Leesfragment: Stad van goud

15 september 2016 , door Tjeerd Posthuma
| | |

Op 22 september verschijnt Stad van goud, de debuutroman van Tjeerd Posthuma. Bij ons een fragment uit het eerste hoofdstuk.

Het is 2008 en in de Vinex is alles nieuw. Nieuw of in aanbouw. De huizen, de straten, het Shopping Plaza en de toren waar een heuse V&D in komt. Het zand van de bouwplaatsen waait rond, altijd, over de speelpleintjes en langs de keurig aangeplante boompjes. De ouders van Claire en Orville wilden er graag wonen. Ze zijn gelukkig, zeggen ze. Claire betwijfelt dat. Ze moet alles op een rijtje zetten. Daar heeft ze alle tijd voor, nu ze vastzit. Ze vertelt over de wijk, over school, over wat er met haar broertje Orville is gebeurd, waarom hij er niet meer is. In een heldere, trefzekere stijl neemt Tjeerd Posthuma de lezer mee in de beklemmende wereld van een introvert meisje dat verhalen verzint om zich staande te houden. Want als alles nieuw is, hoe geef je dingen dan betekenis?

 

0.

Dit is een begin: acht woorden (deze meegerekend).
Nee, ik moet niet zo flauw doen. Als ik niet meewerk, werk ik mezelf alleen maar tegen, zegt Melissa.
5 juli 2008.
Alsof de datum wat uitmaakt. O fijn, nu weet ik welke dag het is, nu kan ik eindelijk beginnen.
Gisteren at ik eieren en nu ben ik verkouden. Het was het laatste avondeten voor ik hier kwam. Twee eitjes, zacht gekookt, op een sneetje casinobrood, van de bakker, niet van de Albert Heijn, beetje boter eronder, zout, peper, beetje kerrie erop. Op een bord dat ik meekrijg als ik op kamers ga.
Toen werd ik zenuwachtig. Werd ik misselijk, ik voelde de dooiers en het wit in mijn maag zich terugvechten naar boven. Met de eitjes was niks mis, hoor. Ik vertrouw mijn moeder. Met mij is iets mis. Daarom zit ik hier.
Ik moet de hele tijd janken. Eerst vond ik het fijn. Dat het snot in je neus zo loskomt, kun je lekker je neus snuiten. Daar word je high van. Ademhalen als je bent uitgehuild, die eerste zuchten. Rust in je kop alsof alles is opgeruimd en op orde is. Maar die rust werd leegte en het huilen bleef maar doorgaan. Net zo lang tot het zout mijn jukbeenderen en wangen kapot irriteerde, tot mijn gezicht een verzameling rode vlekjes werd. Ik heb een prima huidje, afgezien van een puistje hier en daar, maar hier viel niet tegenop te pancaken.
Inmiddels heb ik geen tranen meer, geen snot en geen stem. Allemaal van dat huilen. Nu maak ik alleen nog maar een beetje ijle geluidjes, met mijn ogen dicht geperst en nog steeds een schrale neus, die wit is van de Nivea.
Toen Orville net weg was dacht ik: nu krijgen we allemaal ongemakkelijke momenten. De tafel die te veel borden en stoelen heeft. Mijn moeder die nog steeds inkoopt op de enorme stapel boterhammen die Orville eet. Als iemand op zijn plekje op de bank gaat zitten hangt er een pijnlijke stilte. Niks van dat alles. Mijn moeder dekte voor drie personen. Ze telde alles na in de keuken, voor ze het naar de eettafel bracht. We hadden niet opeens te veel boodschappen in huis. En we hoefden niet langer te wachten tot er genoeg vuile kleren waren voor een volle wasmachine. Mijn vader ging één keer languit op de bank liggen en toen was dat zijn nieuwe pose. Ik was me er niet eens van bewust dat ik de bril niet meer naar beneden hoefde te doen (mijn vader plast ook zittend). Hij was weg en dat zag ik nergens.
Ik zou willen dat ik het zou kunnen voelen. Dat ik het kan aanraken op mijn lijf, dat ik het kan aanwijzen: hier, hier zit het, tussen mijn schouders.
Buren, leraren, kennissen keken naar me, vissend naar tranen en rouw, maar daar kan ik niks mee. De bemoedigende klopjes als ik lach om een grapje. De trotse knik als een van ons naar buiten gaat. Zo, wat knap dat jullie het gewone leven weer oppakken. Dat herinnert eraan. Maar dat herinnert me alleen maar aan mezelf, niet aan hem. Een keer kwam ik de klas in en zei de docent drie keer achter elkaar chapeau tegen mij. Hij geeft geeneens Frans, hij geeft culturele en kunstzinnige vorming.
Straks wordt dit verhaal allemaal concreter. Dat moet, ik moet dit serieus nemen, anders neem ik mezelf niet serieus, volgens Melissa. Ik zal vertellen van hoe ik in de wiet en hasj kwam. Ik leefde het gangsterleven van films en series, begonnen als underdog en uitgegroeid tot baas. Iedereen rookte mijn shit, ik had streetcredit als water. Geld in stapeltjes onder mijn bed, achter de kast, in dozen op zolder, via de gaten voor je handen uitpuilend. Wie het niet gelooft is gewoon jaloers. Dat moet ik even op een rijtje zetten en daar gaan ze me bij helpen. Melissa en nog wat coaches. En natuurlijk de andere jongeren. Want dat we hier samen zitten is niet alleen omdat we dingen hebben gedaan die niet mogen. Nee, het is een kans: we gaan elkaar helpen. Want waar ik nu ben, daar is Cheryl ook een keer geweest. En Brooke is zelfs al verder. Zij kunnen mij laten zien hoe goed het is om te praten.
Ik weet de meeste namen niet. Ze hebben ze wel gezegd. Het was alsof ze in de kamer naast me aan het praten waren en dat ik gewoon rustig kon knikken op een muziekje dat ik in mijn hoofd afspeelde. Iets van Natasha Beddingfield.
Fokkin’ hel. Ik ben nog geen stap verder. Een coherent verhaal. Het is alsof er een ballon in mijn hoofd zit die langzaam alles wegdrukt. Ik weet niet meer waar ik het over moet hebben met begeleiders en de anderen. Ik wil het over Orville hebben. Hier lijkt alles opeens over hem te gaan. Maar ik weet niet wat ik moet zeggen, want in die ballon zit alleen lucht.
Hé, maar dan gaan wij die ballon toch laten leeglopen, joh. Dat zeiden ze. Met veel adem op de stem blaten ze steeds als schapen: Hé, je bent nu met ons. Hé, dit is waar wij voor zijn. Die ballon van jou, dat is straks gewoon een leeggelopen ballonnetje waar we allemaal om zullen lachen. Hé, echt waar. Toen ze dat soort dingen zeiden bij de eerste groepssessie keek ik vragend om me heen en alle andere meisjes keken terug met zo’n blik van: hate to say I told you so.
Hé, we zijn allemaal in dit dal geweest. Maar dat betekent ook dat we de weg naar boven weten. Wij hebben de kaart, heb jij het vertrouwen?

[...]

 

Copyright © 2016 Tjeerd Posthuma

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum