Nieuws: Mijn DBNL: De boekenkast, de snoepwinkel (Gustaaf Peek)
In de serie Mijn DBNL doorzoeken lezers van beroep en passie de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren. De serie is een initiatief van DBNL en Athenaeum Boekhandel.
Net als zoveel op internet is de website van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren buitengewoon verslavend. Ik kan me nog herinneren wanneer ik er voor het eerst op stuitte. Ik googlede op de Vlaamse dichter Paul Snoek. Ik las toen diens Bultaco 250 cc en was hongerig naar meer en dbnl.org bleek een van de hits. Klonk academisch, serieus, ik klikte op de site. Pas uren later wist ik te ontsnappen aan dit vers ontdekte fenomeen, dat vanaf dat moment een vaste halte is geworden bij mijn lopende gedachten over Nederlandstalige schrijvers. Bij Paul Snoek las ik namelijk over het befaamde literaire tijdschrift Gard Sivik, waardoor ik weer aan Armando moest denken, en na Armando dwaalde ik af naar andere auteurs die ik na een paar happen achteloos kon inruilen voor nieuwe bevliegingen. Zonder tussenkomst van bibliothecarissen, zonder wacht- of sluitingstijden. Door gustaaf peek.
Natuurlijk zocht ik ook naar mijn eigen naam, maar die had deze enorme en eerbiedwaardige boekenkast nog niet gehaald.
Nerds als ik gebruiken de site dus voor de lol, maar ik ben er ook te vinden wanneer ik mij hul in mijn vermomming van criticus. Zo schrijf ik nu een stuk over Vincent Mahieu, het ‘literaire’ alter ego van Tjalie Robinson, de beroemdste nom de plume van Jan Boon (1911-1974). Tien jaar geleden zou ik naar de Universiteitsbibliotheek van Leiden (waar ik toen woonde) zijn gegaan, en naar de KB en wellicht ook naar de vriendelijke mensen van het KITLV. Dbnl.org stimuleert mijn natuurlijke luiheid en maakt me afhankelijk van het tempo waarin ze rechthebbenden achterhaalt en artikelen en boeken kan uploaden.
Gelukkig is er al veel te vinden. Zo staat het Verzameld Werk (!) van Mahieu (uitgegeven door Querido in 1992) op de site. Nu kan deze virtuele versie mijn dierbare en beduimelde exemplaren van Mahieus Tjies (1958) en Tjoek (1960) niet vervangen, maar voor een citaat hoef ik de tekst in ieder geval niet meer nauwkeurig over te typen. Ik open informatieve stukken van Rob Nieuwenhuys, van Wim Willems en van Monty Beekman. Die laatste is zo boeiend dat ik terechtkom bij zijn primaire teksten. Mahieu staat even in de wacht, maar dat mag niet te lang duren.
Dan overlijdt Hella Haasse en snel zoek ik haar op. Zelfportret als legkaart (1954) is integraal opgenomen, wat een buitenkans. ‘De dagelijkse werkelijkheid van de vrouw: etensresten, vet afwaswater, vuil zeepsop, haardotten, stofnesten, kapotte kledingstukken, van urine verzadigde luiers, kachelgruis, kruimels en schillen, ordeloze bedden, rommelige kamers.’ De rest van de dag is verloren.
Lang weet ik het uit te stellen, maar op een dag tik ik dan toch weer op de P, scroll omlaag. Opluchting, ik sta erbij. Een akelig lege pagina, wel voorzien van een portret door huisfotograaf van DBNL Chris van Houts, jaren geleden genomen toen we in Amsterdam over een zonnig Damrak flaneerden. Maar toch: ‘Werken van Gustaaf Peek / (geen titels beschikbaar)’.
Ik zal nog meer moeten schrijven.
Gustaaf Peek is redacteur van het literair tijdschrift De Revisor en schrijver van drie romans.



