Leesfragment: Brieven, dagboeken en een geheime liefde

30 april 2017 , door Laurie Langebach
| |

Op 2 mei verschijnt Brieven, dagboeken en een geheime liefde van Laurie Langenbach, samengesteld door Rutger Vahl en verschenen binnen de reeks Privé-domein. Wij publiceren voor!

Over het boek 
Laurie Langenbach (1947-1984) was een veelzijdige persoonlijkheid: ze schreef over popmuziek en mode in bladen als Hitweek en Aloha, richtte de feministische beweging ‘Woman Power’ op en had relaties met Armand, de Griekse zanger Vangelis en de Amsterdamse ‘outsider’ Wally Tax. In 1977 debuteerde ze als schrijfster met Geheime liefde, waarin ze haar obsessie voor een onbekende ‘hij’ verwoordde. Die ‘hij’ bleek schaker Jan Timman te zijn. Met haar persoonlijke bekentenisliteratuur – nieuw in de jaren zeventig, de recensenten waren niet mild – had Laurie Langenbach een eigen stem. Door haar vroege dood heeft ze nooit kunnen aantonen of ze daadwerkelijk de Nederlandse Virginia Woolf kon worden, zoals Heere Heeresma haar ooit voorspelde.

 

Inleiding

Ik leerde haar kennen in een doos met beduimelde documenten die ooit hadden toebehoord aan de getroebleerde rockzanger Wally Tax (1948-2005). Het jaar was 2014, ik werkte aan een biografie over de muzikant die in de jaren zestig een icoon was geweest, maar daarna een leven in de marge had geleid. Via via was ik in contact gekomen met mensen die hem in de laatste jaren van zijn leven hadden gekend en na zijn dood spullen uit zijn woning hadden meegenomen. Eerst de kostbare gitaren, daarna de waardevolle demotapes en ten slotte de resterende dozen met paperassen. Ik belde op en vroeg of ik langs mocht ko - men. Dat was geen probleem: men leek opgelucht dat er eindelijk iemand belangstelling toonde en dat het ma - teriaal niet voor niets tien jaar in de weg had gestaan. Zo reisde ik door Neder land, Wally’s papieren achterna. Wat ik aantrof, verschilde. Soms was het een kartonnen doos waarin ooit bananen hadden gezeten, dan weer een oude verhuisdoos, met plakband bij elkaar gehouden. Maar de inhoud was steeds dezelfde: met koffie bevlekte liedteksten, papiersnippers vol haastige aantekeningen, apothekersnota’s voor methadon.
Tussen het oud papier vond ik ook documenten in een mooier, vrouwelijk handschrift. Ze bleken van Laurie Langenbach te zijn, ooit de vriendin van Wally Tax. Vaag zei haar naam me iets. Ze was een tamelijk aantrekkelijke vrouw geweest, een journaliste. Ze had een paar boek - jes geschreven die bijna niemand goed vond. En ik kende haar treurige lot. Laurie was onder invloed geraakt van een macrobiotische goeroe, die haar, toen ze kanker kreeg, had doorverwezen naar het centrum van Meester Oki in Japan. Dat had haar letterlijk het leven gekost. Toen haar klachten niet verminderden maar juist verergerden bleken de artsen, terug in Nederland, niets meer voor haar te kunnen doen. Ze stierf op 37-jarige leeftijd.
Uit de dozen diepte ik brieven op, ik vond een zomerdagboek dat ze tijdens een liefdesvakantie in Italië had bijgehouden en trof het manuscript van een nooit uitgegeven roman. Ze bleek een vrouw die over veel dingen nadacht en daar met precieze en eerlijke pen verslag van had gedaan. Haar interesse in andere mensen en wat het leven te bieden had raakte me. Een vrouw die grip probeerde te krijgen op de tijd waarin ze leefde, die voortdurend op zoek leek naar iets wat ze niet kon vinden of wat niet meer bestond. Corresponderen was haar passie geweest en ik begreep dat dit iets te maken moest hebben met haar jeugd in de tropen, toen de post het enige communicatiemiddel was om contact te onderhouden met het thuisfront.
Er kwamen meer brieven boven water, evenals een vroege versie van haar literaire debuut Geheime liefde. Het Letterkundig Museum bezat een notitieboekje waarin Laurie had bijgehouden wat er met haar was gebeurd na de publicatie van dit eerste boek. Een nicht had al die jaren een koffer met papier en foto’s bewaard. Langzaam kwam er lijn in haar leven. Laurie Langenbach was een vrouw geweest met vele talenten, die zich breed had willen ontwikkelen. In de undergroundbladen Hitweek en Aloha had ze verslag gedaan van de Amsterdamse flowerpower, ze was medeoprichtster geweest van een feministische beweging, werkte als programmamaakster voor de VPRO en VARA, schreef popliedjes, trad op als zangeres en was een graag gezien persoon in hip en kunstzinnig Amsterdam. In 1977 was Geheime liefde verschenen, een autobiografische roman die veel aandacht had gekregen. Daarna had ze een brievenboek uitgebracht met schrijver Heere Heeresma en een verhalenbundel. Haar geld verdiende ze als journaliste en columniste voor onder andere Cosmopolitan en NRC Handelsblad. Voor die laatste krant schreef ze korte stukjes over sport, die in 1983 gebundeld waren. Het was zo’n beetje het laatste wat er van haar in druk was verschenen.
Mijn plaatselijke bibliotheek bezat geen enkel boek van haar, maar bij een andere vestiging vroeg ik Geheime liefde aan. Het betrof een beduimeld exemplaar, net te dun om lekker in de hand te liggen, geschreven in een wat ouderwets proza. Maar al snel had Laurie Langenbach mij voor zich gewonnen. Haar boek bleek een vrijmoedig, en vooral moedig, relaas over een onbereikbare liefde en de bijbehorende worsteling met tegenstrijdige emoties. Hier sprak een jonge, levenslustige schrijfster die in een observerende stijl uiting gaf aan universele gevoelens van liefde, hoop en teleurstelling. Dat het om een autobiografisch werk ging en de aanbeden hoofdpersoon niemand minder was dan schaker Jan Timman maakte Geheime liefde extra interessant en raadselachtig. Deze stille, naar corpulentie neigende denksporter had dus ooit het hart van een hippe, intelligente vrouw op hol gebracht?
Verbaasd was ik ook toen ik de recensies las. Wij zijn gewend aan literatuurkritiek die in de regel milder is voor debutanten dan voor gearriveerde schrijvers, die eerstelingen sneller het voordeel van de twijfel gunt en waarbij recensenten meer op zoek gaan naar een belofte dan de messen te slijpen. Maar Geheime liefde was veertig jaar geleden in niet mis te verstane woorden neergesabeld, waarbij de kritiek mij nogal op de persoon gespeeld leek. Laurie was weggezet als oppervlakkig, de zoveelste jonge vrouw die dacht dat ze literatuur kon schrijven maar daarvoor zowel het talent als de inhoud miste. Van dat stigma was ze nooit afgekomen. In recensies bleef ze de modieus babbelende journaliste die onbelangrijke boekjes schreef in een gemankeerde stijl.

Een tropenkind verdwaald

Wie was deze journaliste, zangeres, liedcomponiste en schrijfster, die na haar dood in 1984 snel wegzonk in vergetelheid?
Ze werd geboren in 1947 in Den Haag. Zowel haar vader als moeder was eerder getrouwd geweest en niet onbeschadigd uit deze huwelijken gekomen. Haar moeder, Lita Berkhout (1911-1994), had voor de oorlog een vlieger bij de luchtmacht ontmoet. Die werd gestationeerd in Nederlands- Indië en Lita volgde een paar maanden later. Het was een mooie tijd, met dansfeesten en een huis met bedienden. In 1939 werd hun dochtertje geboren, die naar haar moeder werd vernoemd. Toen brak de oorlog uit en Japan viel aan. Lita’s man voerde diverse missies uit, werd onderscheiden voor zijn moed, maar stortte in 1942 neer tijdens een trainingsvlucht in de Verenigde Staten. Lita en haar kind werden geïnterneerd in een Japans kamp, waaruit ze in 1945 meer dood dan levend werden bevrijd.
Daniël Langenbach (1908-1973) was geofysicus in dienst van Shell. Vlak voor de oorlog was hij naar Nederlands- Indië uitgezonden. Zijn echtgenote en dochtertje had hij in Nederland achtergelaten en gedurende de vijf oorlogsjaren was er nauwelijks contact geweest. Na de bevrijding ontving Daniël een telegram van zijn vrouw. Ze koos ervoor met zijn beste vriend verder te gaan en vroeg een scheiding aan. Nog bekomend van dit nieuws ontmoette hij aan de andere kant van de wereld een uitgemergelde vrouw en haar doodzieke kind. In haar verhaal ‘De beste danser van Indonesië’ schreef Laurie dat haar moeder en halfzus hun leven aan Daniël Langenbach te danken hadden: ‘Hij kwam zelf net uit een kamp, hij had geen tanden meer en zijn lichaam was bedekt met zweren. Die man, een Hollander, zorgde ervoor dat haar kind eten en medicijnen kreeg en dat ze niet doodging. Lita trouwde met de redder van haar kind in haar enige jurk die nog heel was, de jurk die ze in het kamp op zondagen gedragen had.’
Daniël, Lita en haar zes jaar oude dochtertje keerden terug naar Den Haag. Daar werd op 10maart 1947 een meisje geboren, Laurina Celesta, en moest het leven weer zijn gewone gang krijgen. Over haar ontberingen en verdriet sprak haar moeder nooit meer, schreef Laurie: ‘Zij kon nauwelijks om haar eerste man rouwen. Het leek haar toe dat hij was achtergebleven in de wereld die vóór het kamp bestond en dat hij daar nog altijd danste en in vliegtuigen vloog. Ze had er moeite mee te begrijpen dat er nog altijd trams waren, fietsen en auto’s, dat er vrouwen waren in bontjassen met rouge op en mannen in kostuums, dat er haring werd verkocht en stroopwafels, dat ze op een bed sliep, een echt bed, naast een man voor wie ze niet meer kon voelen dan dankbaarheid.’ Het was een onwerkelijke tijd met spijkerharde mores. Ondanks het leed dat Daniël en Lita in de oorlog was aangedaan weigerde de katholieke kerk hun baby te dopen. Dat was immers het kind van een gescheiden man. Toen Shell een nieuwe post in het buitenland aanbood, pakten ze hun koffers om Nederland voor lange tijd achter zich te laten.
Van Indonesië ging het naar Nieuw-Guinea, en van Brunei (Borneo) naar Libië. Laurie had een welvarende en onbezorgde jeugd, speelde in het oerwoud en op het strand, woonde in villa’s met poezen, honden en bediendes. In dit rijke expatleven waren mannen aan het werk en bestierden vrouwen het huis. Het vormde haar kijk op man-vrouwverhoudingen. In 1979 schreef ze: ‘Nooit heb ik eraan getwijfeld dat ik recht had op een mening, een eigen levensstijl, een eigen smaak en dat niemand mij hoefde te vertellen wat mij zoal te doen stond. Of een vrouw hoorde te schrijven heb ik mij evenmin afgevraagd.’
Van 1957 tot 1961 woonde de familie in Tripoli. Het waren de jaren die Laurie het meest zouden beïnvloeden. Tripoli was een schitterende stad, met een pompeuze Italiaanse boulevard en kathedraal, een Turks fort, blinkend witte moskeeën en een markt waar fonteinen klaterden. Op foto’s uit de tijd kijkt Laurie serieus in de camera, een zelfverzekerd meisje met een bol gezicht dat ambitie uitstraalt. Als kind voelde ze zich autonoom, zei ze later, en haar ouders bestonden in haar herinnering nauwelijks. In Libië werd ze voor het eerst verliefd en ontdekte ze haar seksualiteit. Ze schreef gedichten en verhaaltjes, in het Engels, dat haar eerste taal was. Ze luisterde naar Amerikaanse radiozenders die rock-’n-roll draaiden en was veel buiten met haar vriendin Claire, een katholiek Iers meisje dat Laurie ervan overtuigde óók communie te doen. ‘Toen was ik gelukkig,’ vertelde ze in 1977.
Begin jaren zestig keerde het gezin definitief terug naar Den Haag en ging Laurie naar de Nieuwe Meisjesschool. Van de zwoele tropen naar het calvinistische Nederland: die overgang was veel te groot. Laurie voelde zich eenzaam en kon niet aarden in haar nieuwe land met zijn koude winters, waterige melk en duizenden fietsen, symbool voor alles wat ze haatte aan Nederland. Op school sprak haar lerares Engels met een raar accent en vertelde ze dat D.H. Lawrence Lady Chatterley’s Lover had geschreven omdat hij zo lelijk was en geen vrouw kon krijgen. Aan het Nederlands kon Laurie niet wennen. Ze praatten onnatuurlijk in toneelstukken op televisie, vond ze, alsof er een andere taal was voor theater en literatuur, een taal zonder echt gevoel. Nog lang hield ze haar dagboeken bij in het Engels.

[...]

 

Copyright © 2017 Laurie Langenbach & Rutgher Vahl

MINDBOOKSATH : athenaeum