Leesfragment: Alle verhalen

22 juli 2017 , door Truman Capote
|

Alle verhalen van Truman Capote is een van de Zomerboeken van Athenaeum Roeterseiland. Lees bij ons het verhaal 'Je eigen nerts'. 

De Amerikaanse icoon Truman Capote is onverminderd geliefd. Hoewel hij vooral bekend is van Breakfast at Tiffany's en In Cold Blood, of de biopic met Philip Seymour Hoffman, noemde Capote zelf het korte verhaal als zijn 'grote liefde'.

Voor het eerst verschijnen nu alle eenentwintig 'volwassen' verhalen van Capote in Nederlandse vertaling. Naast klassiekers als 'Een nachtboom' en 'Een kerstherinnering' zijn er een tiental niet eerder vertaalde verhalen opgenomen. Alle onvergetelijke locaties en personages uit Capotes oeuvre komen aan bod: van het ruige Zuiden tot de chique Oostkust, van plattelandskinderen tot mondaine dames op leeftijd.

Deze monumentale bundel is onmisbaar voor iedereen die nader wil kennismaken met de legendarische auteur Truman Capote en een feest voor wie hem al las.

N.B. Lees ook onze besprekingen van Capote's Cold Blood en Waar de wereld begint.

 

Je eigen nerts

1 9 4 4

Mrs. Munson legde de laatste hand aan de linnen roos die ze in haar kastanjebruine haar had gedaan en deed een pas achteruit om het resultaat in haar spiegel te beoordelen. Toen streek ze met haar handen over haar heupen… haar jurk zat gewoon te strak, het was niet anders. Nog een keer uitnemen zal niet helpen, dacht ze nijdig. Met een laatste geringschattende blik op haar spiegelbeeld draaide ze zich om en liep naar de woonkamer.
De ramen stonden open en de kamer vulde zich met harde kreten die door merg en been gingen. Mrs. Munson woonde op de tweede verdieping en aan de overkant van de straat was een schoolplein. Laat in de middag was het lawaai bijna ondraaglijk. God, had ze dit maar geweten voordat ze het huurcontract tekende! Zacht grommend deed ze beide ramen dicht en als het aan haar lag mochten ze de komende twee jaar dicht blijven.
Maar Mrs. Munson was veel te opgewonden om echt geïrriteerd te zijn. Vini Rondo zou op bezoek komen, stel je voor, Vini Rondo… en vanmiddag nog wel! Als ze eraan dacht, voelde ze fladderende vleugels in haar buik. Vini was bijna vijf jaar in Europa geweest en Mrs. Munson had haar al die tijd niet gezien. Als in een gesprek de oorlog ter sprake kwam, deelde Mrs. Munson de anderen in de groep steevast mee: ‘Nou, weet je, een heel dierbare vriendin van me, Vini Rondo, zit op dit moment in Parijs, ze was erbij toen de Duitsers daar binnentrokken! Ik heb gewoon nachtmerries als ik bedenk wat zij moet doormaken!’ Mrs. Munson zei het alsof haar eigen leven in de waagschaal lag.
Als iemand in het gezelschap het verhaal van haar vriendin nog niet kende, haastte ze zich om dat uit te leggen. ‘Het zit zo,’ begon ze dan, ‘Vini was een meisje met ontzettend veel talent, en geïnteresseerd in kunst en al die dingen. Nou, ze had behoorlijk wat geld, dus ging ze minstens één keer per jaar naar Europa. Uiteindelijk, na de dood van haar vader, pakte ze haar boeltje en vertrok voorgoed. Maar ja, toen kreeg ze dus een affaire en trouwde ze met een of andere graaf of baron of zoiets. Misschien heb je wel van haar gehoord… Vini Rondo… Cholly Knickerbocker had het altijd over haar.’ En zo ging ze maar door, alsof het een of andere historische lezing was.
Vini, terug in Amerika, dacht ze, en ze kon er maar niet over uit. Ze schudde de groene kussentjes op de bank op en ging zitten. Kritisch nam ze haar kamer in ogenschouw. Typisch, dat je je eigen omgeving eigenlijk pas goed ziet als je bezoek verwacht. Nou, dacht ze met een zucht van voldoening, dat nieuwe dienstmeisje was - en waar zag je dat nog - van een vooroorlogs niveau.
De bel ging abrupt. Hij zoemde twee keer voordat Mrs. Munson zich kon verroeren, zo spannend vond ze het. Ten slotte kalmeerde ze en ging opendoen.
Eerst herkende Mrs. Munson haar niet. De vrouw tegenover haar had geen chic opgestoken kapsel… sterker nog, haar haar hing nogal slap en oogde ongekamd. Een katoentje in januari? Mrs. Munson probeerde de teleurstelling uit haar toon te houden toen ze zei: ‘Vini, schat, ik zou je overal hebben herkend.’
De vrouw bleef op de drempel staan. Onder haar arm droeg ze een grote roze doos en haar grijze ogen keken Mrs. Munson nieuwsgierig aan.
‘O ja, Bertha?’ Haar stem had een rare fluistertoon. ‘Dat is fijn, heel fijn. Ik zou jou ook hebben herkend, ook al ben je nogal dik geworden, hè?’ Toen pakte ze de uitgestoken hand van Mrs. Munson en kwam binnen.
Mrs. Munson geneerde zich en wist niet goed wat ze moest zeggen. Arm in arm liepen ze de woonkamer in en gingen zitten.
‘Een glaasje sherry?’
Vini schudde haar donkere hoofdje. ‘Nee, dank je.’
‘Misschien een whisky dan of zo?’ vroeg Mrs. Munson wanhopig. De pendule met het beeldje op de namaakschoorsteenmantel sloeg zachtjes. Mrs. Munson had nooit gemerkt hoe hard die kon klinken.
‘Nee,’ zei Vini resoluut, ‘niets, dank je.’
Berustend schikte Mrs. Munson zich op de bank. ‘Goed, schat, brand maar los. Wanneer ben je teruggekomen in de States?’ Dat klonk lekker, vond ze. De States.
Vini zette de grote roze doos tussen haar benen en vouwde haar handen. ‘Ik ben hier al bijna een jaar.’ Ze zweeg even, maar ging snel verder toen ze het stomverbaasde gezicht van haar gastvrouw zag: ‘Maar niet in New York. Anders had ik natuurlijk wel eerder wat van me laten horen, maar ik zat in Californië.’
‘O, Californië, ik ben gek op Californië!’ riep Mrs. Munson uit, ook al was ze feitelijk nooit verder naar het westen geweest dan Chicago.
Vini glimlachte en Mrs. Munson zag hoe onregelmatig haar gebit was en besloot dat haar tanden weleens goed gepoetst mochten worden.
‘Dus,’ vervolgde Vini, ‘toen ik vorige week weer in New York kwam, dacht ik meteen aan jou. Het kostte me vreselijk veel moeite om je te vinden omdat ik de voornaam van je man niet meer wist…’
‘Albert,’ meldde Mrs. Munson overbodig.
‘…maar uiteindelijk is het gelukt en hier zit ik dan. Weet je, Bertha, ik moest meteen aan jou denken toen ik besloot dat ik mijn nertsmantel wilde verkopen.’
Mrs. Munson zag Vini ineens blozen.
‘Je nertsmantel?’
‘Ja,’ zei Vini terwijl ze de roze doos optilde. ‘Je kent mijn nertsmantel nog wel. Daar was je altijd zo lovend over. Je zei altijd dat het de mooiste mantel was die je ooit had gezien.’ Ze begon het rafelige zijden lint los te maken dat de doos bij elkaar hield.
‘Natuurlijk, ja, natuurlijk,’ zei Mrs. Munson, die de laatste uklank langer aanhield.
‘Ik zei bij mezelf: Vini Rondo, waar heb je die mantel in hemelsnaam nog voor nodig? Bertha kan hem toch veel beter hebben? In Parijs, Bertha, heb ik namelijk een schitterend sabelbontje gekocht en je snapt wel dat ik echt geen twee bontmantels nodig heb. Bovendien heb ik mijn zilvervosjasje nog.’
Mrs. Munson keek hoe Vini het zijdepapier in de doos naar de zijkanten wegduwde, zag de beschadigde lak op haar nagels, zag dat ze geen sieraad aan haar vingers droeg en besefte ineens nog veel meer dingen.
‘Dus ik dacht aan jou en als je hem niet wil hebben dan hou ik hem gewoon zelf, want ik moet er niet aan denken dat iemand anders hem zou hebben.’ Vini hield de mantel op en liet hem verschillende kanten op draaien. Het was een prachtige mantel, het gladde bont glansde weelderig. Mrs. Munson stak haar hand uit en liet haar vingers eroverheen gaan, streek tegen de haartjes in. Onwillekeurig vroeg ze: ‘Hoeveel?’
Ze trok haar hand gauw terug, alsof ze vuur had aangeraakt, en hoorde toen de stem van Vini, zacht en mat.
‘Ik heb er bijna duizend voor betaald. Is duizend dollar te veel?’ Beneden op straat hoorde Mrs. Munson het oorverdovende kabaal van het schoolplein, en ze was er nu eens dankbaar voor. Het gaf haar iets om zich op te concentreren, iets om de intensiteit van haar eigen gevoelens te temperen.
‘Ik vrees dat dat te veel is. Dat kan ik echt niet betalen,’ zei ze afwezig, nog steeds met haar blik op de mantel gevestigd, bang om haar ogen op te slaan en het gezicht van de andere vrouw te zien.
Vini gooide de mantel op de bank. ‘Nou, ik wil dat jij hem krijgt. Het gaat me niet zozeer om het geld, maar ik vind wel dat ik iets terug zou moeten krijgen van mijn investering… Hoeveel zou je kunnen betalen?’
Mrs. Munson deed haar ogen dicht. O, God, dit was afschuwelijk! Ronduit afschuwelijk!
‘Vierhonderd misschien,’ antwoordde ze zwakjes.
Vini pakte de mantel weer en zei monter: ‘Eens kijken of hij past dan.’
Ze liepen de slaapkamer in en Mrs. Munson trok de mantel aan en ging voor de kleedspiegel in haar kast staan. Een paar kleine aanpassingen, de mouwen inkorten, en misschien zou ze hem kunnen laten opfrissen. Ja, hij stond haar zeker voordelig.
‘O, ik vind hem prachtig, Vini. Het was heel lief van je om aan mij te denken.’
Vini leunde tegen de muur; haar bleke gezicht maakte een harde indruk in het zonlicht dat door de grote slaapkamerramen werd versterkt.
‘Schrijf maar een cheque uit,’ zei ze onverschillig.
‘Ja, natuurlijk,’ zei Mrs. Munson, die ineens weer met beide benen op de grond stond. Bertha Munson met haar eigen nerts!
Ze liepen terug naar de woonkamer en ze schreef een cheque uit. Vini vouwde die voorzichtig op en stopte hem in haar kralentasje.
Mrs. Munson deed haar best om een praatje te maken, maar stuitte bij elke nieuwe poging op een koude muur. Eén keer vroeg ze: ‘Waar is je man, Vini? Neem hem eens mee om met Albert te praten.’ En Vini antwoordde: ‘O, die! Die heb ik al zo lang niet gezien. Voor zover ik weet zit hij nog in Lissabon.’ En dat was dus dat.
Nadat Vini beloofd had dat ze de volgende dag zou bellen, vertrok ze ten slotte. Toen ze weg was dacht Mrs. Munson: ach, die arme Vini, ze is gewoon een vluchteling! Ze pakte haar nieuwe mantel en liep de slaapkamer in. Ze kon Albert niet vertellen hoe ze eraan was gekomen, dat stond wel vast. Wat zou hij kwaad zijn over het geld! Ze besloot de mantel zo ver mogelijk achter in haar kast weg te stoppen en hem dan op een dag tevoorschijn te halen en te zeggen: ‘Albert, kijk eens wat een beeldige nerts ik op een veiling heb gekocht. Voor een habbekrats.’
Tastend in het donker van haar kast bleef ze met de mantel aan een haakje hangen. Ze gaf een rukje en schrok zich wild toen ze iets hoorde scheuren. Ze deed snel het licht aan en zag dat de mouw was gescheurd. Ze hield de stof bij de scheur uit elkaar en trok er een beetje aan. Hij scheurde verder en toen nog wat verder. Met een misselijk, hol gevoel besefte ze dat het hele ding verrot was. ‘O, mijn God,’ zei ze, en ze greep de linnen roos in haar haar vast. ‘O, mijn God, ik ben belazerd, volkomen belazerd, en daar kan ik niets meer aan doen, helemaal niets!’ Want ineens wist Mrs. Munson dat Vini morgen niet en nooit meer zou bellen.

 

© 2017 Nederlandse vertaling Guido Golüke, Joop van Helmond en Harry Pallemans / Uitgeverij Podium

MINDBOOKSATH : athenaeum