Leesfragment: De kennismaking

26 augustus 2017 , door Nicolien Mizee
| | |

1 september verschijnt De kennismaking. Faxen aan Ger van Nicolien Mizee. Lees hier alvast een fragment!

In 1994 krijgt Nicolien Mizee les in scenarioschrijven van Ger Beukenkamp. Er ontvouwt zich een klassieke meester-leerlingrelatie. Nicolien ziet in Ger een boven de normale mensen verheven God. Om ook buiten de lessen haar gedachten aan de zijne te kunnen spiegelen, begint ze hem faxen te sturen. Eerst een paar, dan bijna dagelijks, vele jaren lang. Ger antwoordt nooit. 
De kennismaking. Faxen aan Ger (1994‒1997) is het geopenbaarde deel van een eenzijdige fascinatie. En het is meer, het is een vormgegeven dagboek van Nicolien Mizee, haar worsteling met de sociale dienst, geld, vrienden, familie, het schrijven en met relaties. De kennismaking is een verzameling schitterende portretten, geestige gebeurtenissen, droevige misverstanden, wezenlijk gekonkel. Steeds oprecht, vaak briljant geformuleerd. 

 

Haarlem, 4 augustus 1994

Beste Ger,

Buiten scheurt het onweer de nacht aan stukken en ik loop ongedurig heen en weer, doe de gordijnen dicht en weer open en besluit toch maar aan die brief aan jou te beginnen.
Je lijkt soms zozeer een verzameling afgeronde theorieën, dat ik me weleens afvraag of je menselijk bent. Ik kreeg even hoop toen ik je twee speculaasjes zag eten, maar nam aan dat je research aan het doen was voor een nieuw scenario.
Je evident aanwezige hartstocht richt zich geheel en al op het werk, en daar voor mij gedrevenheid tot het werk de enige niet-beschamende menselijke eigenschap is, ben ik je als een soort ijsheilige gaan beschouwen, hoewel ervaring me geleerd zou moeten hebben dat alles wat ik ooit aanzag voor iets van een hogere orde, uiteindelijk neerkwam op ‘een menselijke fout’.
Ik kan helemaal niet nadenken over dat rotscenario, ik verban het altijd uit mijn geest zodra ik het de deur uit heb gestuurd, hoewel ik wel begrijp dat dat niet goed is. Kun jij niet gewoon zeggen wat ik bedoel? Dit kost me een slapeloze nacht. En hoe ben jij zo geworden? Heeft het jou slapeloze nachten gekost? En ben je er nu uit? En hoe denk je dan en; waar baseer je je oordeel op? En ben je daarom zo energiek? En waarom schrijf je eigenlijk de hele tijd?
Ik wil alleen maar uitleggen dat ik ook wel wat te zeggen heb, al begrijp ik nergens wat van, maar wat ik te zeggen zou hebben, Joost mag het weten. Het is alleen maar dat ik niet veronachtzaamd wil worden. God mag weten waar die ideefixe vandaan komt, maar het is zoals het is.
Als iemand me zou vragen waarom dat Model verfilmd zou moeten worden, zou ik niets anders weten te zeggen dan dat ik hoopte dat er ergens een meisje van twaalf, dat die avond toevallig voor de televisie verzeild geraakt was, zou denken: ‘O, zit het zo! Ik ben helemaal niet gek!’ Niet omdat ik reclame wil maken voor het modelstaan, maar omdat ik probeer uit te leggen dat je best nog een beetje gelukkig kunt worden als je besluit onder ogen te zien dat het je menselijke plicht is de spoken die je in je kindertijd naar binnen gehaald hebt uit te bannen, en verder op God te vertrouwen.
Mijn model streeft naar verlossing uit haar eenzaamheid. Ze doet niets anders dan voortschrijden over de oprijlaan naar God, zonder ooit een stap verder te komen, want natuurlijk is geen enkel menselijk wezen in staat haar te bevrijden. Omdat de andere aspecten van het leven haar niet interesseren, zoekt ze een aardse vervanger voor Onze Lieve Heer in de keuringsarts, die, op een wat lager niveau, de mensen die voor hem staan oordeelt en vonnist. Als hij op de gebruikelijke wijze menselijk wordt, haakt zij af.
Ik kan niet zeggen dat ik haar handelwijze innemend vind; persoonlijk geef ik de voorkeur aan mensen als bijvoorbeeld Don Giovanni of J.D. LaRue uit Hill Street Blues die als gekken achter de wijven aanzitten tot de dood erop volgt, waardoor hun banale passie uiteindelijk een soort heroïek verkrijgt, maar goed, ze maakt zichzelf tenminste niets wijs.
God bestaat alleen maar bij de gratie van overgave. Ze wil zich openstellen voor de genade, en hoewel een tochtig lokaaltje in Beverwijk nog niet de Elyzeese velden is, slaagt ze er toch in om die twee uur niet veel meer te zijn dan een lichaam in de tijd en zich dicht bij het voorportaal van het onzegbare te voelen.

Beste Ger, het wordt al zowat licht. Ik ga dit morgenochtend nog even doorlezen en dan maar gewoon posten, want veel meer kan ik er niet over zeggen. Ja, ik kan nog uren doorgaan en tientallen toepasselijke citaten aanhalen, maar misschien bedoel je dit soort dingen helemaal niet, en hoe moet het dan als ik voor je sta, van aangezicht tot aangezicht?
Waar nog bij komt dat ik morgenochtend vroeg met mijn schildersbedrijf De Zwarte Kwast (tijdelijk uitsluitend bestaand uit mijzelf) aan een nieuwe klus begin, want ik spaar voor een nieuwe fiets.

Los hiervan (hoewel ik er zelden in slaag de dingen los van elkaar te zien) het volgende verzoek:
Zoals je misschien niet weet, moeten wij ons (als vierdejaars studenten) een begeleider zoeken. De bedoeling is dat je daar regelmatig mee afspreekt, ik denk ongeveer eens in de maand.
Je statements doen er vaak weken over om via mijn hersens in mijn bloedsomloop terecht te komen – maar toch geloof ik dat er sprake is van enige vooruitgang. Ik hoop dat jij dat ook vindt, en tijd en zin hebt mij te begeleiden. Marieke (de directrice) zal je bellen. Verder zul je, neem ik aan, weinig met de school te maken hebben. (Ik meen dat dit een aanbeveling is.)

 

Haarlem, 17 augustus 1994

Beste Ger,

Ik geloof dat ik er even klaar mee ben.
De laatste dagen heb ik nergens meer over nagedacht maar het verhaal keer op keer doorgelezen en er, als een pianostemmer, de valse tonen uitgehaald.
Ik bezag het ineens een stuk luchtiger allemaal en hou maar op er nu nog aan te veranderen, voor het alsnog comedy wordt.
Tussen ons gezegd en gezwegen: volgens mij gaat het over een model met wie het, in de loop van ongeveer een jaar, langzaam beter gaat. Panta rhei. Elk mens van goede wil vindt uiteindelijk een staat van genade.
Ik zit nog een beetje met de titel, en dacht bv aan ‘Niet om aan te raken’. Mijn voorliefde voor bijbelse teksten bracht me in eerste instantie op ‘Raak me niet aan’ (Noli me tangere) maar ik vond het een tikje hysterisch klinken. (Vannacht wist ik ineens waarom – het deed me denken aan Maak me niet kapot, een boek voor de oudere jeugd, over een jongen die voor homoseksueel wordt aangezien (hij is het nog geeneens echt) (het was in de zeventiger jaren, en bovendien in Amerika)).
Nu ja, als je wat beters weet, houd ik me aanbevolen, want naarmate ik langer over de dingen nadenk, schijnen ze steeds maar dubbelzinniger en vreemder te worden, tot ik het uiteindelijk zelf niet meer kan verstaan.
Ik denk dat ik je ga bellen als ik thuis ben, om te kijken of het via de juiste brievenbus in de juiste handen gevallen is.

 

© Copyright 2017 Nicolien Mizee, Haarlem

MINDBOOKSATH : athenaeum