Leesfragment: Zijde

21 februari 2017 , door Alessandro Baricco & Rébecca Dautremer
| | |

Deze week in de etalage: Rébecca Dautremers verbeelding van Alessandro Baricco's Zijde (vertaling Manon Smits). Wij brengen de eerste vier spreads.

'"En waar ligt dat dan precies, dat Japan?" Alsmaar rechtdoor in die richting. Tot aan het einde van de wereld. Joncour vertrok op 6 oktober. In zijn eentje.' Zijde is voor Baricco geen roman, maar een verhaal. Een verhaal dat begint met een man die een wereldreis maakt en bij een stil meer terechtkomt. Die man heet Joncour, maar hoe het meer heet, dat weet niemand. Baricco voegt er nog aan toe dat men zou kunnen zeggen dat het een liefdesverhaal is. Maar mocht het alleen dat geweest zijn, dan was het niet de moeite om het te vertellen.

Zijde illustreren, dat is een gezicht plakken op Joncour, maar niet op de mysterieuze onbekende, daar, in Japan. Noch op het meer. Dat is je een zijdeworm inbeelden van wel een kilometer lang, een sigaret die de wereld rondreisde, Flaubert en een olifant, een tatoeage op de torso van een Japanse krijger, een catalogus van objecten die gered werden uit een brand, enkele mooie blauwe bloemetjes en ook een achterwerk. Dat is een beeld plakken op verdwenen trouw, liefde in stilte, verlangen en smart. Kortom, allemaal afbeeldingen die, op hun manier, nog eens een prachtig verhaal vertellen.

Door het plezier waarmee Alessandro Baricco verhalen vertelt, heeft hij indruk gemaakt als een grote hedendaagse schrijver. Zijn eerste roman Land van glas werd in 1995 bekroond met de Prix Médicis étranger en Zijde werd in 1998 uitgeroepen tot Booksellers International Book of the Year. Zijde werd uitgegeven in meer dan veertig landen. Rébecca Dautremer is een van de meest bekende Franse illustratrices. Ze creëerde met onder andere Ik val op jou en Het grote boek van vergeten prinsessen een stijl die talrijke jonge illustratoren beïnvloed heeft. Ze tekent zoals anderen schrijven: om voortdurend nieuwe verhalen te vertellen.

 

1

Ofschoon zijn vader hem een briljante toekomst in het leger had toebedacht, was Hervé Joncour uiteindelijk zijn brood gaan verdienen met een ongebruikelijk vak, dat, door een bijzondere speling van het lot, een dusdanig zacht trekje had dat het juist een enigszins vrouwelijke klank verried.`
Om te leven kocht en verkocht Hervé Joncour zijderupsen. Het was 1861. Flaubert was bezig Salammbô te schrijven, elektrische verlichting was nog een hypothese en aan de andere kant van de Oceaan voerde Abraham Lincoln een oorlog waarvan hij het einde nooit zou meemaken.
Hervé Joncour was 32 jaar. Hij kocht en verkocht. Zijderupsen.

Zijde -1

2

Om precies te zijn kocht en verkocht Hervé Joncour de rupsen op het moment dat hun rups-zijn inhield dat het nog minuscule eitjes waren, geel en grijs van kleur, onbeweeglijk en schijnbaar dood. Alleen al in één hand kon je er duizenden vasthouden.
‘Dat noemen ze een fortuin in handen hebben.’
De eerste dagen van mei gingen de eieren open, zodat er een larve werd bevrijd die er na dertig dagen van buitenzinnig schransen op basis van moerbeibladeren voor zorgde dat zij zich opnieuw opsloot in een cocon, om er vervolgens twee weken later defi nitief uit te ontsnappen, waarbij ze een erfgoed naliet dat in zijde uitgedrukt duizend meter onbewerkte draad was en in geld uitgedrukt een aardige hoeveelheid Franse francs: aangenomen dat dit alles gebeurde volgens de regels en, zoals in het geval van Hervé Joncour, in een bepaald gebied in Zuid-Frankrijk.
Lavilledieu was de naam van het dorp waar Hervé Joncour woonde.
Hélène die van zijn vrouw.
Ze hadden geen kinderen.

Zijde -2

3

Om de schade van de epidemieën die de Europese kwekerijen steeds vaker plaagden, te vermijden, kwam Hervé Joncour ertoe de rupseneieren buiten het mediterrane gebied, in Syrië en Egypte, te kopen. Daarin schuilde het meest exquis avontuurlijke aspect van zijn werk. Elk jaar, begin januari, vertrok hij. Hij stak zestienhonderd mijlen zee en achthonderd kilometer land over. Hij selecteerde de eieren, onderhandelde over de prijs, kocht ze. Daarna draaide hij zich om, stak achthonderd kilometer land en zestienhonderd mijlen zee over en keerde terug in Lavilledieu, meestal op de eerste zondag van april, meestal op tijd voor de hoogmis.
Hij werkte nog twee weken om de eieren te prepareren en ze te verkopen.
De rest van het jaar rustte hij uit.

Zijde -3

4

‘Hoe is Afrika?’ vroegen ze hem.
‘Moe.’
Hij had een groot huis net buiten het dorp en een klein laboratorium in het centrum, precies tegenover het verlaten huis van Jean Berbeck.
Jean Berbeck had op een dag besloten om nooit meer iets te zeggen. Hij hield zijn belofte. Zijn vrouw en zijn twee dochters gingen bij hem weg. Hij ging dood. Zijn huis, dat wilde niemand, vandaar dat het nu een verlaten huis was.
Met het kopen en verkopen van zijderupsen verdiende Hervé Joncour elk jaar een bedrag dat groot genoeg was om hem en zijn vrouw te verzekeren van die gemakken die men in de provincie geneigd is als luxe te beschouwen. Hij genoot met mate van zijn bezittingen en het plausibele vooruitzicht om werkelijk rijk te worden liet hem volkomen onverschillig. Hij was overigens een van die mensen die hun eigen leven graag bijwonen, en elke ambitie om het te leven oneigenlijk achten.
Het zij opgemerkt dat dat soort mensen naar hun lot kijkt op de manier waarop de meesten gewoonlijk naar een regenachtige dag kijken.

Zijde -4

[...]

 

© 1996, Alessandro Baricco, alle rechten voorbehouden
© 2012, Editions Tishina
© 2017, voor de Nederlandstalige editie: Infodok / WPG Uitgevers België nv,

MINDBOOKSATH : athenaeum