Recensie: Niets menselijks is hen vreemd

26 april 2016 , door Helen Westerik
| | | |

Wat krijg je als je Wittgenstein, Heidegger en spreeuwen in één boek stopt? Een uiterst leesbaar betoog over hoe dieren communiceren, met elkaar en met ons. En wat dat betekent voor ons idee van dierzijn en ons eigen menszijn. Barstensvol feiten en empirisch onderzoek levert Dierentalen een waardevol inzicht in de complexiteit van taal en communicatie en de moeilijkheid van het onderzoeken van dierentalen. Want tot voor kort zijn dierentalen onderzocht vanuit ons begrip van menselijke taal. Eva Meijer laat zien dat dat niet heel anders is dan het beoordelen van een vis op diens vermogen te fietsen.

Betekenisvol

Als eerste problematiseert Meijer het woord dieren: het veronderstelt een grens tussen ons en andere dieren, een grens die artificieel is omdat, zoals Derrida al zei, het verschil tussen bijvoorbeeld een gorilla en een spin groter is dan tussen gorilla en mens. Hoe we onszelf ten opzichte van dieren verhouden bepaalt hoe we hen behandelen en/of uitbuiten voor eigen gewin, stelt Meijer. Hoe groter de afstand, hoe makkelijker het is hen te objectiveren en te gebruiken. De filosofe werkt aan een proefschift over dieren en ethiek. Ik verheug me nu al op de handelseditie.

De belangrijkste zin in Meijers boek, de zin waar alles uit voortvloeit, is deze:

'Politiek gezien is het namelijk problematisch om voor een ander te bepalen wat betekenisvolle communicatie is.'

Wat betekenisvol is voor ons, hoeft dat niet te zijn voor dieren en omgekeerd. Van sommige soorten dierentaal zijn we ons niet eens bewust. Meijer beschrijft hoe moeilijk het is om alle vormen van communicatie waar te nemen. De subsonische tonen van olifanten zijn voor onze oren niet te horen, maar ook met onze meetinstrumenten lastig vast te leggen. En dat terwijl ze heel belangrijk zijn in de communicatie tussen groepen olifanten, omdat het geluid kilometers ver draagt. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor kleurpatronen op inktvissen, de hoge tonen van vleermuizen en de geursporen van bijen.

Complexer

Gelukkig is er ook een groot deel van de taal van dieren wel duidelijk zichtbaar en hoorbaar voor ons. Iedere huisdiereigenaar zal beamen dat hun dier uitstekend in staat is om duidelijk te maken wat het wil, en om signalen van ons op te pikken. Honden beheersen de basale menselijke grammatica: als je 'breng de bal' zegt, begrijpen ze wat onderwerp en werkwoord is, wat er moet gebeuren. Daarnaast zijn dieren heel goed in staat om de intonatie te duiden. Mijn kat weet dondersgoed wanneer ik boos op haar ben, hoewel ze niet inziet waarom een glas niet omgegooid mag worden. Evengoed begrijp ik uitstekend wanneer ze wil spelen of wanneer ze zich genegeerd voelt.

In Dierentalen staat een overvloed aan feiten en wetenswaardigheden over dieren en de manieren waarop ze communiceren. Ik heb er veel van geleerd. Zo wist ik bijvoorbeeld niet dat dolfijnen suïcide kunnen plegen als hun situatie onhoudbaar is. Een onderzoeksdolfijn die na zijn dienstjaren in eenzame opsluiting moest verblijven, besloot op te houden met ademen (dolfijnen ademen bewust, in tegenstelling tot mensen) en bleef op de bodem van zijn aquarium liggen tot hij stierf. Niet alleen is dit een hartverscheurend einde voor een dier dat ons veel geleerd heeft over dolfijnentaal, het laat ook zien dat dieren een veel complexer leven hebben dan we aannemen: voor het besluit een eind aan je leven te maken is zelfbewustzijn, emotionele diepgang en een besef van sterfelijkheid nodig.

Wij zijn niet maatgevend

Dieren blijken heel gedetailleerd met elkaar te kunnen praten. Prairiehonden bijvoorbeeld kunnen aan elkaar vertellen dat ze mensen zien, met een uitgebreide beschrijving: grootte, kleur van kledingstukken en of ze een voorwerp als pistool of paraplu bij zich hebben. Ze kunnen van honden aangeven hoe groot ze zijn en hoe snel ze eraan komen. Relevante informatie als je moet kiezen tussen eten en vluchten. Naast aanduidingen van gevaar doen ze ook aan sociaal geklets om de onderlinge verstandhoudingen goed te houden. Niets menselijks is hen vreemd.

Wat ik het inspirerende aan het boek vind, is niet alleen alle feiten en feitjes (hoewel die zonder meer leuk zijn voor onze eigen sociale interactie, ook wel bekend als koffieautomaatgesprekken), maar inzicht in de complexiteit van het dierenrijk. Als dieren kunnen kletsen, elkaar op eten of juist op gevaar wijzen, kunnen rouwen, pijn kunnen hebben, wat is dan het grote verschil met ons? En als zij zoveel praten, moeten wij dan niet beter leren luisteren en onszelf eens als wat minder maatgevend gaan zien?

Het paard dat kon rekenen

Een beroemd paard wist zijn publiek te betoveren door te rekenen, het paard kon worteltrekken, optellen en aftrekken. Zo leek het tenminste. Als het paard met zijn hoef het juiste aantal aangetikt had, bleken de onderzoekers hun hoofd namelijk heel lichtjes te bewegen en wist het dier dat het moest stoppen. Dit voorbeeld leert ons dus niets over dierentaal, maar wel over onze eigen nonverbale communicatie en het vermogen van dieren om daarop te reageren.

Tot voor kort was onderzoek naar het taalvermogen van dieren vooral gericht op het begrijpen van menselijke taal. De vraag is hoe zinnig dat is en hoeveel ons dat daadwerkelijk leert over hoe dieren onderling praten. Meijer stelt voor om daar eerst maar eens naar te gaan kijken. Maar dan moeten we wel leren kijken en luisteren en onszelf niet als maatgevend voor dieren zien. Een paard heeft weinig aan worteltrekken, zomin als wij iets hebben aan de geursporen van mieren. Meijers boek roept op tot het erkennen van de eigen merites van alle soorten.

Het is interessant dat er nu zoveel aandacht binnen de filosofie is voor dieren en planten. Erno Eskens heeft met zijn Een beestachtige geschiedenis van de filosofie op de Nacht van de Filosofie de publieksprijs voor het beste filosofische boek gewonnen en Wouter Oudemans' Plantaardig heeft maandenlang in de filosofische bestsellerlijst gestaan. Hoe onontkoombaarder de menselijke invloed wordt op de planeet, hoe meer interesse en begrip er is voor de natuurlijke Umwelt? Dat is misschien wat kort door de bocht, maar het is toe te juichen dat we de wereld vanuit een breder perspectief beginnen te bezien.

Helen Westerik is rubrieksbeheerder filosofie, film en media bij Athenaeum Boekhandel. Daarnaast schrijft ze over film en kunst.

MINDBOOKSATH : athenaeum