doorzoeken lezers van beroep en passie de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren. De serie is een initiatief van DBNL en Athenaeum Boekhandel.
Het paradijs moet een soort bibliotheek zijn geweest, schrijft Jorge Luis Borges (‘Siempre imaginé que el Paraíso sería algún tipo de biblioteca’). Ik heb dat altijd een prachtig beeld gevonden, de bibliotheek als topos van paradijselijke overvloed, waar je alles kon vinden en alles kon kwijtraken. Door louise o. fresco.
De huizen waarin ik ben opgegroeid hadden wel iets van zo’n paradijselijke bibliotheek, meer bibliotheek dan paradijs weliswaar, met hun voor kinderogen bijna onuitputtelijke voorraden aan boeken en bedrukt papier. Bij iedere verhuizing werd ons gevraagd of wij een kantoor waren in plaats van een familie, want zoveel boeken hadden ze niet eerder gezien. Tot op de wc stonden er boeken. Ze lagen in stapels op alle horizontale oppervlaktes in de studeerkamer, en elders, op de piano en radiatoren, in de gangen, op de traptreden, op de grond en zelfs in de bijkeuken. Op sommige plaatsen kon je alleen zigzaggen om de stapels die bestonden uit boeken die niet meer in de kasten pasten.
Nieuwe boeken werden met de post gestuurd of in de boekwinkel gekocht. Maar er waren minstens zoveel oude boeken, met linnen kaften met gekrulde letters. Er was een hele rij van Louis Couperus, waarvan ik me vooral herinner Iskander, De Boeken der Kleine Zielen en Van oude menschen, de dingen, die voorbij gaan... Ieder deel had een kaft in geel linnen met zwarte letters en een Jugendstilrand, dezelfde die ik in de collectie van DBNL weer terugvond. Er waren rijen met onvolledige jaargangen van De Gids, het oudste literaire tijdschrift ter wereld, die nu al voor een groot deel en binnenkort zelfs compleet in de DNBL te vinden zijn.
Mijn favorieten waren de oudste boeken, ingebonden in zacht, licht bollend leer, en de zeldzaamste, brede kaften van grauwwit perkament dat spande om de koordjes waarmee de rug samengebonden was. Er waren de Werken van Vondel, meen ik, maar misschien was het Dante.
Net als het paradijs vanaf het begin gevuld was met overvloed, zo bestonden boeken zolang als ik me kan herinneren. Als saaie muis (een nerd zou je nu zeggen) wilde ik alleen maar boeken voor mijn verjaardag. Als ik ziek was en geen zin had in bezoek, deed ik mijn ogen dicht en verzon een eigen boek. Nog herinner ik me de ontdekking dat de onlogische chaos van de titels zelf een verhaal vormden: Gezelles Kerkhofblommen niet ver van het Geuzenliedboek en het Gilgamesh-epos.
Nog steeds ben ik een boekenverslaafde, en omring mij met stapels ongelezen, nog niet herlezen en halfgelezen boeken. Naast mijn bed liggen, tussen allerlei buitenlandse kleinoden, Annie Romein, Geert Mak en boeken van en over Ischa Meijer. En alle romans van 2010 die voor de Librisjury gelezen moeten worden. Daarom ben ik ook zo gevoelig voor het streven naar volledigheid van DBNL. De site geeft mij een zelfde paradijselijk gevoel van onuitputtelijkheid, een tuin waar de boeken je als de spreekwoordelijke gebraden duiven de mond in vliegen, en waar snoepen van de boom der kennis wordt aangemoedigd.
Louise O. Fresco is onder andere universiteitshoogleraar bij de UvA en columnist bij NRC Handelsblad en Folia, en schrijfster van drie romans.
Het boek bij het bestand? Fresco’s keuze bij Athenaeum Boekhandel:




