Bestel uw boeken online bij Athenaeum Boekhandel!

Recensie: De wet van Moenk

01 januari 2016 , door Jaap Bos
| |

Deze maand verschijnt De wet van Moenk, het romandebuut van Jaap Bos, bij ons een uitgebreid fragment. In samenwerking met Recensieweb.nl richten we iedere maand de schijnwerpers op literaire debuten. In januari vindt u, naast een voorpublicatie uit de roman van Jaap Bos, op deze site fragmenten uit de romans van Judith Eykelenboom, Jerry Hormone, Vincent van Meenen, Patrick Pouw, Erik Rozing en Lize Spit.

Wist je dat je met woorden geesten kunt oproepen? Soms is wat je bent vergeten belangrijker dan wat je je herinnert, en soms komen de herinneringen vanzelf, uit de diepte van de aarde, als giftige gassen die je bedwelmen.

De lezer maakt kennis met twee mensen: de ik-figuur op zoek naar wat er misging in zijn leven en Moenk, een jonge fotograaf. Hij is onderweg naar zijn moeder, die stervende is. Zij is een succesvol schrijfster, wier laatste boek tot veel ophef heeft geleid. Als alle verhaallijnen bij elkaar komen, blijkt dat de personages langs verschillende wegen toenadering tot elkaar hebben gezocht. De wet van Moenk is een moderne ideeënroman over herinneren en de menselijke geest. Een boek over liefde en verlies.

Jaap Bos studeerde psychologie en is auteur van een aantal titels over o.a. Freud en de psychoanalyse. Bos is tevens de biograaf van de pedagoog M.J. Langeveld. Hij publiceerde onder meer in De Gids, De Groene Amsterdammer, NRC en Tijdschrift voor Biografie, waarvan hij ook hoofdredacteur is. De wet van Moenk is zijn literaire debuut.

3

Een van de dingen die mijn vader mij had verteld was dat niets met zekerheid vaststaat. Niets. Die verpletterende onzekerheid omtrent alles – zijn interpretatie van Descartes – maakte diepe indruk op mij en is mij altijd bijgebleven als een wijkende horizon.
‘Waarom?’ vroeg ik.
‘Dat is wetenschap,’ zei hij.
Ik dacht daaraan toen ik op mijn zolderkamer uitkeek over de stad, ik was net zeventien jaar oud. Ik wilde het moment vastleggen, het beginpunt markeren, de positie aanduiden waar ik nu stond, zo precies mogelijk, zodat ik er later in gedachten naar terug zou kunnen keren als ik niet meer zou weten hoe verder te gaan. Ik zou dan enkel de lijn terug hoeven volgen van dat punt naar dit punt nu, en ik zou de weg kennen, de richting die mijn leven had genomen.
Ik daalde de trappen af, liep naar buiten, de stad in. Ik kocht een klein blauw aantekenboekje met harde kaft, dat ik altijd bewaard heb hoewel ik er nadien niet veel meer in heb geschreven. Ik stak het in mijn binnenzak, liep het plein over en ging een café binnen. Later die avond schreef ik:

Dit beeld dan: mijn kamer, goed verlicht, lamp boven mijn hoofd, ik zit aan tafel, buiten is het donker, de ruiten zijn zwart, ik zie mijzelf in de spiegel van de ruit, ik heb een rood t-shirt aan, mijn hoofd rust op de palm van mijn hand, mijn ogen zijn donker, mijn mond is donker, het spiegelbeeld is een onscherpe reflectie van wazige contrasten. Ik denk: ik moet dit opschrijven, maar hoe?

‘Dit beeld.’ Ik schreef, herhaalde mijzelf, keek opnieuw in de spiegel, zag mijzelf zitten, ik schreef voort, herhaalde alles zonder het punt te raken, zonder naderbij te komen, zonder de essentie te treffen.
De continue ervaring van herhaling, het repetitieve schrijven, een zinloos schrijven dat geen ander doel diende dan het vastleggen van dat ene moment, dat zich abstract en leeg aan mij voordeed en dan ontsnapte: het was nog niet eens het begin van een ervaring.

Als ik één ben met de wereld is dat een gegevenheid en begint het leven hier en nu.

De aantekeningen in het blauwe boekje helpen mij nu niets, ik raak ook ditmaal niet nader tot de kern. Ik moet opnieuw beginnen. De veronderstelling dat er tussen die twee punten (toen en nu) een lijn getrokken kan worden is onjuist gebleken, een illusie, een valse voorstelling van zaken. Er was nooit meer dan één punt, het leven is geen reis, het blijft altijd enkel een perspectief, een wijkende horizon. Niets staat met zekerheid vast, behalve dat wat niet is gelukt.
Ik kan terugkijkend op mijn leven niet anders dan toegeven dat ik mij heb vergist, dat ik het spoor bijster ben geraakt (daarvan zal dit verslag getuigen). Maar als ik mij in gedachten verplaats naar deze dag, de dag dat ik in 1978 als jongen van zeventien uitkeek over de stad en dacht dat het leven nog open voor mij lag en alles nog mogelijk was, en ik fast forward naar het nu, waarin die toekomst al achter mij ligt, dan blijkt dat de horizon dezelfde is gebleven. Er is niets veranderd – niets – en alles is veranderd.
Een raadsel. Ik kan het niet oplossen. Ik kan enkel beschrijven wat ik zie aan die horizon, die nog altijd even onbereikbaar is, ja, in menig opzicht zelfs verder weg dan toen, omdat erachter al zo veel is verdwenen.
Ik zit dus opnieuw aan tafel en ik schrijf. Mijn blik is zuiver, methodisch, klinisch, zoals die van die zeventienjarige jongen die ik was en die ik in wezen ben gebleven. Ik constateer dat er niets terecht is gekomen van al mijn plannen, en mijn schrijven is nog steeds even machteloos als toen.

 

Copyright @ 2016 Jaap Bos

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum