Leesfragment: Fragment: Che is hier

24 september 2017 , door Bram de Graaf
| | | |

25 september wordt Che is hier van Bram de Graaf gepresenteerd. Lees bij ons een fragment! 

Na Voetbalvrouwen, Het verraad van Benschop en Spion van Oranje volgt historicus Bram de Graaf in Hier was Che ditmaal de voetsporen van Che Guevara, op zoek naar wat er over is van diens erfenis.

Op 9 oktober 1967 maakte een Boliviaanse soldaat een einde aan het leven van Ernesto ‘Che’ Guevara (1928). De in Argentinië geboren revolutionair had een zeker en rustig bestaan als arts opgegeven om zijn continent te bevrijden van het imperialisme. Als jonge twintiger was hem tijdens zijn reizen door Latijns-Amerika de grote ongelijkheid tussen arm en rijk opgevallen en hoe de landen werden uitgebuit door de Verenigde Staten. Na met Fidel Castro Cuba te hebben bevrijd, zag hij het als zijn taak de revolutie te exporteren.

Vijftig jaar na zijn dood volgt journalist en historicus Bram de Graaf Che’s voetsporen. Hij is zelf net vijftig geworden en sinds zijn studietijd verliefd op Latijns-Amerika. In hoeverre zijn Che’s dromen verwezenlijkt? Wat betekent hij nog voor de lokale bevolking op dit continent en wat is zijn invloed geweest op de Latijns-Amerikaanse geschiedenis? De Graaf verweeft zijn speurtocht naar de revolutionaire held met zijn eigen verhaal: wat is er eigenlijk van zíjn dromen terechtgekomen? 

N.B. Kom ook naar de boekpresentatie op 25 september om 17.00 uur bij Athenaeum Boekhandel aan het Spui te Amsterdam.

 

 

2

Waarom Che? Je bent toch geen zurdo?
Een linkse extremist? Ik? De Argentijnse vrienden die voor mij een barbecue in de tuin van een buitenhuis bij Buenos Aires hebben georganiseerd, zijn lichtelijk verbaasd over de reden van mijn nieuwe bezoek aan hun land. Toen ik hier de afgelopen jaren was voor artikelen over Maradona of Máxima hadden ze dat logisch gevonden. Veel logischer ook dan mijn doctoraalscriptie die me begin jaren negentig naar hun land had gebracht en ging over de machtsstrijd binnen het peronisme in de jaren 1983-1989.
Ze zijn dan ook geen fans van de meest dominerende factor in de Argentijnse politiek sinds begin jaren veertig van de vorige eeuw. Ze komen allemaal uit de gegoede wijk Recoleta; de meesten zijn advocaat of jurist. De peronisten, die met name steunen op de arbeiders, zijn volgens hen de schuld van alle ellende in het land. In 2015 stemden ze dan ook allemaal op de huidige liberale president Mauricio Macri. Zijn peronistische voorgangster Cristina Kirchner en haar overleden man Nestor (die haar in 2003 als president was voorgegaan) hadden met geld gesmeten en het land met grote schulden achtergelaten. ‘Macri ruimt nu hun puin op,’ zegt mijn vriend Germán, een functionaris van het Hooggerechtshof bij wie ik logeer. ‘En dat voelt iedereen in zijn portemonnee. Pensioenen worden gekort, gas en licht duurder. Hij kan niet anders.’
Maar net als de andere aanwezigen is Germán het geloof in de politiek allang verloren. ‘We worden al zeventig jaar geregeerd door egoïsten die alleen zichzelf willen verrijken. Ons land is kapotgemaakt.’
En daar heeft Che ook zijn steentje aan bijgedragen, vinden veel van hen: de staatsterreur in Argentinië in de jaren zeventig was uitgelokt door jongeren die met geweld zijn gedroomde maatschappij wilden verwezenlijken. ‘In Che’s idealen kan ik me vinden,’ zegt Germán. ‘Maar door te proberen die met wapens te bereiken, verloren veel mensen hun leven. Ik hoop niet dat je hem gaat verheerlijken.’
Ik zeg dat ik dat niet van plan ben, maar dat ik wil uitzoeken wat hij nog betekent voor de Latijns-Amerikanen en wat er van zijn idealen terecht is gekomen.
‘Hij was een ontzettend knappe man,’ zegt mijn voormalige geliefde Maria Clara, terwijl ze de kalebas aan me doorgeeft met maté – een theeachtige cafeïnerijke drank die met een metalen riet met zeef wordt genuttigd. Ze neemt het, zoals altijd, voor me op.
‘Knap!’ reageert haar zus Julie fel. ‘Hij was een moordenaar!’ Een neef van hun moeder is getrouwd met een nicht van Che. Die vertelde dat Che als kind onuitstaanbaar was. Julie zal een afspraak met haar regelen: ‘Dan kun je ook die kant van hem belichten.’
Ook de anderen kennen personen die iets met Che hebben. Ik heb dat vaker gehoord toen ik hier was voor Máxima of Maradona; Argentijnen beloven van alles, maar meestal levert het niets op. Een aantal afspraken heb ik zelf al gemaakt. Als eerste ga ik morgen een oude bekende opzoeken in de stad La Plata: Raúl Daroquí. Hij is ruim tien jaar ouder dan mijn vrienden op deze asado en groeide op in een ander sociaal milieu. Begin jaren zeventig was hij lid van een revolutionaire jeugdbeweging in Argentinië. Na de militaire staatsgreep van 1976 vluchtte Raúl met zijn gezin naar Nederland. Wat was Che’s invloed op zijn activisme? En wat heeft dat hem gebracht?

 

3

Langs de kant van de snelweg ter hoogte van de voorstad Avellaneda staat een gestrande rode bus van dezelfde maatschappij waarmee ik nu naar La Plata reis. De ruiten zijn ingegooid, de banden lek.
‘Een ongeluk?’ vraag ik aan de vrouw naast me.
‘Welnee,’ zegt ze. ‘Een overval.’
Ze wijst naar de villa miseria – zoals ze hier een krottenwijk noemen – verderop. ‘Regelmatig gooien bewoners van de villas stenen naar bussen om die zo tot stoppen te dwingen, waarna iedereen zijn geld en dure spullen moet afgeven. Laten we hopen dat wij meer geluk hebben.’
Een halfuur geleden ben ik vertrokken van een bushalte bij station Retiro in Buenos Aires. We reden via Avenida 9 de Julio, de brede avenue dwars door Buenos Aires, en de bus was al snel bomvol. Zonder te stoppen passeerde hij de volgende haltes, waar mensen boos stonden te schreeuwen. Via de brug bij La Boca zijn we op de autopista terechtgekomen. Vanaf daar was het nog zeventig kilometer oostwaarts naar La Plata.
We hebben geluk. Zonder incidenten zijn we er na een uur. La Plata is een lelijke middelgrote stad met een aardig natuurwetenschappelijk museum (met opgezette dinosaurusskeletten) en een imposante kathedraal. Raúl, inmiddels zesenzestig, heeft een restaurant gereserveerd in de buurt daarvan, waar hij ook woont.
Eind 1989, toen ik net in Buenos Aires was, had ik hem en zijn gezin voor het eerst bezocht. Het adres had ik gekregen van een studiegenoot wiens ouders uit Veldhoven hen tijdens hun verblijf in Nederland hadden opgevangen. Met zijn gezin, vrouw Susana en twee dochtertjes, woonde Raúl toen in Tornquist, een dorpje vijfhonderd kilometer ten zuidwesten van Buenos Aires midden op de pampa. Hij was er onderwijzer en bezig zijn eigen huis te bouwen. Ze vonden het leuk om Nederlanders te ontmoeten en het leek of ze heimwee hadden. Argentinië was zo onzeker vergeleken met Nederland; financieel hadden ze het best zwaar.
In december 2001 interviewde ik hem in La Plata, waar ze naartoe waren verhuisd en oorspronkelijk vandaan kwamen, voor Nieuwe Revu. Willem-Alexander stond op het punt te trouwen met ene Máxima Zorreguieta en haar vader was ‘fout’ geweest tijdens de laatste militaire dictatuur. Wat was er nu precies gebeurd in 1977 dat ze weg moesten? Raúl, met Susana aan zijn zijde, vertelde dat hij begin jaren zeventig lid was geweest van de Juventud Revolucionaria Peronista (jpr, de revolutionaire peronistische jeugd), net als zijn broers Daniel, Arturo en Juan Carlos. Toen die verdwenen drongen zijn ouders erop aan dat zij het land zouden verlaten, ook al was Susana hoogzwanger. Ze vertrokken naar Brazilië, en daar werd hun zoon Alejo geboren. Er waren complicaties, de artsen letten niet goed op. Aanvankelijk leek er niets aan de hand, maar eenmaal in Nederland bleek Alejo spastisch. In Nederland kregen ze twee dochters en een zoon, die twee maanden na zijn geboorte overleed aan een hartprobleem. Ze voelden zich vreselijk alleen. ‘We waren te verschillend,’ zei Susana. ‘In alles.’
Raúl hield het erop dat ze gewoon ‘moeilijk’ waren. Er was ook zoveel gebeurd. In 1984 waren ze teruggekeerd naar Argentinië; kort daarna overleed Alejo. In zekere zin was dat een geruststelling, want hun grootste zorg was geweest dat ze eerder zouden sterven dan hij: in Argentinië is een gehandicapt kind een straf, zeiden ze. ‘Er zijn hier geen speciale scholen en ze zouden hem aan zijn lot hebben overgelaten.’
Nederland had hem veranderd, zei Raúl ook. In positieve zin. ‘In Argentinië zag ik alles zwart of wit; ik had een hekel aan grijs. In Nederland leerde ik tolerant zijn. Nu zie ik ook grijs.’

[...]

 

© 2017 Bram de Graaf

MINDBOOKSATH : athenaeum