Recensie: Broeierig briefgeheim

04 december 2017 , door Pierre Ambroise Choderlos de Laclos
| |

Met list en leugens brengt een louche duo de hoofden op hol van de andere sekse. Pierre Ambroise François Choderlos de Laclos (wat een onweerstaanbare naam) liet hen in 1782 hardop denken, in de briefroman Les Liaisons Dangereuses, die terecht een klassieker werd. Marquise de Merteuil en vicomte de Valmont hebben zich in de roman als partners in crime toegelegd op ‘verbreiding van de liefde’, wat neerkomt op verleiden en verlaten. De nieuwe, smaakvolle en soepele vertaling van Martin de Haan is genieten geblazen.

Briefcultuur

Het lijkt soms bijna dwangmatig, het vele whatsappen, mailen en Facebooken, en wat niet al voor manieren om halve dagen te verkletsen, maar het is niets nieuws onder de zon. Hoeveel tijd waren de geletterde standen voorheen niet kwijt aan hun correspondentie? Het was een dagelijkse taak – en een behoefte – waar vele uren mee heengingen. Papier is geduldig, en meer dan in een gesprek is de schrijver in staat in een briefzijn gedachten te vangen, zijn motieven te verklaren, de betovering van goedgekozen woorden uit te buiten. De briefroman profiteert van die kwaliteiten; weinig zo meeslepend als de directe toon die met een goede brief wordt bereikt.

Riskante relaties, tussen de bedrijven door geschreven door de verlichte militair Choderlos de Laclos (1741-1803), is een meerstemmig boek; de stemmen zijn van een handvol personagesdie de kunst van het briefschrijven bijna allemaal beheersen – de enige dissonant komt van de vijftienjarige Cécile Volanges, heldin van het parallelle spoor; haar onervarenheid en ongepolijstheid zijn terug te zien in haar wat onnozele stijl, waardoor zij in alle opzichten contrasteert met de feitelijke hoofdrolspelers.

Merteuil en Valmont

Marquise de Merteuil en vicomte de Valmont, twee intriganten en de voornaamste aanjagers van de plot, vleien en manipuleren dat het een lust is, en troeven elkaar onderling af met hun snedige opmerkingen over de liefde. Ooit elkaars minnaars, hebben zij zich toegelegd op het bestuderen van de romantische mechanismen, het veroveren, inwijden, afwijzen en zedelijk bederven van zo veel mogelijk knappe mannen en mooie vrouwen.Vooral de marquiseblinkt uit in scherpzinnigheid:

‘Iedereen weet toch dat alle jongemannen door de eeuwen heen, van Alcibiades tot jou, alleen maar vrienden hebben gehad als ze verdrietig waren? Geluk maakt ze soms loslippig, maar nooit openhartig.’

Het eerste deel van die opmerking ligt voor de hand, bij het tweede had ik nog nooit stilgestaan – is men zuinig met gelukkige intimiteiten uit schaamte, of uit clementie met de ander die dat geluk niet kent of moet missen? Zo liggen er elke zoveel pagina’s parelsom te verzamelen, waar je even bij stilstaat en je eigen ervaring aan spiegelt. De Merteuil wordt altijd gedreven door eigenbelang, maar weet haar redeneringen een schijn van complete redelijkheid mee te geven. Nog een voorbeeld: om een moeder te overtuigen weerstand te bieden tegen de verliefdheid van dier dochter, die haar aanstaande, gearrangeerde huwelijk in gevaar brengt , schrijft de marquise:

‘Ze zijn allebei verbaasd als ze de betovering die ze zelf niet meer voelen, ook niet meer bij de ander opwekken. Ze voelen zich vernederd; gekwetste ijdelheid maakt mensen bitter, steeds onrechtvaardiger, chagrijnig en haatdragend, zodat frivole pleziertjes tenslotte worden betaald met langdurige ellende.’

Vals om de liefde zo in de kiem te smoren, maar er zit wat in. Ook de vicomte kan er wat van, als het op realisme aankomt:

‘… een tweede kans krijg je niet altijd, vooral niet bij een vrouw die voor het eerst haar schild heeft laten zakken: vaak is er dan niet meer dan een slecht humeur, een jaloerse verdenking of nog minder voor nodig om de mooiste triomf te verijdelen. Deugdzaamheid die dreigt te verdrinken, grijpt zich soms vast aan een tak; en staat ze eenmaal op het droge, dan blijft ze op haar qui-vive en laat ze zich niet makkelijk meer verrassen.’

Deugdzaamheid

Het kraken van de deugdzaamheid, daarop heeft vicomte de Valmont zich toegelegd. Madame de Tourvel, een getrouwde en bijzonder voorbeeldige vrouw, is zijn voornaamste doelwit. Gek genoeg zijn de  brieven van hem aan haar nogal saai. Het kan zijn dat de slimme Choderlos de Laclos hier laat uitkomen dat er warmte ten grondslag moet liggen aan een brief , wil die overtuigen. In zijn ‘voorbericht’ schrijft de denkbeeldige uitgever van de brievenselectie: ‘… aangezien vrijwel alle erin uitgedrukte gevoelens geveinsd of verhuld zijn, kunnen ze alleen belangstelling uit nieuwsgierigheid wekken, die altijd zwakker is dan belangstelling uit gevoel en vooral ook minder tot mildheid noopt.’

Zijns ondanks krijgt de vicomte ten slotte wel degelijk enige ‘belangstelling uit gevoel’ voor de dame in kwestie. Waar die uit voorkomt, is een van de weinige zaken waarnaar de lezer moet raden.Vrijwel alles wordt gedetailleerd onder woorden gebracht, maar hier zit een gat: ‘deugdzaamheid’ is op zich niet een kwaliteit die verliefdheid opwekt, tenslotte. Zo blijft het altijd een geheim wat iemand wezenlijk in een ander aantrekt.

Wat we heel goed begrijpen is hoe Valmont door de marquise wordt opgejuind: zij is jaloers op de aandacht die Madame de Tourvel ongewild aanzuigt, hij is in zijn ijdelheid gekrenkt door de suggestie dat hij door de kuise dame van zijn stuk is gebracht.

Meerstemmig

De slechteriken komen ten val, maar dan heeft de lezer al een heel boek gehuiverd bij hun avonturen en genoten van hun welsprekendheid. Zoals vertaler Martin de Haan in zijn nawoord stelt: ‘In plaats van naar een moraal te zoeken, zoals Laclos’ tijdgenoten natuurlijk verwoed deden, kunnen we dus beter vaststellen dat de roman ambigu is, zoals zoveel grote kunstwerken.’ Hoewel het slot ondubbelzinnig is, is het inderdaad de meerstemmigheid die het boek zo interessant maakt, en die ook concreet in de taal wordt uitgedrukt. Om die taal tot de hedendaagse Nederlander te laten spreken, heeft De Haan gelaveerd tussen de exotiek van het historische en de Franse conventies, en het natuurlijke van eigentijds woordgebruik en tutoyeren. De een spreekt wat bloemrijker, de ander directer; alles is begrijpelijk, maar over de hele tekst ligt toch het elegante patina van de achttiende eeuw. Op hofhaan.nl, de blog die De Haan deelt met collega-meestervertaler Rokus Hofstede, is meer boeiends te lezen over de overwegingen die aan zijn glanzende vertaling ten grondslag liggen.

Waarin zich toch de ene schrijver verraadt die achter de verschillende stemmen schuilt, is het feit dat men elkaars brieven wel heel scrupuleus beantwoordt; overal wordt bijna puntsgewijs op ingegaan, terwijl de praktijk leert dat verreweg de meeste briefschrijvers – waarschijnlijk niet eens bewust – kiezen wat ze aanspreekt of gewoon met hun eigen boodschap aankomen. Waarschijnlijk maakt dat deze prikkelende briefroman des te bevredigender om te lezen.

Esther Wils is freelance recensent voor het AD, Focus en Indisch-anders.nl.

MINDBOOKSATH : athenaeum