Leesfragment: Het achtste leven. Voor Brilka

16 juli 2017 , door Nino Haratischwili
| | |

Nino Haratischwili's Het achtste leven (Das achte Leben, vertaald door Elly Schippers en Jantsje Post) is verkozen tot een van de Athenaeum Zomerboeken door Athenaeum Haarlem! Lees hier een uitgebreid fragment.

Een monumentaal, Tolstojesk familie-epos dat zes generaties omspant tussen 1900 en nu. Acht levens van één Georgische familie, beginnend in een kleine stad tussen Georgië en Azerbaidzjan, waar een getalenteerde chocolatier zijn dochters grootbrengt en en passant een recept bedenkt voor een verrukkelijke chocoladedrank met gevaarlijke krachten. Het brengt hem rijkdom en aanzien, maar dat betekent in die tijd ook al spoedig een gevaar. Niza is de achterkleindochter van Stasia, een van de dochters van de chocolatier. Zij woont in Berlijn en vertelt op meeslepende wijze, maar ook met veel ironie en humor, de dramatische geschiedenis van haar familie en die van de ‘rode’ twintigste eeuw – een cruciale periode in de Europese geschiedenis – met de opkomst en ondergang van de Sovjet-Unie, het wegvallen van het IJzeren Gordijn en de perestrojka.

N.B. Eerder besprak Jerker Spits Het achtste leven. Lees de recensie op Athenaeum.nl.

 

[...]


Hechten aan de traditie betekende voor mijn betovergrootvader leven volgens de waarden van de elite, bescheidenheid en uitstekende manieren bezitten, niet al te genotzuchtig en toch niet puriteins zijn. En precies weten welke maatschappelijke klasse voor welke doeleinden was geschapen, wie welke plaats in de maatschappij diende in te nemen. Want mijn betovergrootvader stamde uit de verarmde Georgische lage adel, had een banketbakkersopleiding gevolgd in een chic kuurhotel op de Krim, was daar heel snel van leerling opgeklommen tot hoofd van de chocolaterie en had door zijn kunst veel rijke edellieden als vaste klant weten te verwerven, bij wie hij in de gunst stond en aan wie hij het ook te danken had dat hij ten slotte voor twee jaar in Boedapest in de leer kwam bij een meester-chocolatier, die voorheen aan het Weense hof had gewerkt.
In heel Europa deed mijn betovergrootvader ervaring op, hij reisde langs enkele voortreffelijke banketbakke - rijen in West-Europa en besloot, tegen de verwachtingen van zijn superieuren in, toch terug te keren naar zijn vaderland om daar een eigen zaak te beginnen.
Hij had (en helaas beschik ik niet over betrouwbare informatie omtrent de plek waar hij de receptuur van zijn ongeëvenaarde chocola precies ontwikkelde) een magische geheime formule ontdekt: hij had een recept op zak dat een revolutie zou ontketenen in de smaak van warme chocola.

Dat recept, of liever gezegd de warme chocola die eruit voortkwam, moet ik hier introduceren als een van de hoofdfiguren van ons verhaal, Brilka.
Omdat ik de ingrediënten van die drank helaas niet mag prijsgeven (onder geen beding, in geen geval, nooit ofte nimmer), moet ik woorden zien te vinden om het onbeschrijflijke te beschrijven. Helaas is mij ook niet bekend of mijn betovergrootvader dat recept van een ander recept heeft afgeleid of het zelf heeft ontwikkeld, hij heeft het als een oorlogsgeheim bewaard. Maar één ding staat vast: bij zijn terugkeer in zijn vaderland had hij de garantie voor zijn latere succes al op zak (van de bijwerkingen van zijn magische chocola was toen nog niets bekend).
Voorlopig was het een recept voor eenvoudige warme chocola op z’n Weens, dus niet op cacao- maar op chocoladebasis. Eerst werd de chocola gemaakt, dan gesmolten en met andere ingrediënten vermengd.
Maar iets in de samenstelling en bereiding maakte die chocola zo bijzonder, uniek, onweerstaanbaar, overweldigend. Alleen al de geur was zo verleidelijk en intens dat je er wel op af moest rennen als je hem rook.
De chocola was taai en stroperig, zo zwart als de nacht voor een zwaar onweer, en werd in kleine porties warm, maar niet te warm, uit een klein kopje en – idealiter –met een zilveren lepeltje genuttigd.
De smaak was ongeëvenaard, het genot leek op een geestelijke extase, een bovenaardse ervaring. Je versmolt met de zoete massa, je werd één met die kostelijke ontdekking, je vergat de wereld om je heen en bespeurde een uniek geluksgevoel. Alles was zoals het moest zijn wanneer je die chocola proefde.
Het was precies rond de eeuwwisseling toen hij met zijn geheime recept op zak uit Boedapest terugkeerde naar zijn vaderland. Mijn betovergrootvader was trots op wat hij had bereikt en dacht dat je het galante en exquise karakter van Parijs of Wenen ook kon overbrengen op de Georgische provincie en de smaak van de mensen kon beïnvloeden en veranderen.
Na zijn terugkeer trouwde hij met een leerlinge van de kloosterschool van de Heilige Moeder Gods, een vrome en zwijgzame, je zou kunnen zeggen tot zwaarmoedigheid neigende vrouw, die Ketevan heette. Zij moest niets hebben van het Russische Rijk, vond de Russische annexatie van Georgië de noodlottigste fout in de hele Georgische geschiedenis en weigerde haar leven lang Russisch te spreken. Hij was verliefd op haar, het was geen gearrangeerd, maar helaas ook geen gelukkig huwelijk. Zij hing andere waarden aan, ze zag in Rusland de bron van alle kwaad, terwijl mijn betovergrootvader in Rusland een kans voor Georgië zag en vond dat de Russen de Kaukasus toegang tot de wereldcultuur hadden verschaft en het analfabetisme onder het volk en de hebzucht van de Georgische lage adel hadden bestreden. Hij was voor de tsaar en genoot alle privileges die zijn collaborerende levenswijze hem bood. Maar zijn vrouw bleef erbij dat Georgië niet meer dan een kolonie was en dat de Slavische cultuur de ondergang van de Kaukasische betekende.
‘We hebben onze grote buurman zelf geroepen, we hebben hem uitgenodigd,’ probeerde mijn betovergrootvader zijn vrouw in de eerste maanden van zijn huwelijk tot andere gedachten te brengen.
‘We hebben hem als helper uitgenodigd, niet als bezetter,’ antwoordde Ketevan. ‘Onze koning was moe van alle bezettingen en strooptochten van onze islamitische buren, hij zag geen andere uitweg meer en koos van twee kwaden in zijn ogen het minste toen hij de tsaar vroeg een beschermingsverdrag te tekenen. Een beschermingsverdrag met nadruk op bescherming. Als ik je eraan mag herinneren.’
‘Ja maar, lieve, in feite betekende het toch dat we vanaf dat moment ondergeschikt zouden zijn aan het grote tsa - renrijk, dat wist onze koning toen hij de Russen het land binnenhaalde.’
‘Zeker, mijn beste, maar hij heeft waarschijnlijk niet geweten dat onze noordelijke buren het niet zouden opvatten als een uitnodiging voor een paar jaar, maar voor een paar eeuwen.’
Ketevan gaf zich niet gewonnen
‘Ik denk dat het verkeerd is, lieve, om er constant het beeld van David en Goliath bij te halen en dat als para - bel voor ons land te zien, ik denk dat we het ons wel heel gemakkelijk maken als we daarvan uitgaan. Want heel veel Georgiërs hebben er profijt van gehad, Ketevan, dat zul je toch moeten toegeven?!’
‘De aanpassing is in dit land steeds gehuicheld en in de kern van die aanpassing vind je altijd een verlangen naar het oereigene. Ik heb het over de ware Georgiërs en niet over verraders,’ antwoordde Ketevan, terwijl ze haar man een verachtelijke blik toewierp.

Ketevan bemoeide zich nauwelijks met de zaken van mijn betovergrootvader, ze was een goede huisvrouw en wist zich ook in het openbaar te presenteren, ze schonk hem twee dochters, maar de liefde en de genegenheid van de echtelieden was op z’n laatst na de geboorte van de tweede dochter uitgedoofd. Ketevan wijdde zich aan het geloof, bad en onderhield goede betrekkingen met de kerk en de priesters, terwijl haar man zijn zaak De Chocolaterie opende, die sindsdien overal bekendstond als de ‘chocoladefabriek’, zoals mijn betovergrootvader alleen nog ‘de chocoladefabrikant’ werd genoemd. De zaak floreerde, de omzet steeg van jaar tot jaar en de reputatie van de chocoladefabrikant groeide.
Hij was teleurgesteld dat zijn vrouw zijn succes niet naar waarde schatte, niet profiteerde van de financiële en sociale privileges van het gezin en niet van de groeiende welvaart leek te genieten. Hij had van haar net zoveel steun en bijval verwacht als hij van anderen kreeg. Vijf jaar na zijn terugkeer runde hij een in de hele stad bekende banketbakkerij en plande hij vestigingen in het hele land; later, op het toppunt van zijn succes, hoopte hij het hele tsarenrijk van de beste chocoladewaren te kunnen voorzien.
Hij produceerde allerlei verrukkelijke taarten en gebakjes. Truffelchocola, bittere chocola, vollemelkchocola met abrikozengelei, walnoten en verschillende soorten druiven, maar ook exotische dingen zoals chocoladetaart met zwarte peper, kersenlikeurbonbons in een jasje van muntchocola, chocoladekoekjes met een vulling van vijgencrème en nogachocola met gelei van watermeloen. De Chocolaterie wist de Franse patisserie en de Oostenrijkse baktraditie te verenigen met Oost-Europese overdaad.
Elke ochtend om zes uur ging hij naar de bakkerij en voegde hij aan de reusachtige, door zijn medewerkers bereide chocolademengsels voor de verschillende soorten van het assortiment zijn eigen ingrediëntenmix toe, waardoor de bijzondere smaak ontstond. Niemand wist de formule te ontraadselen en juist dat maakte zijn producten zo onweerstaanbaar.
Tot dusver had hij zijn speciale ingrediëntenmix maar in heel kleine hoeveelheden aan al zijn chocoladeproducten toegevoegd, in zekere zin alleen als extra smaaknoot, maar de grootste betovering van zijn recept openbaarde zich in de warme chocola.
Omdat het grote succes van zijn magische formule hem sterkte en maakte dat hij met ambitieuze uitbreidingsplannen speelde, was hij van plan het meesterstuk van zijn creaties – de warme chocola – pas op het toppunt van zijn roem en zijn succes in Tbilisi, Moskou of Sint-Petersburg uit zijn hoed te toveren, zodat alles en iedereen zowat in zwijm zou vallen. Ondanks of vanwege zijn succes had de chocoladefabrikant, in de hoop op een opvolger, bij zichzelf gezworen zijn recept in de familie te houden en voorlopig niet prijs te geven.
Volgens Stasia redde die beslissing onze familie, zo niet ons hele land van de definitieve ondergang.

Naast zijn werk nam mijn betovergrootvader als ere - burger deel aan het maatschappelijk en cultureel leven van de stad. Hij verkeerde in de hogere regionen van de lokale politiek, was oprichter van de enige herenclub in de stad (geheel naar Europees voorbeeld), beschermheer van enkele literatuur-, toneel- en filosofiekringen, zat in het bestuur van het ‘Genootschap voor traditie en eer’ en was bovendien een van de rijkste burgers van het stadje, dat hij, waar Tbilisi al werd beschouwd als het Parijs van de Kaukasus, tot het ‘Nice van de Kaukasus’ wilde maken.
Zijn vrouw bekommerde zich weinig om zulke uiterlijkheden, zij hield zich liever bezig met Bijbelstudies en de strenge opvoeding van de beide dochters. Ze moest elke keer worden overgehaald om deel te nemen aan een of andere maatschappelijke gebeurtenis en was ook niet bepaald reislustig, wat de chocoladefabrikant helemaal niet beviel. Ook haar overdreven godsdienstigheid ergerde hem. Hij voelde dat hij daardoor het contact met zijn kinderen was kwijtgeraakt, die onder het strenge toezicht van hun moeder en de gelovige gouvernantes eveneens opgroeiden tot vrome, schuchtere en allesbehalve Europese meisjes.
Hij leek de strijd aan het vrouwelijk front in zijn eigen huis te gaan verliezen, met verstrekkende gevolgen.
Er moest een zoon komen! De vrouwelijke overmacht in zijn huis was gewoon te bedreigend geworden. Hij had een opvolger nodig, een man die de strijd tegen het andere geslacht samen met hem zou kunnen voeren. Omdat de echtelieden het huwelijksbed allang niet meer deelden, wist hij dat hem dat veel overredingskunst en tijd zou kosten. Bovendien waren de twee bevallingen heel zwaar voor Ketevan geweest en had ze geen al te goede gezondheid, ze zou dus niet zo makkelijk over te halen zijn om nog eens aan een zwangerschap te beginnen.
Hoewel hij zijn vrouw meer dan eens uitlegde dat het uitsluitend om een erfgenaam ging – de chocoladefabriek had tenslotte een mannelijke opvolger nodig –, was ze niet onder de indruk en troostte ze hem met het voor - uitzicht dat zijn twee dochters zouden trouwen en dat het probleem met een zakelijk ingestelde schoonzoon ook goed op te lossen was.
Hij moest dus andere middelen gebruiken om zijn vrouw over te halen hem een opvolger te schenken. Zodoende besloot hij zijn beste creatie, de warme chocola, voor haar te maken, want hoe geconcentreerder de ingrediënten, hoe groter het effect van het recept.
In aanwezigheid van een klein strijkkwartet, dat hij speciaal voor haar in de voor bezoekers al gesloten chocoladefabriek liet optreden, bij kaarslicht en gehuld in de bedwelmende geur van zijn eigen creatie, zette hij het mooiste porseleinen kopje dat hij kon vinden voor haar neer en liet haar de chocola oplepelen, intussen pratend als Brugman om haar ervan te overtuigen hoe onmisbaar een mannelijke opvolger voor hem was.
Zoals in velen na haar ontwaakte ook in Ketevan de ongebreidelde begeerte naar meer en dus smeekte ze haar man de dagen daarna opnieuw warme chocola voor haar te maken. En zo kon mijn betovergrootvader eindelijk een ultimatum in zijn voordeel stellen: als ze nog eens aan een zwangerschap begon, zou hij gedurende de komende negen maanden elke dag warme chocola maken. Haar verzet was gebroken en het verlangen naar de heerlijkste smaak van de wereld liet haar geen andere keus dan zijn aanbod aan te nemen en met tegenzin akkoord te gaan.

En zo kwam het dat ze negen maanden later, met zorgen omringd door een plattelandsdokter en twee vroedvrouwen, opnieuw met barensweeën in haar slaapkamer lag. Het duurde verscheidene uren voor ze een gezond, welgevormd meisje uit haar haalden (de moeder zuchtte alleen teleurgesteld). Ze dacht alles goed te hebben doorstaan toen de dokter bezorgd riep dat ze er nog niet waren. Er was een tweede onderweg. Na opnieuw persen en schreeuwen kwam er ten slotte nog een meisje voor de dag.
Maar het tweede kind wilde absoluut niet schreeuwen.Er was iets mis met de longen, bevestigde de dokter, het kind was blauw aangelopen en kreeg geen lucht, hij klopte het hard op de rug. Een paar minuten na de geboorte moest hij de dood van het als tweede geboren meisje vaststellen (het was een eeneiige tweeling geweest).
Maar het eerste, dat Anastasia werd gedoopt, leek gezond en monter en schreeuwde luidkeels om moedermelk.
Niet lang daarna stierf Ketevan aan een longontsteking, die ze in het kraambed had opgelopen; vlug, zonder veel pijn, nadat ze Anastasia voor het laatst de borst had gegeven.

 

[...]

 

© 2017 Nino Haratischwili
© 2017 Atlas Contact 

MINDBOOKSATH : athenaeum