Leesfragment: Seks, natuurlijk, maar vooral orde

25 oktober 2017 , door Rudy Kousbroek
| |

Donderdag 26 oktober, 17.00 - 19.00, wordt Rudy Kousbroeks Seks, natuurlijk, maar vooral orde. Brieven aan Gerard Reve, gepresenteerd bij Athenaeum, Spui 14-16. Vandaag publiceren we voor.

Rudy Kousbroek en Gerard Reve besloten eind jaren zeventig met elkaar te corresponderen. Ze woonden toen allebei in Frankrijk. De atheïst Kousbroek vroeg aan de katholiek geworden Reve of zijn geloof hem werkelijk ernst was. Oprechte nieuwsgierigheid; beiden kenden diepe somberheid, maar troost vonden zij niet in hetzelfde. Over religie, over seks, over schrijven en schrijvers – in zijn brieven is Kousbroek openhartig en genadeloos eerlijk, ook over persoonlijke problemen, en moedig, bijvoorbeeld als hij Reve confronteert met diens ontwijkende gedrag. Ondanks de wederzijdse goede intenties stopte de briefwisseling nogal abrupt.

N.B. U kunt zich nog aanmelden voor de presentatie. En meer lezen van en over Kousbroek: we publiceerden voor uit Het meisjeseiland, en we bespraken het.

 

 

22 januari. Ik moest om een of andere reden onderbreken en zie, er zijn alweer een paar dagen voorbij. Intussen heb ik je nog over de telefoon gesproken en de gelegenheid gehad om je te vertellen dat er een brief in aantocht was. Ik vrees dat ik je teleur zal stellen, ik ben een middelmatig en traag briefschrijver, na een poosje zal je er wel genoeg van krijgen vrees ik. Maar zo lang als het duurt is het prettig: vanmorgen alweer een brief van vier kantjes.
Laat ik proberen om een beetje samenhangend verhaal te schrijven. Naar de Heilige Vincentius* ben ik zoals ik je vertelde nog niet geweest, maar ik ben het wel van plan, en zal niet nalaten een kaars aan te steken onder het uitspreken van de bede dat het wat worden mag met mijn Ierse (Sarah is haar naam) en mijn wangedrag mij door vrouw en zoon** moge worden vergeven. Helpt het niet dan is er nog niets verloren en schade zal het me niet kunnen berokkenen. Of denk je dat die onzichtbare potentaten ook kwaad kunnen worden, zich beledigd kunnen voelen wanneer een volstrekte agnost bij wijze van lolletje een kaars komt aansteken en nog om gunsten vragen ook. Het zou ze een reden kunnen zijn om het mij eens extra in te peperen. O Gerard het gaat vast allemaal mis, ik voel het, ik weet het. Wat wilde ik je nog vertellen? O ja, over Gabriel Voisin***, naar wie mijn zoon genoemd is, die zich een keer in Marseille bevond met een zangeresje van de opera of het theater daar. Hij had zich geweldig ingespannen om haar zover te krijgen en zich er enorm op verheugd, maar nu het zo ver was: flanelle. Ik weet niet of je aanzienlijke kennis van het Frans ook deze term omvat, maar de betekenis mag uit het verband, en uit de slappe hoedanigheid van washandjes in het algemeen, duidelijk zijn.
De volgende ochtend, na een vruchteloze nacht, gingen ze wat sight seeën in Marseille, en zo kwamen ze terecht in die befaamde kathedraal in Marseille die geloof ik Notre Dame du Bon Secours, of Stella Maris**** of zoiets heet, ik heb mijn ouders, die er ook eens geweest zijn er vaak over horen praten maar kan mij de juiste naam nu niet meer herinneren.
Bij een fameus weldoend Mariabeeld gekomen, bedacht Voisin, overigens net zo ongelovig als ik, dat het misschien geen kwaad zou kunnen om een kaars aan te steken en de Heilige Maagd om haar interventie te vragen bij het probleem dat hem die nacht getroffen had. Hij was toen een zeer vermogend man, eigenaar van een florissante automobielfabriek, en hij besloot de duurste kaars te nemen die er was. Deze was meer dan twee meter lang en dertig centimeter dik.
Het bleek dat hij zelf niet in staat was om deze te plaatsen en aan te steken: dat moest de sacristain***** voor hem doen, die daarvoor een passende tegemoetkoming ontving. ’s Avonds na het diner haastte hij zich lang niet gerust met zijn danseres naar zijn hotelkamer, maar ’t was opnieuw flanelle. De zangeres begon tekenen van ongeduld en misnoegen te vertonen, en dat maakte de zaken er niet beter op. Toen de volgende ochtend het ontbijt werd gebracht had zich de opstanding des vlezes nog altijd niet voorgedaan; hij ging uit bed om toast voor het jeugdige schepseltje klaar te maken en zie, terwijl hij bezig was haar die te brengen, gebeurde het. Hij smeet het blad met koffie en toast in een hoek. Qu’est-ce qui vous arrive, vroeg het meisje, ne comprenant pas mon geste, pourtant illustré****** (die zin herinner ik me letterlijk). Later die dag besloot hij om een kijkje te gaan nemen in die kerk om te zien of zijn kaars brandde. Daar ontmoette hij de sacristain. Ach meneer, zei deze, ik moest gistermiddag bij de mis dienen (of zoiets) en toen ben ik finaal vergeten uw kaars aan te steken. Pas vanmorgen om een uur of negen dacht ik er weer aan en toen heb ik het meteen gedaan.

 

* Het gebalsemde lichaam van St. Vincent de Paul bevindt zich in de Chapelle St. Vincent de Paul in de rue de Sèvres, Parijs. Reve vroeg Kousbroek in bijna elke brief om een kaars te branden, meestal voor Maria.
** Gabriël Kousbroek (1965).
*** Frans luchtvaartpionier en auto-ontwerper (1880-1973). Kousbroek heeft hem gekend en schreef over hem in onder andere De archeologie van de auto (Meulenhoff, 1989).
**** Het is de Notre Dame de la Garde.
***** Koster.
****** Wat is er met u aan de hand, vroeg het meisje, dat mijn gebaar

 

Uit de brief van 22 januari 1979

Later. Ik moet eigenlijk werken aan een column voor de krant,* maar ik heb nog niet zoveel zin en dus maar even verder.
Over de godsdienst, daar is altijd veel over te zeggen. Ik weet dat meer mensen je dat hebben gevraagd en dat het je waarschijnlijk irriteert, maar hoeveel meen je er nou eigenlijk van? Het verwarrende is dat je er bijna op dezelfde manier over praat als een verstandig mens zou doen die er geen werkelijke boodschap aan heeft. Ik heb eens heel lang geleden iets geschreven over W.F. Hermans,** in 1953 was het geloof ik, waarin ik beweerde dat de wereld van Hermans de wereld was van iemand die sinds kort niet meer gelooft: ‘de verschrikkingen van een wereld zonder god’, i.e. waar god uit vertrokken is. De wereld van Gerard van het Reve, liet ik daar op volgen, is er een waar nooit een god in bestaan heeft (of woorden to that effect). ‘Hermans en Van het Reve: twee opeenvolgende stadia van verdwijnend Christendom’. Dat had ik dus totaal mis aan alle kanten, maar goed dat niemand zich die tekst meer herinnert. Wat mijzelf betreft: ik ben als kind van een jaar of tien, elf tot de slotsom gekomen dat het net zoiets was als Sinterklaas, ik heb het sindsdien altijd beschamende nonsens gevonden en er nooit behoefte aan gevoeld. Ook niet bij het lezen van bepaalde schrijvers die wel geloofden en toch geen kleine jongens waren, Pascal*** bv. Ook de dingen waar het iedereen om te doen is en die er eigenlijk niet bij horen, zoals het geloof in een leven na de dood, willen er bij mij niet in. Er is niet de minste indicatie dat dood niet eenvoudig: afgelopen, uit, betekent. Wat dat betreft zou ik natuurlijk ook wel graag willen dat het anders was, maar ik zou niet weten op grond waarvan het zelfs maar het minste greintje van mogelijkheid, laat staan waarschijnlijkheid zou kunnen hebben. Het geloof er in kan niets anders zijn dan wishful thinking.
Zoals ik je geloof ik al schreef (ik zal me wel herhalen, maar dat moet je dan maar voor lief nemen) ben ik wel altijd heel nieuwsgierig geweest (en ongetwijfeld ook wel verlangend) naar bewijsmateriaal of indicaties van natuurkundige aard. Als we de dood overleven, zo ongeveer is dan de redenering, dan kan het niet anders of de wetenschap zal daar op den duur achter komen. Hetzelfde geldt voor allerlei andere verschijnselen die (voorlopig nog) het karakter hebben van iets bovennatuurlijks. Maar zoals ik je al zei, ik heb nog nooit iets gevonden, gelezen of meegemaakt dat stand houdt tegen eenvoudige, verstandige kritiek.

 

* NRC Handelsblad.
** Willem Frederik Hermans (1921-1995).
*** Blaise Pascal (1623-1662), Franse wis- en natuurkundige, filosoof en theoloog.

MINDBOOKSATH : athenaeum