Leesfragment: Het smelt

24 januari 2016 , door Lize Spit
| |

Op 15 januari verscheen Het smelt, de debuutroman van Lize Spit. Bij ons een uitgebreid fragment. In samenwerking met Recensieweb.nl richten we iedere maand de schijnwerpers op literaire debuten. In januari vindt u op deze site, naast een fragment uit de roman van Lize Spit, voorpublicaties uit de romans van Jaap Bos, Judith Eykelenboom, Jerry Hormone, Vincent van Meenen en Erik Rozing.

In Eva's geboortejaar worden in het kleine Vlaamse Bovenmeer slechts twee andere kinderen geboren, allebei jongens. De drie maken er hun hele jeugd samen maar het beste van, tot de puberteit aanbreekt. Opeens ontstaan er andere verhoudingen. De jongens bedenken wrede plannen en de bedeesde Eva kan hieraan meedoen of haar enige vrienden verraden. Die keuze is geen keuze.

Dertien jaar na een snikhete zomer die volledig uit de hand loopt, keert Eva terug naar haar geboortedorp met een blok ijs in de kofferbak. Gaandeweg wordt duidelijk dat zij dit keer de plannen bepaalt.

 

9.00 uur

De uitnodiging kwam drie weken geleden en was overdreven gefrankeerd. Het gewicht van de zegels die op hun beurt weer extra port moesten gekost hebben, stemde me in eerste instantie hoopvol: er zijn nog steeds dingen die elkaar mogelijk maken.
Ik vond de enveloppe boven op de rest van de post, een tiental brieven en flyers, verzameld in twee gelijke hoopjes voor mijn deur. De signatuur van mijn buurman; een stapeltje per wederdienst die nog bewezen zou moeten worden. Onder de overgefrankeerde enveloppe lagen een aanbieding van een Franstalige helderziende en een blaadje van een speelgoedwinkel dat gericht was aan de bovenburen - mijn brievenbus is wel vaker de verdwijnput voor post die kinderen aan het zeuren brengt. Daarnaast bevonden zich de rekeningen en vier folders van een goedkope supermarkt met telkens dezelfde karig opgevulde kalkoen, een mokkastronk, goed geprijsde wijn. Ik had inderdaad nog geen plannen voor oudjaar.
Ik raapte de poging tot barricade op, ging mijn appartement binnen en liep met de post in mijn handen het gewoonlijke rondje waarbij ik elke deur opende, niet wetende wat erger was: een keer een indringer aantreffen of steeds al die lege kamers.
Nadat ik mijn jas en wanten had weggehangen begon ik aan het avondeten. Schilde een aardappel, sneed er de geweien af die in het zonlicht waren gaan groeien. Ik schonk de waterkoker vol, zette het vuur onder de lege kookpot alvast op de hoogste stand, zodat de ko-ker zou weten dat hij zich moest haasten.
Al wachtende boog ik me over de brief.
Mijn naam en adres waren met zwarte pen geschreven in een handschrift dat ik herkende maar niet meteen kon plaatsen. Met de punt van de aardappelschiller haalde ik de rand open. Er kwam een wit kaartje tevoorschijn, een babyfoto en een naam. Zelfs zonder degelijke blik op de afbeelding, de naam of de datum wist ik dat dit een foto van Jan was en dat dit geen geboortekaartje was. Dit jaar, op 30 december, zou hij dertig zijn geworden.
Ik keek opnieuw naar mijn adres, de straatnaam. De hanenpoten waren diep in het papier gegrift, de beentjes huppelden net boven de regels uit. Natuurlijk was dit het handschrift van Pim. Jarenlang had ik naast hem in de klas gezeten, hem zijn toetsen zien invullen. Nooit had ik gesnapt waarom hij zo hard op zijn pen drukte. Zijn antwoorden waren er niet juister door geworden.
Pim had mijn adres dus opgezocht. Hij had het foutloos overgeschreven, letter voor letter. De uitnodiging zelf was drukwerk. Er stond een blokje uitleg aan de binnenzijde.
'Beste…' De stippellijnen lieten plaats voor mijn handgeschreven naam.
'Zoals jullie wel weten zou deze maand niet alleen Jan dertig zijn geworden, maar wordt onze bijna volledig geautomatiseerde melkerij ingehuldigd. Tijd om nog eens samen te komen bij een drankje en een hapje.'
Ik trok mijn schoenen uit om de zachte parketvloer onder mijn voeten te kunnen voelen. Jans postume feest was een promotiestunt geworden, een poging zo veel mogelijk volk te verzamelen bij de start-up van een nieuwe zaak.
Ik las niet verder. Gooide de kaart met de rest van de post en de aardappelschillen in de vuilnisbak. Ik zette de kraan open, duwde mijn polsen onder de koude straal, schepte water in mijn gezicht.
De lege gietijzeren pot kraakte, smeekte ook om wat water. En al was de koker er net klaar mee, ik draaide het gasvuur weer uit. Mijn honger was over.
Natuurlijk wist ik nog voor ik mijn wangen droogde aan de keukenhanddoek dat ik het hier niet bij zou kunnen laten.
Ik raapte de kaart op uit de vuilnis.
Jans foto was besmeurd geraakt door het zetmeel van de aardappelschillen. Van zijn mond vertrok een zwarte veeg, zijn lippen waren uitgesmeerd tot over zijn voorhoofd. Met een hoek van de keukenhanddoek probeerde ik Jans glimlach weer op z'n plaats te krijgen.
'15.00 uur: staldeuren open. 15.15 uur: kleine demonstratie van de melkrobot met aansluitend een feest. PS Zorg voor warme kledij. Neem geen bloemen mee, wel een foto of een goede herinnering aan mijn broer. Deze kunnen op voorhand worden gemaild naar info@melkerijbezoek.be of je kunt ze posten op Jans Facebookpagina. Z.o.z. voor de routebeschrijving.'
Op de achterzijde van het kaartje, onder een vereenvoudigd wegenplan, stond een klef citaat. Ik las het een paar keer hardop voor, zoals Pim het bedoeld zou hebben. Het bleven zinnen die te hard hun best deden.

Inmiddels is het iets na negen uur, Vilvoorde ben ik net voorbijgereden. Het klokje in mijn wagen flikkert elke paar seconden en loopt een paar minuten voor op de tijd die mijn mobiele telefoon aangeeft. Misschien komt dat door de koude. Zolang ik op de snelweg rijd, blijft Jans gezicht uitdrukkingsloos naast me liggen op de passagiersstoel.
Ik heb het kaartje niet bij me voor de foto. Ook de precieze uren en de wegbeschrijving hoef ik niet opnieuw te bekijken.
Enkel de dikke laag postzegels op de enveloppe heb ik nodig. Die zegels bewijzen dat Pim zeker wilde zijn dat deze uitnodiging bij me zou aankomen. Natuurlijk weet ik dat het niet gericht is aan wie ik nu ben, maar aan de persoon die ik was toen we elkaar wel nog spraken, de Eva van voor de zomer van 2002. Daarom doe ik vandaag precies wat ik toen gedaan zou hebben: ondanks weerzin tóch komen opdagen.

 

© Lize Spit, 2016

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum