Leesfragment: Murakami en het gespleten leven

24 september 2017 , door Ype de Boer
|

Ype de Boer schreef een boek over de verhalen van Haruki Murakami: Murakami en het gespleten leven. Lees bij ons een fragment!

Haruki Murakami heeft de wereld betoverd met zijn indringende literatuur. Hoe komt het dat zijn verhalen zoveel mensen raken? Alleen omdat het spannend en goed geschreven is, of spreekt de Japanner ook op dieper niveau aan?

Ype de Boer laat zien dat Murakami's verhalen ons iets kunnen leren over een fundamentele gespletenheid in het menselijk bestaan. Aan de hand van de mysterieuze sferen vol levende schaduwen, belichaamde
logo's en magische dieren, illustreert De Boer hoe de ontwikkeling die Murakami's personages doormaken direct van waarde is voor de moderne westerling.

Deze omvattende en originele bespreking van Murakami's fictie nodigt uit om diens verhalen aan het eigen leven te relateren en kwesties als identiteit, zelfbehoud, zelfkennis, verantwoordelijkheid, liefde, dood, vrijheid en het lot in een nieuw licht te plaatsen.

N.B. Op 25 september organiseert Spui25 een avond rondom Murakami en het boek van Ype de Boer, u kunt hierbij aanwezig zijn.

 

I. De idealisering van het alledaagse. Over zelfbehoud

Bepaalde lijnen doorsneden het beeld met een stoutmoedigheid die elke verbeelding tart, de omzichtigheid van andere lijnen resulteerde in een subtiel netwerk van schaduwen, en er waren ook lijnen bij die legenden weergaven, zoals muurschilderingen uit de klassieke oudheid. Maar beter nog dan al die kronkels was de zachte welving van haar oorlellen: die malse stukjes vlees overtroffen alles wat dit leven te bieden heeft. (De jacht op het verloren schaap, 39)

Volledig in de ban van de oren waarvan hij voor zijn werk drie close-upfoto’s toegezonden heeft gekregen, besluit de naamloze hoofdpersoon (Boku, Japans voor ‘ik’) uit De jacht op het verloren schaap contact te zoeken met de vrouw aan wie ze toebehoren. Via de fotograaf weet hij haar telefoonnummer te bemachtigen en wanneer hij haar na een aantal belpogingen aan de lijn krijgt, stemt ze ermee in om tijdens een etentje wat vragen over de foto’s te beantwoorden. Onder het genot van een wijntje en een Frans diner, biecht Boku de werkelijke reden voor hun afspraak op: “Ik moest gewoon die oren van je zien.” Gecharmeerd door Boku’s vermetelheid, maar zonder de oren te ontbloten die ze achter haar haar verborgen houdt, moedigt ze hem aan te vertellen hoe dat komt. De grootste vraag die Boku heeft is of het werkelijk haar oren zijn die hem zo aantrekken, of dat ze “boodschapper spelen voor iets anders”. Ze vertelt hem dat ze haar oren expres verborgen houdt omdat ze “haar krachten nog niet goed de baas is”. Maar voor ze verder op zijn vraag ingaat, wil ze dat hij iets over zijn eigen leven vertelt. Op subtiele wijze legt ze daarmee een mogelijk verband tussen het leven van Boku en haar eigen oren: misschien zegt zijn obsessie meer over hem dan over haar oren. Wat voor leven leidt Boku?
Boku doet zijn best om vooral nadruk te leggen op hoe gewoon zijn leven wel niet is.

Ik ben geboren en getogen in een gewone stad, en ben naar een gewone school gegaan. Als klein kind zei ik al niet veel, en later werd ik dan ook een saaie piet. Ik leerde een gewoon meisje kennen, en maakte een gewone kalverliefde door. (De jacht op het verloren schaap, 46)

Verder vertelt hij dat hij in Tokio gestudeerd heeft en daarna met een vriend een klein vertaalbureau is gestart. Na een huwelijk van vier jaar, is hij sinds twee maanden van zijn vrouw gescheiden. Hij heeft een oude kat en rookt veertig sigaretten per dag. Hij vertelt haar dat hij drie pakken, zes stropdassen en vijfhonderd lp’s heeft, de namen van alle daders in Ellery Queens romans uit zijn hoofd kent en de helft van Prousts À la recherche du temps perdu heeft gelezen. ’s Zomers drinkt hij bier en ’s winters whiskey. Maar deze droge opsomming van zijn leven overtuigt het meisje niet. “Jouw leven is niet saai, jij wilt een saai leven. Heb ik gelijk of niet?”. Ze wijst Boku erop dat hijzelf degene is die zijn leven alledaags probeert te houden. Nadat Boku over zijn leven verteld heeft, verklaart het meisje hem onomwonden dat hij “maar voor de helft leeft … De andere helft is onontgonnen gebied.”
Enigszins van zijn stuk gebracht door de scherpe observatie van het meisje, geeft Boku haar gelijk:

Mijn leven is niet saai, maar ik wil een saai leven – dat kan zijn. Maar het komt op hetzelfde neer. Hoe je het ook wendt of keert, dat is waar ik mee opgescheept zit. Iedereen doet zijn best om aan de verveling te ontkomen, terwijl ik de verveling juist zoek. … Daarom beklaag ik me er ook niet over dat mijn leven zo saai is geworden – saai genoeg, in elk geval, om mijn vrouw het huis uit te jagen. (De jacht op het verloren schaap, 48)

Inderdaad, zoals ook de boeken voorafgaand aan De jacht op het verloren schaap vertellen (Luister naar de wind en Flipperen in 1973), brengt Boku zijn dagen zo kalm en routinematig door dat ze niet van elkaar te onderscheiden zijn en dat hij dikwijls zijn besef van tijd verliest. Hij staat op, doet wat vertaalwerk op kantoor, luncht in hetzelfde tentje buiten de deur, flirt wat met de secretaresse, zet ’s avonds een plaat op en duikt met een boek, een biertje en een sigaret zijn nest in. En aan het eind van een dergelijke week concludeert hij: “Al met al was het een schitterende week, die het verdiende om onveranderd tot in alle eeuwigheid voort te duren.” Het is, met andere woorden, zijn bewuste streven een dergelijk leven te leiden. Maar hoe valt dit streven naar routine en sereniteit te rijmen met zijn obsessie voor de oren van het meisje? Een compleet vreemde mee uit eten vragen op basis van een foto van haar oren, is moeilijk saai of alledaags te noemen. Wat is het verband tussen de oren van het meisje en Boku’s alledaagse bestaan? Wat is het aan haar oren dat ze zo onweerstaanbaar voor hem maakt?
Over de oren van het meisje zegt Boku dat ze alles overtreffen “wat dit leven te bieden heeft”. Natuurlijk bedoelt Boku hiermee te zeggen dat hij ze heel mooi vindt. Maar is dat alles? Als we zijn opmerking serieus nemen en toepassen op zijn eigen leefstijl, dan zien we dat hij met deze opmerking antwoord geeft op zijn eigen vraag: haar oren spelen inderdaad “boodschapper voor iets anders” – ze vormen het fetisjistische voorwerp dat staat voor alles wat zijn alledaagse en overzichtelijke leven overstijgt. Als Boku de stoute schoenen aantrekt en een afspraakje met haar maakt, zet hij zonder het zelf volledig te beseffen een eerste stap buiten dit bestaan. Het is het verlangen het ‘onontgonnen gebied’ van het leven te verkennen dat de betoverende oren van het meisje opeens in hem doet ontvlammen. Dit betekent dat er naast Boku’s bewuste streven een saai en overzichtelijk bestaan te leiden, een andere wil in hem bestaat die er juist op uit is zijn alledaagse leven voorgoed op het spel te zetten. De toverkracht van de oren van het meisje is het ‘gehoor’ geven aan deze tweede, door Boku zelf niet bewust gemaakte wil.

Twee willen tegenover elkaar in dezelfde persoon. Twee gebieden naast elkaar in hetzelfde leven. Een gespleten bestaan, waarvan de ene helft zich kenmerkt door een bewust nagestreefde alledaagsheid en de andere helft hier enkel nog verschijnt als een verlangen het ‘onontgonnen gebied’ te betreden. Het is de dynamiek tussen deze ‘leefhelften’ die we moeten onderzoeken, willen we grip krijgen op het leven dat Murakami beschrijft. In dit hoofdstuk staat het beginpunt van Murakami’s verhalen centraal: de alledaagsheid van zijn hoofdpersonen en het routinematige van hun bestaan. Hoe ziet dit alledaagse leven eruit? Welke idealen streven ze na en wat zijn de grenzen hiervan?

Het alledaagse, ideale leven

Ik heb de gave mijn eigen bestaan te kunnen scheiden van dat van anderen. … Door een dergelijk emotioneel sorteersysteem heb ik in de loop van mijn leven mijn wereld redelijk stabiel kunnen houden en heel wat onnodige problemen vermeden. (De opwindvogelkronieken, 107)

Of het nu gaat over Tengo uit 1Q84, het studentenbestaan van Watanabe uit Norwegian Wood, de ik-persoon uit de Rat-trilogie of die uit Hard-boiled Wonderland en het einde van de wereld, Toru uit De opwindvogelkronieken, Hajime uit Ten zuiden van de grens, steeds leven ze een uiterst regelmatig, afgeschermd leven, waarin de dagen automatisch in elkaar overvloeien. Het zijn rustige, individualistische personen die hun leven zo georganiseerd hebben dat ze in hun behoeftes kunnen voorzien zonder van anderen afhankelijk te zijn en zonder zelf iemand tot last te zijn. Ze zijn wars van ieder instituut dat zich met hen zou kunnen bemoeien. Van religie, groepsideologie en politiek willen ze niets weten en de over het algemeen zeer bescheiden personages gaan prat op hun individualiteit en hun vermogen zelf na te kunnen denken. Om een dergelijk leven voor elkaar te krijgen, zoeken ze een werkomgeving die geen hoge ambities vereist en hun veel ruimte biedt: ze worden freelance docent of broodschrijver, starten hun eigen jazzbar of openen een vertaalbureau. Ze willen hun eigen weg in het leven gaan, hoe middelmatig die ook mag zijn: “het is misschien een eentonige wereld, maar het is wel mijn wereld.”
In de regel beschouwen ze zichzelf als mensen die de wereld en het leven “het liefst gemakshalve bekijken”. Ze doen het huishouden, koken wat, drinken af en toe een whiskeytje of halen een donut bij een koffietent, verdwijnen liever in een boek dan dat ze vrienden maken, werken wat en gaan zo nu en dan met iemand naar bed. Voor hen doet iedere mogelijke vorm van hechting – emotionele hechting voorop – afbreuk aan hun onafhankelijkheid. Het maakt op dit punt weinig uit of ze vrijgezel zijn of getrouwd, zoals onder andere blijkt uit de volgende opmerking van de hoofdpersoon uit Hard-boiled Wonderland:

Ik ben vijf jaar getrouwd geweest, maar ik weet amper nog hoe dat was. Ik heb het gevoel dat ik altijd op mezelf ben geweest. … Twee mensen kunnen in hetzelfde bed slapen en toch alleen zijn als ze hun ogen dichtdoen. (Hard-boiled Wonderland, 377, 388)

Niettegenstaande deze afstand tussen hem en zijn vrouw vond hij het “heerlijk om getrouwd te zijn”. Sterker nog, het is precies in de afstand tot andere mensen en nieuwe gebeurtenissen dat Murakami’s personages op hun gemak zijn.
Uiteraard zijn er echter zaken in het leven waar ze vrij weinig aan kunnen doen, en hun houding hiertoe is die van een zo groot mogelijke acceptatie en relativering. Wat hun ook overkomt, in eerste instantie mag het hun stabiliteit niet in het geding brengen. Aan de waarden ‘zelfstandigheid’ en ‘individualiteit’ kunnen we dus die van ‘onverstoorbaarheid’ toevoegen. De beloning die ze hiervoor krijgen, uit zich in het comfort en de gemoedsrust die ze in hun eenzaamheid ervaren. Voor hen hoeft het leven niet zo bijzonder te zijn. Het woord geluk is hun in eerste instantie vreemd, tevredenheid is voor hen belangrijker. Meer verlangen ze eigenlijk niet van het leven. In hun ogen vormen andersoortige verlangens zelfs een bedreiging. Werkelijk verlangen problematiseert namelijk de grenzen van het huidige bestaan. Het betekent qua wil en verbeelding verder kijken dan de eigen vertrouwde leefstijl en de persoon die men nu denkt te zijn. Wanneer ze een verlangen in zichzelf zouden toelaten, zouden ze dus buiten hun veilig omlijnde leven moeten treden. Murakami’s protagonisten begrijpen ook wel dat hun leven andere mensen misschien saai lijkt, maar daar trekken ze zich niet bijster veel van aan – zelfs niet als ze anderen daarmee afstoten. Mensen komen en gaan, maar zij veranderen niet. Alles wat zich buiten dit bestaan afspeelt en daarmee potentieel hun overzichtelijke bestaan in de war schopt, veroorzaakt in hun ogen enkel ‘onnodige problemen’ zoals de zelfbewuste Toru hierboven opmerkt. Alles heeft er de schijn van dat ze compleet op hun gemak zijn in deze leefstijl: voor hen speelt het ideale leven zich af binnen de grenzen van hun eigen, alledaagse bestaan.
Bovendien duidt de wijze waarop ze hun gecontroleerde bestaan koesteren erop dat hun leefstijl niet zomaar een ‘fase’ betreft waar ze nu eenmaal doorheen moeten. Wat zij het liefst willen is hun routinematige bestaan zo lang mogelijk in stand houden. Ze hebben een hoge mate van zelfstandigheid verworven, een stabiel beeld van zichzelf geconstrueerd en mechanismes ontdekt om zich tegen de roerigheid van de ziel en het leven te kunnen weren. En het zijn deze zaken die ze tegen elke prijs willen waarborgen. Wat hun alledaagse bestaan voor hen ideaal maakt is, in één woord, het zelfbehoud dat ze ermee denken te kunnen garanderen.

 

© Y.M. de Boer / Amsterdam University Press B.V., Amsterdam 2017

MINDBOOKSATH : athenaeum