Leesfragment: Max, Mischa & het Tet-offensief

15 juli 2017 , door Johan Harstad
|

Max, Mischa & het Tet-offensief van Johan Harstad (Max, Mischa & Tetoffensiven, vertaald uit het Noors door Edith Koenders en Paula Stevens) is een van de zomerboeken van Athenaeum Roeterseiland! Lees bij ons een fragment.

Max, Mischa & het Tet-offensief is het verhaal van toneelregisseur Max Hansen, die als puber naar Amerika emigreert. Hij heeft moeite om zijn jeugd in Stavanger, waar hij als kind van communistische ouders het Tet-offensief naspeelde, achter zich te laten. Maar in New York ontdekt hij dat eigenlijk iedereen daar ontheemd is. In kunstenares Mischa en Vietnam-veteraan Owen treft hij dierbare lotgenoten.

Het magnum opus van Johan Harstad is een hypnotiserende vertelling die vele decennia en continenten omspant: van de oorlog in Vietnam en Apocalypse Now tot jazzmuziek, van Mark Rothko en Burning Man tot de aanslag op de Twin Towers. Maar bovenal draait deze volstrekt verslavende roman om de vraag: hoe lang moet je weg van huis zijn voordat het laat is om terug te keren?

N.B. Lees ook Fleur Speets recensie van Max, Mischa & het Tet-offensief, en een toelichting van de vertalers op hun werk.

 

[...]

Gabe en Catherine zaten op de rij voor ons de vrolijke toerist uit te hangen, ze compenseerden het gebrek aan communicatie tussen Mischa en mij door constant te wijzen en commentaar te leveren op alles wat langs het raampje van de bus voorbijkwam – ongelooflijk hoeveel fascinerends daar te beleven viel – en elke keer dat ze lachten, was het alsof wij krompen, tot we te klein waren om door het raam te kijken en alleen nog naar hun rugleuningen konden staren. Ik geneerde me en voelde me ongemakkelijk, en tijdens die eindeloze busrit werd dat gevoel alleen maar erger, werd het onbehagen groter. Ik wilde dolgraag iets zeggen wat de angel uit die onbedoelde belediging zou kunnen halen die ik er uitgeflapt had, iets grappigs, een luchtige opmerking die op een elegante manier de kou uit de lucht kon halen zodat we weer de juiste toon zouden vinden, wat we allebei graag wilden; iets waar de twee mensen voor ons ongetwijfeld ook stilletjes op zaten te wachten, zich er pijnlijk van bewust dat zij als gasten geen enkele kans hadden om aan ons te ontsnappen en dat ze dus voorlopig geen andere keus hadden dan te doen alsof hun neus bloedde. Ondertussen groeide mijn verontwaardiging en raakte ik steeds meer overtuigd van mijn eigen morele superioriteit, die weer mijn trots tot leven wekte waardoor ik niet de eerste stap wilde zetten (dat zou een soort schuldbekentenis zijn) en we leken wel een stel kleuters toen we mokkend naar het restaurant sloften dat drie straten verderop lag, zo ver uit elkaar als het trottoir maar toeliet, vier meter achter Gabe en Catherine.
Pas halverwege de tweede mojito gaven we ons gewonnen, en dat was geen seconde te vroeg. Ik zag het aan Gabe en ik zag het aan Catherine, aan hun mondhoeken die verkrampt waren van het urenlang manmoedig glimlachen. Ik had geen idee wat de weersomslag veroorzaakte, de alcohol of de houdbaarheidsdatum van woede, maar ik praatte alsof er niets aan de hand was en zat midden in een lang betoog over een volkomen onbenullig onderwerp toen Mischa zonder een woord te zeggen haar hand op de mijne legde. Ik liet hem daar liggen. De hele avond. Ik verloor die hand geen seconde uit het oog tot ik zeker wist dat hij met me mee naar huis zou gaan.

[...]

 

© 2015 Johan Harstad
© 2017 Nederlandse vertaling Edith Koenders en Paula Stevens/Uitgeverij Podium

MINDBOOKSATH : athenaeum