Leesfragment: De moord op de commendatore I. Idea verschijnt

25 november 2017 , door Haruki Murakami
| |

1 december verschijnt het nieuwe boek van Haruki Murakami. Uiteindelijk zal De moord op de commendatore in twee delen verschijnen, maar lees hier alvast de proloog van het eerste deel: Idea verschijnt (vertaald door Elbrich Fennema en Luk van Haute).

Een zesendertigjarige pas gescheiden portretschilder neemt zijn intrek in een oud atelier in de bergachtige omgeving ten zuidwesten van Tokio. Behalve door liefdesperikelen wordt hij geplaagd door een painter’s block, een onvermogen om te schilderen. Hij hoopt in het afgelegen atelier tot rust te komen, en zijn inspiratie terug te vinden, maar het zal anders gaan.

Een mysterieus schilderij op de zolder van zijn verblijf lijkt tot leven te komen, vanuit een heuvel in het bos achter het huis klinkt ’s nachts het geluid van een bel. Een meisje verdwijnt, en de hoofdpersoon gaat haar zoeken – een zoektocht die hem afvoert naar de wereld der metaforen, waar hij met zijn diepste angsten wordt geconfronteerd.

N.B. Ter ere van de publicatie zal er een Murakami Weekend plaats vinden. Meer informatie vindt u hier. Tevens verloot Athenaeum Boekhandel kaartjes voor dit weekend! Doe onze quiz om kans te maken. En natuurlijk besteedden we eerder aandacht aan de auteur. We publiceerden voor uit 1q84 en Luisteren naar de wind, en Jacques Westerhoven vertelde over het vertalen van Kangoeroecorrespondentie. Update 15 januari 2018: op Athenaeum.nl staat nu ook een fragment uit deel 2, Metaforen verschuiven.

 

Proloog

Toen ik vandaag uit een kort middagdutje ontwaakte, zat ‘de man zonder gezicht’ voor me. Hij had plaatsgenomen op de stoel tegenover de bank waarop ik had liggen slapen en staarde me strak aan, met zijn paar denkbeeldige ogen dat het zonder gezicht moest stellen.
De man was groot van gestalte en hetzelfde gekleed als toen ik hem eerder zag. Hij hield de helft van zijn gezichtloze gezicht verborgen onder een zwarte hoed met brede rand en droeg een lange jas, eveneens donker van kleur.

‘Ik kom voor het portret dat je van me zou maken,’ zei de man zonder gezicht, nadat hij zich ervan had verzekerd dat ik echt wakker was. Zijn stem was laag en verstoken van intonatie en emotie. ‘Dat had je me beloofd. Weet je nog wel?’
‘Dat weet ik nog, ja. Maar er was toen nergens papier en dus kon ik u niet tekenen,’ zei ik. Het ontbrak mijn stem al evenzeer aan intonatie en emotie. ‘Als onderpand gaf ik u een mascotte, een pinguïn.’
‘Ja, die heb ik hier nu bij me,’ zei hij en hij stak zijn rechterhandrecht voor zich uit. Hij had erg lange handen. In die hand hield hij een plastic pinguïnpopje geklemd. Het ding had als mascotte met een riempje vastgezeten aan een mobiele telefoon. Hij liet het op de glazen koffietafel vallen. Tok, klonk het zachtjes.
‘Ik geef je dit terug. Je zult het nog nodig hebben, neem ik aan. Deze kleine pinguïn moet als mascotte je dierbaren beschermen. Maar in ruil wil ik dat je mijn portret maakt.’
Ik was in de war. ‘Dat zegt u me nu zo ineens, maar ik heb nog nooit een portret gemaakt van iemand die geen gezicht heeft.’
Mijn keel was kurkdroog van de dorst.
‘Ik hoor dat je een uitstekend portretschilder bent. En voor alles is er een eerste keer,’ zei de man zonder gezicht. En nadat hij dat had gezegd, lachte hij. Ik dacht althans dat hij lachte. Het was iets lachachtigs, gelijkend op het holle geluid van de wind, die heel diep in een spelonk weerklinkt.
Hij zette de zwarte hoed, die de helft van zijn gezicht verborg,af. Op de plek waar een gezicht hoorde te zijn, bevond zich dus echter geen gezicht maar kringelde langzaam een melkwitte nevel.
Ik stond op om in mijn werkkamer een schetsboek en een zacht potlood te gaan halen. Daarna ging ik op de bank zitten om het portret van de man zonder gezicht te tekenen. Maar waarmee ik moest beginnen of waar ik een aanzet moest vinden, dat wist ik niet. Er was daar nu eenmaal gewoon niets. Hoe moest ik in godsnaam iets waar niets was vormgeven? En de melkwitte nevel, die dat niets omringde, bleef dan nog onophoudelijk van vorm veranderen ook.
‘Je kunt maar beter opschieten,’ zei de man zonder gezicht.‘Ik kan niet zo heel lang op deze plek blijven.’
In mijn borst maakte mijn hart een droog geluid. Ik had niet veel tijd. Ik moest opschieten. Maar de vingers die het potlood vasthielden, bleven in de lucht hangen en maakten geen aanstalten te bewegen. Alsof ik vanaf mijn pols verlamd was. Zoals hij zei, moest een aantal mensen door mij worden beschermd. En het enige wat ik kon, was tekenen. Toch was ik maar niet in staat dat gezicht van ‘de man zonder gezicht’ af te beelden. Radeloos staarde ik naar de bewegingen van de nevel daar. ‘Het spijt, maar de tijd is om,’ zei de man zonder gezicht even later. Waarop uit de mond zonder gezicht een grote ademstoot van witte riviermist volgde.
‘Wacht alstublieft. Als ik nog even...’
De man zette zijn zwarte hoed weer op, zodat zijn gezicht opnieuw half was verborgen. ‘Ooit kom ik je opnieuw opzoeken. Misschien zul je dan in staat zijn me af te beelden. Tot dat moment komt, houd ik deze pinguïnmascotte bij me.’

Daarop verdween de man zonder gezicht. Als een waas die door een plotselinge windvlaag wordt weggeblazen, ging hij in een oogwenk in rook op. Alleen de lege stoel en de glazen tafel bleven nog over. Op de glazen tafel lag niet langer de pinguïnmascotte.
Het leek gewoon een korte droom te zijn geweest. Maar ik wist al te goed dat het geen droom was. Als het een droom was, zou deze wereld waarin ik leefde op zich één grote droom worden.
Misschien zou ik ooit in staat zijn een portret van het niets te maken. Zoals het die ene kunstschilder was gelukt De moord op Commendatore te voltooien. Maar voor het zover was, had ik tijd nodig. Ik moest de tijd aan mijn kant krijgen.

© 2017 Haruki Murakami
© 2017 Uitgeverij Atlas Contact vert. Elbrich Fennema en Luk van Haute

MINDBOOKSATH : athenaeum