Nieuws: De keuze van de conservator: Tussen Haarlemmerpoort en Halfweg
Tot de interessantste en tegelijkertijd rommeligste stroken land die Nederland rijk is, behoort wat mij betreft de bundeling van dijken, trekvaart, snelweg en spoorweg tussen Amsterdam en Haarlem. Hoewel deze verbindingen -met uitzondering van de dijken- in principe rechtdoor lopen, is er door een bizarre mengeling aan aftakkingen, industrie, havenaanleg, woningbouw, kantoren en volkstuintjes een proces in gang gezet dat op dit moment een landschap oplevert waar sommige mensen ongetwijfeld voor terugschrikken. Over de oostelijke helft van deze strook schreven Jaap Evert Abrahamse, Menno Kosian en Erik Schmitz Tussen Haarlemmerpoort en Halfweg. Historische Atlas van de Brettenzone in Amsterdam. Door kees zandvliet.
De rommeligheid van het gebied wordt weerspiegeld in de titel van het boek door het woord Brettenzone; een woord waarbij ondergetekende associaties krijgt met Atlantikwall en Sperrgebiet. Brettenzone zou eigenlijk al verbeterd kunnen worden tot Brittenzone. In het gebied stond de herberg Huis te Britten, die vernoemd was naar het Romeinse fortje Brittenburg aan de monding van de Oude Rijn bij Katwijk; het fortje dat dus het dichtste bij het gebied van de Britten lag, het huidige Groot-Brittannië.
![]()
De Brittenburg volgens Ortelius in 1581.
Bij het ontwerp van het Algemeen Uitbreidingsplan in het begin van de jaren '30 van de twintigste eeuw kreeg de Brettenzone de status toebedeeld van een van de groene lobben waardoor de stedeling snel vanuit het stadshart een groene zone zou kunnen bereiken. Bekendere lobben zijn die van de Amsteloevers en het Vondelpark.
Aan het formuleren van de lobbengedachte ging wat de Brettenzone betreft een lange geschiedenis vooraf; een geschiedenis die met behulp van veel beeld- en kaartmateriaal helder wordt uiteengezet door de auteurs. Heel slim is gekozen voor een groot, liggend formaat. Dat formaat maakt het mogelijk de langwerpige zone in verschillende perioden telkens weer op dezelfde schaal af te beelden. Voor de lezer creëert dit een snel inzicht in de belangrijkste ontwikkelingen.
Twee horizontale assen en een verticale as spelen hoofdrollen in het gebied: horizontaal de verbinding tussen Haarlem en Amsterdam enerzijds en het IJ, en later het Noordzeekanaal, anderzijds, en verticaal de waterafvoer vanuit de Haarlemmermeer, later vanuit de Ringvaart. De Amsterdamse invloed en de Haarlemse invloed ontmoeten elkaar halverwege, bij Halfweg. Daar stapten reizigers met de trekschuit van de zeventiende tot en met de negentiende eeuw ook letterlijk over. Zij moesten een paar honderd meter lopen om de spuisluizen van Rijnland over te steken, beschut door een galerij tegen het soms hoog opspattende water van de Haarlemmermeer.
Tussen Halfweg en Amsterdam is het eigenlijk al eeuwenlang onrustig onder invloed van de veeleisende hoofdstad. Landbouw verandert in veeteelt; veeteelt in tuinbouw; boerderijen in buitenplaatsen; landbouwgebied in industiegebied, havens en woonwijken; sportvelden in volkstuinen. Heel veel van het oude landschap en de oude bebouwing verdween zonder een spoor achter te laten en veel van wat er voor terugkwam is niet echt de moeite waard om een blokje voor om te gaan. De ontvoerders van Freddy Heineken vonden gemakkelijk een nauwelijks vindbare plek op een onoverzichtelijk en anoniem bedrijventerrein. Gelukkig vond er hier en daar en min of meer per ongeluk natuurontwikkeling plaats en werd bijvoorbeeld het dorp Sloterdijk, zoals aanvankelijk gepland, niet gesloopt. Uniek in het oude dorpje is het kerkhof met zeventiende- en achttiende-eeuwse tombes van Amsterdammers die zich liever buiten lieten begraven.
Achterin het boek staat een overzicht van de bewaard gebleven monumenten en ideeën over de ontwikkeling van het gebied. Een aantal monumenten van algemeen nut, zoals de in een park en cultureel centrum omgetoverde Westergasfabriek, kunnen ter plaatse bewonderd worden maar natuurlijk ook in de zaal van de negentiende eeuw in het Amsterdam Museum.
Kees Zandvliet is hoofd onderzoek, tentoonstellingen en educatie bij het Amsterdam Museum.
Athenaeum heeft een filiaal in het Amsterdam Museum. Daar worden, het zal niemand verbazen, vooral boeken over de geschiedenis van Amsterdam verkocht. Die vinden niet alleen hun weg naar de bezoekers, maar ook naar de conservatoren van het museum. In deze rubriek staat iedere maand een boek centraal dat een rol speelt bij een presentatie in het museum. Hoe maak je van een boek een tentoonstelling? Wat is De keuze van de conservator?




