Recensie: Onno Blom is loyaal aan Wolkers - niet aan de lezer

28 november 2017 , door Maarten Dessing

Onno Blom heeft er in zijn biografie van Jan Wolkers voor gekozen om diens levensverhaal van binnenuit te vertellen. Omdat hij die keuze zo radicaal doorvoert is Het litteken van de dood, hoe vaardig ook geschreven, onbevredigend.

De geest van Jan Wolkers is nog springlevend. De biografie van Onno Blom was na verschijnen niet aan te slepen, zo graag wilde het publiek zich nog eenmaal in de nabijheid van de unieke persoonlijkheid van de schrijver vertoeven. Na een herdruk waren binnen tien dagen 30.000 exemplaren van Het litteken van de dood in druk. Opmerkelijk veel voor een biografie van duizend pagina's dik. Er ontstond zelfs een schandaal - toepasselijk voor een biografie van een de auteur om wie voortdurend rumoer ontstond. Bloms proefschrift was aanvankelijk unaniem afgekeurd door de promotiecommissie, waarna ongebruikelijk snel een nieuwe commissie de herziene versie alsnog goedkeurde. Ook unaniem trouwens.

Het schandaal - toegegeven, een groot woord - deed opnieuw de discussie over de criteria van een goede biografie ontbranden. Vertel je een levensverhaal? Of plaats je dat in de context van zijn tijd, de literatuurgeschiedenis of een bepaalde groep? Blom koos voor het eerste. Er stond hem zo'n compleet archief tot zijn beschikking dat hij het leven van Wolkers van binnenuit wilde vertellen. En Wolkers dacht nu eenmaal niet over zichzelf als bijvoorbeeld een exponent van de jaren zestig, ook al demonstreerde hij in die tijd actief tegen de Vietnamoorlog en het politieoptreden tegen de provo's. Het ging hem alleen om het maken van kunst, omdat hij daarin de vrijheid vond die zijn tirannieke vader en zijn dwingend geloof hem ontzegde.

Ruime waarheid

Blom werkt dat levensverhaal vaardig uit. De literair journalist (sinds kort verbonden aan de Volkskrant) schrijft vlot en helder, terwijl hij zelf op gepaste afstand blijft. Hij vestigt nooit de aandacht op zichzelf met pedante terzijdes of nodeloze taalbloempjes. Hij gunt zijn hoofdpersoon alle ruimte. Blom staat, ondanks de lengte van de biografie, bovendien nooit te lang stil bij de passages in Wolkers' leven. Sommige schrijversbiografieën bespreken bijvoorbeeld alle recensies van alle boeken. Blom beperkt zich tot een paar uitschieters of typerende oordelen. Zo blijft van geboorte in 1925 tot het overlijden in 2007 voortdurend de vaart erin, waarna de indruk overblijft dat alles aan de orde is gekomen wat besproken had moeten worden.

De biograaf is zeker niet kritiekloos. Hij verlaat zich nooit alleen op Wolkers' archief. Als hij op tegengeluiden stuit, meldt hij die óók. Terwijl de auteur van Turks fruit zelf zich erop voor liet staan dat in zijn veelal autobiografische verhalen alles precies zo is gebeurd als hij beweert, is er ook een zekere Jan de Heer. Op hem had Wolkers de vriend gebaseerd met wie hij in zijn debuutverhaal 'het tillenbeest' had gestolen uit Kasteel Oud-Poelgeest. Volgens De Heer 'was [Wolkers] geniaal in het vertellen van verhalen die niet altijd de gehele waarheid weergaven'. Zo had de schrijver de tweede sfinx niet in een verlaten latrine gegooid, zoals hij schreef, maar gewoon op het terrein achtergelaten. En trouwens, De Heer was helemaal geen angstige, bleke jongen.

Kennis van de lezer

Toch is Het litteken van de dood onbevredigend. Dat komt doordat Blom de keuze om het levensverhaal te vertellen zo radicaal heeft doorgevoerd. Hij geeft geen enkel expliciet oordeel, biedt amper context en beperkt zich tot hooguit een korte analyse. Hij laat het volledig aan de lezer om conclusies te trekken. Maar de lezer van een biografie is daar bijna per definitie niet toe in staat. Hij heeft daarvoor te weinig kennis - niet van het tijdperk waarin Wolkers furore maakte, niet van zijn oeuvre, niet van de netwerken waarbinnen de schrijver opereerde. Misschien heeft hij op een enkel gebied, al dan niet beroepshalve, voldoende achtergrondinformatie paraat, maar absoluut niet op alle terreinen die deze biografie beslaat.

Neem het oeuvre van Wolkers. Blom behandelt alle verhalen, romans en toneelstukken: van 'Het tillenbeest' en andere verhalen uit zijn debuutbundel Serpentina's petticoat uit 1961 tot het Boekenweekgeschenk Zomerhitte uit 2005 en enkele onafgemaakte fragmenten uit de nalatenschap. Maar hij bespreekt ze geheel los van elkaar. De ontwikkeling in het oeuvre? Hoe het zich verhield met de literaire stromingen van zijn tijd? Je krijgt geen idee. Daardoor weet je niet wat al die boeken betekenden. Ook niet voor Wolkers zelf, behalve dan dat hij een noodzaak voelde om deze verhalen te schrijven. En dan weet ik nog iets van de literatuurgeschiedenis. Over de betekenis en waarde van Wolkers werk als beeldend kunstenaar, tast ik nog steeds in het duister.

Loyaliteit

Daar komt bij dat Blom te veel meegaat met Wolkers. Hij heeft niet alleen vaak het verhaal verteld in diens woorden 'om hem nabij te brengen'. Hij kiest ook vaak zijn kant. Een mooi voorbeeld is de 'geheime Liebe' die Wolkers in 1954 beleefde met een model van de Sommerakademie in Salzberg, die hij volgde bij Giacomo Manzù. Hij zou in de bioscoop met haar hebben gevreeën - waarna ze met Manzù trouwde. Maar enig bewijs ontbreekt, anders dan het vele jaren later opgeschreven verhaal. Het circumstantial evidence dat Wolkers elders zo vaak de exacte werkelijkheid beschreef, is in dit geval onvoldoende. In de geschiedenis van Wolkers' seksuele bevrijding, die Blom zo goed zichtbaar maakt, is dit avontuurtje op dat moment ongeloofwaardig.

Zo groeit langzaam het gevoel dat Bloms loyaliteit niet bij de lezer ligt, bij wie hij had moeten liggen, maar bij zijn hoofdpersoon. Dat blijkt ook uit kleine passages waarin zijn oordeel wel degelijk doorschemert. Zo schrijft hij na publicatie van De onverbiddelijke tijd in 1984 dat Wolkers' werk na de unanieme lof bij de aanvang zijn carrière steeds meer plaatsmaakte voor kritiek. 'Mede vanwege zijn succes bij de massa,' staat er dan, 'was het onder literaire critici bon ton geworden om zijn werk te minachten.' Dat is te kort door de bocht. Even later meent Blom dat Wolkers daarna geen romans meer schreef vanwege zijn jonge tweeling. Terwijl hij in de eerste, vermoeiendste jaren drie romans had voltooid! Daar was een diepere analyse op zijn plaats geweest.

Het litteken van de dood biedt daarom niet meer dan het genoegen om tijdens vele uren leesplezier in de nabijheid van Wolkers' persoonlijkheid te vertoeven. Ik had toch op iets meer gehoopt.

Maarten Dessing is freelance journalist voor onder meer Knack, De Standaard,Boekblad, Bibliotheekblad en Schrijven Magazine. Zie ook zijn blog maartendessing.blogspot.com.

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum