Leesfragment: Grasses and Trees

16 september 2016 , door A.L. Snijders, Lydia Davis
| | |

17 september verschijnt Grasses and Trees. Very short stories, zeer korte verhalen van A.L. Snijders, gekozen en vertaald door Lydia Davis. Wij publiceren drie ZKV's voor: het voorwoord, 'Shoe'/'Schoen' en 'Passion'/'Passie'.

For many years, no one knew the Dutch writer A.L. Snijders (b. 1937). But in 2001 he started writing zkv’s, very short stories. He sent them to his children and some friends, not thinking about publication. Now, fifteen years later, we have about 2,500 zkv’s (‘zeer korte verhalen’), collected in ten books.
Some of them were translated into German and published (by Reclam Verlag) but English translations were not available. Until—in 2011—the American writer Lydia Davis read some of his stories. Davis, winner of the Man Booker International Prize, is noted for literary works of extreme brevity and is also a short story writer and translator from French and other languages. Lydia Davis decided to translate some of Snijders’ stories:

I liked the concrete narration and the short sentences, the freshness of each piece, the good humor and the references to Dutch culture and history. I especially liked Snijders’ wit, thoughtfulness and often surprising conclusions.

Grasses and Trees brings us 72 very short autobiographical fables about the magical unmagical world of A.L. Snijders, a very Dutch world, imbued with humor and filled with animals, ordinary and extraordinary people, old houses, the city of Amsterdam and the countryside.

Readers of English can now enjoy Snijders’ distinct style and his artful blend of observation and imagination. It is to Lydia Davis’ credit that with her Snijders translations, people outside the Lowlands can begin to know this lovable grouch and the nation of lovable grouches of which and for which he writes.

N.B. Eerder publiceerden we voor uit Wapenbroeders en Vijf bijlen en bespraken we Een handige dromer.


Als ik s morgens door de verlaten natuur fiets, merk ik dat ook de taal me verlaten heeft. Ik heb geen woorden tot mijn beschikking, ik heb ze niet nodig. Later, als ik alleen op mijn kamer zit, zijn de woorden terug, maar ik gebruik ze niet om te praten, want ik ben alleen. Ik gebruik ze pas als ik ze ga schrijven en lezen. Soms worden ze vertaald en kom ik in een vreemde dierentuin. Een ezel wordt een zebra, een muis wordt een vleermuis, een pad wordt een paddestoel, een vink wordt een slavink, een olieman een olifant, een olifant een nijlpaard. Ik ben in een wereld gekomen die ik herken, maar die niet de mijne is. Ik ben rijk geworden, maar mijn buurman merkt het niet.


A.L. Snijders (Translation L.H. Wiener)

When in the morning I cycle through the lonely countryside, I notice that language too has left me. I have no command of words, I don’t need them. Later, alone in my room, words have come back to me, but I don’t use them in speech, for I am alone. I only use them when I write them down and read them. Sometimes they are translated and I enter a weird animal park. A donkey turns into a zebra, a rat becomes a bat, a toad becomes a toadstool, a rabbit turns into a rarebit and an elephant becomes a hippo. I have stepped into a world I recognize, but which is not mine. I have become rich, but my neighbour doesn’t notice.



Often a zkv is just a very short story. Sometimes it is a real zkv, in which case the letters zkv no longer mean anything. Then it has become a shoe that pinches a little, the content is (slightly) larger than the form. The difference must not become too great, no binding, no mutilation, no beautiful little eastern foot.

In primary school, in high school, at university, everywhere, I was among the worst students, with the lowest grades. In silence I engaged in polemics with the head group, I did not submit to this injustice of fate. What annoyed me above all was that I could not write long sentences. I developed a fear of the anacoluthon. I had a sharp memory: I was a teaching assistant to Hellinga and had to write little reports. His comment was: ‘Too lapidary.’ I believe I looked up that word, short, pithy, texts hewn from stone, lapis/stone.

Much later I made a virtue of necessity, I began to write very short stories and noticed that brevity could be 1) technical in nature—few conjunctions, little explanation, trust in the reader’s autonomous cerebration—and 2) substantive.

(Inopiam ingenio pensant = to make a virtue of necessity.)

‘Passion’ is substantively a zkv. I sit in company with others at the table and hear a man claim that one must live with passion, with a goal, with perseverance, unwavering — I hear his wife mumble, ‘That awful word, it can still make our daughters furious.’ At first I am always inclined to write what I have heard, blunt reality is my source. But sometimes there are obstacles, I leave the table, I go sit on the beach—the passion, the father, the daughters must do it, I follow. The remarkable thing is that readers notice I’ve left reality behind, I imagine readers notice. Those are the real zkv’s.
(That’s nonsense, of course, readers can’t notice, I’m the only one who knows. Yet I sometimes do have the idea that readers notice.)


Vaak is een zkv gewoon een zeer kort verhaal. Soms is het een echt zkv, waarvan de letters zkv niets meer betekenen. Dan is het een licht knellende schoen geworden, de inhoud is (iets) groter dan de vorm. Het verschil mag niet te groot worden, geen afbinding, geen verminking, geen oosters schoonheidsvoetje.

Op de lagere school, op de middelbare school, op de universiteit, overal behoorde ik tot de slechtste leerlingen, met de laagste cijfers. In stilte polemiseerde ik met de kopgroep, ik legde me niet neer bij deze onrechtvaardigheid van het lot. Wat me vooral ergerde was dat ik geen lange zinnen kon schrijven. Ik ontwikkelde angst voor de anakoloet. Ik heb een scherpe herinnering: ik was kandidaat-assistent bij Hellinga en moest rapportjes schrijven. Zijn commentaar was: ‘te lapidair’. Ik geloof dat ik het woord opzocht, kort, kernachtig, teksten in steen gehouwen, lapis/steen.

Veel later heb ik van de nood een deugd gemaakt, ik ben zeer korte verhalen gaan schrijven en merkte dat de kortheid 1 technisch van aard kon zijn – weinig voegwoorden, weinig uitleg, vertrouwen op de autonome hersenactiviteit van de lezer – en 2 inhoudelijk.

(Inopiam ingenio pensant = van de nood een deugd maken.)

‘Passie’ is inhoudelijk een zkv. Ik zit in een gezelschap aan tafel en hoor een man beweren dat je gepassioneerd moet leven, gericht, volhardend, niet fladderend – ik hoor zijn vrouw mompelen ‘dat vreselijke woord, daar kunnen onze dochters nog woedend over worden’. In eerste instantie heb ik altijd de neiging op te schrijven wat ik gehoord heb, de botte realiteit is mijn bron. Maar soms zijn er beletsels, ik verlaat de tafel, ik ga aan het strand zitten – de passie, de vader, de dochters moeten het doen, ik volg. Het merkwaardige is nu dat lezers dat merken, ik verbeeld me dat lezers dat merken. Dat zijn de echte zkv’s.
(Flauwekul natuurlijk, lezers kunnen dat niet merken, ik ben de enige die het weet. Maar toch heb ik wel eens het idee dat lezers het merken.)



Hij vertelde zijn dochters over de passie, maar ze wilden er niets van weten. Ze verlieten hem in de dageraad en liepen in tien uur zonder te rusten naar zee. Daar bleven ze drie maanden, ze hielpen met de strandstoelen en de tenten, en ze maakten muziek om wat te verdienen. Maar toen de oorlog dreigde liepen ze terug naar huis waar hun vader nog steeds de passie preekte. Nu, omdat ze wat ouder waren geworden, wilden ze er het fijne van weten, ze wilden het fijne van de passie weten. Ze gingen bij hem zitten en spraken hem aan met het woord vader. Hij legde ze uit hoe ze moesten leven, wat ze moesten doen. Ze moesten hun brandglas richten op een willekeurig doel, ze moesten zich vastbijten en niet loslaten, ze moesten geen aandacht schenken aan het hoofdschudden en de woorden ‘toe maar, die durft’. Zo moesten ze leven, zo zou het wat worden. De dochters waren woedend dat een vader zich er op zo’n eenvoudige wijze van afmaakte, alsof hij een cursus in een vormingscentrum gaf. Ze gaven hem de raad geen woorden meer te gebruiken en verlieten voor de tweede keer het huis. Aan het strand zagen ze de zandzuigers en graafmachines die de kust versterkten, maar zelf zaten ze met hun voeten in het zand omdat dat zo’n heerlijk gevoel gaf.


He told his daughters about passion, but they did not want to know anything about it. They left him at daybreak and walked for ten hours without resting to the seashore. There they stayed for three months, they helped with the beach chairs and tents, and they made music to earn money. But when war threatened they walked back home, where their father was still preaching about passion. Now, because they had grown a little older, they wanted to know about it in detail, they wanted to know all the details concerning passion. They sat down by him and addressed him using the word ‘father.’ He explained to them how they should live, what they should do. They should aim their lens at an arbitrary goal, they should hold tight and not let go, they should pay no attention to the head-shaking and the words ‘Well, she has a nerve!’ This was how they should live, this way things would turn out well. The daughters were furious that a father should dismiss the matter so easily, as if he were teaching a course in an educational center. They advised him to stop using words and left the house for the second time. At the beach they saw the dredgers and excavators that were strengthening the coast, but they sat down with their feet in the sand because it gave them such a delightful feeling.


© Grasses and Trees/Grassen en bomen, AFDH Publishers, Enschede/Doetinchem, the Netherlands, 2016
© ZKV’s — A.L. Snijders, Klein Dochteren, the Netherlands, 2016
© Introduction, 72 ZKV’s and Notes — Lydia Davis, New York, USA, 2016
© Preface A.L. Snijders — L.H. Wiener, Haarlem, the Netherlands, 2016
© Notes from the Netherlands — Florian Duijsens, Berlin, Germany, 2016
© Illustrations — the Rinus van den Bosch’ Heirs, The Hague, the Netherlands, 2016

pro-mbooks1 : athenaeum