Recensie: Kundera’s kunstliefde

30 november 2015 , door Esther Wils
| | |

‘…ontmoeting van mijn bespiegelingen en mijn herinneringen; van mijn oude (existentiële en esthetische) thema’s en mijn oude liefdes (Rabelais, Janácek, Fellini, Malaparte…)…’ Zo kenschetst de inmiddels tachtigjarige Milan Kundera zijn essaybundel Een ontmoeting, die onlangs verscheen in de geautoriseerde vertaling van Martin de Haan. Het is voor de lezer een inspirerend weerzien met de oude scherpte en strengheid van de schrijver, met zijn smaak, en zijn poëtica. Het is ook een hernieuwde kennismaking met de namen die ook in De kunst van de roman (1986), Verraden testamenten (1993) en Het doek (2005) aan de orde kwamen, en een nieuwe ontmoeting met collega-kunstenaars die hij zeer overtuigend een eerbetoon brengt, schrijft esther wils.

Kundera weet het zeker: kunst heeft een groter reikwijdte en kenvermogen dan wetenschap, en is van veel groter belang dan de omringende, ellendige werkelijkheid – dat demonstreerden de joden die de muziek van Mahler, Schönberg en Zemlinsky uitvoerden in het interneringskamp Theresienstadt: kunst vertegenwoordigde ‘… de manier om de hele waaier van gevoelens en gedachten volledig uitgevouwen te houden zodat het leven niet louter tot de gruwelijke dimensie zou worden teruggebracht’. Opvallend genoeg stelt Kundera ook vriendschap boven de werkelijkheid van politieke denkbeelden: trouw aan een overtuiging noemt hij kinderachtig, die aan een vriend een deugd.

Hij beschrijft ter illustratie een foto van de dichter en verzetsstrijder René Char en de filosoof Heidegger die in aanvang sympathie had voor het nazisme: ‘De foto dateert van kort na de oorlog. We zien hen op de rug; ze lopen door de natuur, pet op het hoofd, de een groot, de ander klein. Ik vind die foto prachtig.’ Waarom je je in een vriend niet even hard zou kunnen vergissen als in een idee blijft onopgehelderd, maar de uitspraak is typerend voor Kundera; in het indrukwekkende essay over Malaparte zie je die relativering van politieke of nationalistische waan terug. Kundera noemt Malapartes roman De huid het meesterwerk van een ‘gedesengageerde schrijver’; de verschrikking van de Tweede Wereldoorlog heeft in diens visie de tegenstelling tussen de partijen ondergeschikt gemaakt aan die tussen de levenden en de overmacht der doden.

‘Het grootste schandaal’ ligt volgens Kundera in de herhaling van de geschiedenis, die mogelijk wordt door het vergeten, menselijke eigenschap bij uitstek. Romanschrijvers leggen die tekortkoming bloot en verzetten zich ertegen, en niet alleen waar het oorlog en geweld betreft. Zo wordt Philip Roth verrassend opgevoerd als de hoeder van de herinnering aan de ouderwetse liefde; door zijn personages te laten nadenken over het werk van Tsjechov en James houdt hij de gevoelswereld van onze voorouders ‘aan de horizon van de roman’ en voorziet hij in de emotionele continuïteit waar we in deze snel veranderende wereld nood aan hebben. Dat wil niet zeggen dat de roman troost biedt: de pijnlijke schaterlach, opgeroepen in een onverwisselbaar eigen vorm, is wat de schrijver volgens Kundera moet beogen. En zijn ideale romans (hij komt steeds terug op groten als Cervantes, Rabelais, Gombrowicz, Kafka) vertonen nog meer opvallende overeenkomsten: de typerende kinderloosheid van de hoofdpersonen – de lotgevallen van het individu staan centraal –, de bepalende invloed van hun leeftijd, het illusoire van een ‘levensloop’.

Voor een denker die zin voor het komische, tijdelijke, toevallige en relatieve van de menselijke conditie als uitgangspunt neemt voor zijn eigen werk en als kern van de romankunst als geheel, is de ijver die hij aan de dag legt om zijn woorden te beschermen tegen verkeerde interpretatie van vertalers of interviewers licht potsierlijk. IJdelheid is Kundera niet vreemd. De nadrukkelijkheid van de stijl, met de vele cursieven en de dwingende formuleringen die zijn gedachten moeten onderstrepen, verraadt de massieve ernst waarmee de schrijver zijn liefde voor Beethoven en Janácek, Francis Bacon, Gabriël García Márquez, Oscar Milosz en anderen betuigt, en misverstanden omtrent hun werk uit de weg ruimt.

Toch geeft de lezer zich met gemak gewonnen voor zijn scherpzinnigheid, eigenzinnigheid en eruditie. Kundera leeft in een donker maar fonkelend universum van elkaar opvolgende generaties van schrijvers en andere kunstenaars, hun stemmen en beelden bepalen zijn inzichten en waarden. Hij maakt daarbij zijn eigen keuze en is wars van de willekeur en dominantie van de ‘zwarte en gouden lijstjes’ die in de ‘Parijse salons’ en hun hedendaagse equivalent worden opgesteld. Dat Kundera zelf ook een lijstje hanteert is overduidelijk, maar zijn criteria zijn glashelder en stemmen tot nadenken. Zíjn lijstje prikkelt en stimuleert tot kijken, lezen, luisteren en herinneren.

Esther Wils is redactiesecretaris van algemeen cultureel en literair tijdschrift De Gids.

Bestel Milan Kundera, Een ontmoeting. Vertaald door Martin de Haan, € 21,95
Bestel Milan Kundera, Un rencontre. € 23,90
Bestel Milan Kundera, De kunst van de roman. € 19,95
Bestel Milan Kundera, Het doek. € 19,95

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum