Nieuws: Mijn DBNL: Een park met vergezichten
In de serie Mijn DBNL doorzoeken lezers van beroep en passie de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren. De serie is een initiatief van DBNL en Athenaeum Boekhandel.
De aankondiging in de herfst van 2010 kwam als een verrassing: Posada Art Books stond te koop voor overname, nu de eigenaars zich te oud voelden hun zaak nog lang voort te zetten. De winkel, gelegen in het centrum van Brussel (29, Rue de la Madeleine), was een instituut, ooit door The Guardian uitgeroepen tot de zevende mooiste boekhandel ter wereld. Boekenliefhebbers dwaalden er rond, in het smalle voor- en achterhuis, met elkaar verbonden door een overdekte patio. Vier verdiepingen vol trappen en vertakkingen, galerijen en geheime nissen. Een overweldigend interieur, gevuld met een even overweldigend aanbod van nieuwe en oude boeken over kunst. Door jo tollebeek.
Alles viel (en valt) er (voorlopig nog) te vinden. De onlangs verschenen studie over de Franse schilder Gustave Caillebotte? Zeker! Maar ook een boek over het atelier van Léon Bonnat, waar Caillebotte het vak leerde. En een boek over het negentiende-eeuwse Parijs dat hij verbeeldde. En een boek over de moderniteit van die wereld, met de stations en de spoorwegbruggen die de ingenieur Caillebotte en de impressionisten zo graag schilderden. En een boek over de blik die bij dat universum paste. En een boek over de opkomende fotografie, die ook door Gustaves broer Martial werd beoefend. Het is een paradox: in de besloten ruimte die Posada is, wordt de kunst een deel van een wereld die zich steeds verder uitstrekt.
DBNL is een ruimte die niet minder ondoordringbaar lijkt dan de Brusselse boekhandel. Mijn voorgangers op deze plaats hebben het op eloquente wijze benadrukt: DBNL is een labyrint. De ene ontwaarde er een complex gangenstelsel in, de andere vond er duistere krochten. Meer zelfs: zij had het over ‘een landschap vol houtenwallen, hazenlegers, muizengaten en bodembedekkers’. Over een derde, die in DBNL vooral een kerkhof zag, spreek ik maar liever niet.
Mijn verkenning van dit labyrint leert mij dat dit slechts schijn is. De eerste stappen - van de ‘Nederlandse Literatuur’ naar ‘De Negentiende Eeuw in honderd artikelen’ - houden al dadelijk een verrassende wending in: naast een artikel over de Bibliotheek van Nederlandsche Schrijfsters vind ik een opstel (van Jan Sitvast) over de populariteit van almanakken. Ik keer terug naar mijn vertrekpunt en marcheer ditmaal in de richting van ‘literatuurgeschiedenis.nl’. Opnieuw verwondering: onder ‘De Negentiende Eeuw’ wordt mijn blik gericht op studies over onder meer het nationalisme en over de technologische ontwikkelingen die de culturele revoluties van de eeuw mogelijk maakten.
Ik vat een nieuwe wandeling aan, nu door de gang die naar de ‘Basisbibliotheek’ leidt. Het schouwspel is indrukwekkend. Ik zie literaire monumenten, maar ook de Wisconstighe gedachtenissen van Simon Stevin. Ik zie dichterlijke experimenten, maar ook de studie die Jan Romein op het einde van zijn leven over de maatschappelijke veranderingen omstreeks 1900 schreef. Ik zie letterkundige certitudes, maar ook De mens is de mens een zorg van de socioloog Abram de Swaan, Maarten Doormans lofzang op het vooruitgangsgeloof in de kunst, de beschouwingen die Jankarel Gevers aan de idee van een universiteit wijdde. DBNL paart, zo wordt mij duidelijk, fictie aan non-fictie, de letteren aan geschiedenis, sociologie, cultuurkunde en nog veel meer.
De literatuur ontplooit zich in DBNL niet in claustrofobische ruimtes, maar in parken die vergezichten op andere werelden openen.
Jo Tollebeek is hoogleraar Cultuurgeschiedenis aan de K.U. Leuven, België. Bij Athenaeum Boekhandel koos hij voor vijf non-fictie-boeken waarin wetenschap en literatuur, kunst en eruditie elkaar de hand reiken:
Saskia de Bodt, Doede Hardeman en Herwig Todts, James Ensor. Universum van een fantast (catalogus bij een tentoonstelling in het Gemeentemuseum in Den Haag)
Terenja van Dijk en Patrick de Rynck (red.), Belichte stad. Over dag, licht en nacht (bij een gelijknamige tentoonstelling in het nieuwe Gentse stadsmuseum STAM)
Eveline Koolhaas-Grosfeld, De ontdekking van de Nederlander in boeken en prenten rond 1800 (over de vroegste bezinning op de nationale identiteit)
Rudy Kousbroek, Opgespoorde wonderen. De fotosyntheses verzameld (altijd precies, altijd helder)
Eva Rovers, De eeuwigheid verzameld. Helene Kröller-Müller (1869-1939) (over een ongelukkig leven, en hoe verzamelen daaraan geen einde maakte)



