Nieuws: Mijn DBNL: Houtwallen, hazenlegers en muizengaten
In de serie Mijn DBNL doorzoeken lezers van beroep en passie de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren. De serie is een initiatief van DBNL en Athenaeum Boekhandel.
Tot voor kort bezat ik nog een aantal totaal uit elkaar vallende deeltjes van het Klassiek Letterkundig Pantheon, op de een of andere manier overgehouden aan mijn studie Nederlands. De ergst gehavende exemplaren heb ik weggedaan. Een enkele semi-gave Reinaert houdt nog stand, evenals een rugloze serie Hollandsche Spectator van Justus van Effen. Voorts staat er de spectrumreeks van de Nederlandse Letterkunde. Maar erg vaak sla ik ze niet meer op. En hoewel ik schuin tegenover de UB woon, vraag ik ook hoogstzelden een oud Nederlands literair werk aan. In de eerste plaats omdat mijn belangstelling zich wat heeft verlegd en ik geen praktiserend Neerlandicus ben, in de tweede plaats omdat de DBNL er is. Door nelleke noordervliet.
Ik hoef niet meer door weer en wind de 200 meter naar de bibliotheek af te leggen om een foliant ‘ter inzage’ te krijgen. Ik begrijp volkomen dat ‘ter inzage’ voor kwetsbare oude werken, maar het ergert me ook mateloos. Op de een of andere manier heb ik weinig geduld meer voor het zitten in een leeszaal. De ergonomische stoelen zijn prima en er is altijd wel een stil plekje te vinden, maar ik word er rusteloos van. Het liefst heb ik alles thuis. De digitalisering is goddank al vrij ver voortgeschreden, zodat ik een paar muisklikken verwijderd ben van de Elegast, Robbeknol en Saartje Burgerhart.
Op dit moment worstel ik me weer door een roman – dat wil zeggen: het schrijven ervan is een worsteling – die in de zeventiende eeuw is gesitueerd. Het corpus teksten uit en over de Gouden Eeuw is immens. Regelmatig ben ik dus weer op de site van de DBNL te vinden. Maar opgepast! Het vertrouwen kan ook overdreven worden. Van originele teksten – literair of cultuur-historisch van belang – is lang niet alles te vinden. Zo meende ik dat De Schat der Gesondheydt van Johan van Beverwijck, een mijpaal in de populaire geneeskunst van de zeventiende eeuw, uiteraard integraal te vinden zou zijn. Ik stootte mijn neus – er wordt nog aan gewerkt, begrijp ik. Soms wil het weleens helpen bij Google-books te rade te gaan, maar daar ontbreken vaak opzettelijk een aantal pagina’s.
Niettemin vinden we daar Cornelis Stalpart van der Wiel, een leuke medische tekst, die de DBNL ook niet heeft. Hans Bontemantel, de soepele Amsterdamse regent, was daarentegen wel in de DBNL, en Elisabeth Musch van Van Lennep. Maar weer niet de brieven van Johan de Witt in de uitgave van Japikse. Zou toch moeten!
Vorig jaar maakte ik voor de VPRO-gids de literaire quiz. De antwoorden mochten niet te googlen zijn. Dat levert een probleem op, omdat zo langzamerhand alles te googlen is. De vraagstelling werd dus belangrijk. En al zoekend en proberend merkte ik dat ik in de krochten van de DBNL vragen en antwoorden kon halen die niet zo maar werden vrijgegeven door een eenvoudige zoekterm in Google. Het was een wedstrijd tegen vindbaarheid. Een vorm van paaseieren verstoppen. De DBNL blijkt dan een landschap te zijn vol houtwallen, hazenlegers, muizengaten en bodembedekkers.
Mijn ervaringen leiden tot een voorstel: zet op de DBNL-site een interactieve wensenlijst waarop aangegeven kan worden welke teksten moeten worden opgenomen. De tekst met de meeste vinkjes krijgt voorrang op andere. Hup Johan van Beverwijck!



