Leesfragment: De monnik van Mokka

22 januari 2018 , door Dave Eggers
|

26 januari verschijnt de nieuwe roman van Dave Eggers in de vertaling van Koos Mebius: De monnik van Mokka. Wij publiceren voor.

De monnik van Mokka is het waargebeurde, meeslepende verhaal over een jonge man die zijn eigen Amerikaanse droom najaagt, over de wonderlijke geschiedenis van koffie en over de worstelingen van Jemenitische burgers die zich staande proberen te houden in de oorlog.

Mokhtar Alkhanshali groeit op in San Francisco als een van de zeven kinderen van twee islamitische immigranten uit Jemen. Op zijn vierentwintigste werkt hij als portier in een appartementencomplex
en raakt na een samenloop van omstandigheden geïntrigeerd door de rijke en fascinerende geschiedenis van koffie en de belangrijke rol die zijn moederland Jemen daarin speelde.

Vastbesloten om de oude glorie van Jemenitische koffie in ere te herstellen, besluit hij in de ruige berggebieden van het land op zoek te gaan naar de eeuwenoude plantages, om te leren over de teelt,
het branden en de handel in koffie.

Wanneer het hem lukt om de lokale boeren voor zich te winnen en de beste koffiesoorten te verzamelen, lijkt het succes binnen handbereik, totdat een burgeroorlog uitbreekt die het land in chaos stort. Saoedische bommen zorgen voor verlaten straten, de wegen door het hele land zijn in handen van milities, de Amerikaanse ambassade sluit. Mokhtar moet op eigen kracht het land zien te ontvluchten met alleen een paar koffers vol koffie, zijn laatste hoop.

N.B. Eerder publiceerden wij voor uit Helden van de grensUw vaderen, waar zijn zij? En de profeten, leven zij voor eeuwig?Een hologram voor de koning, en Max en de Maximonsters.

 

Proloog

Mokhtar Alkhanshali en ik spreken af elkaar in Oakland te treffen. Hij is net terug uit Jemen, waar hij ternauwernood aan de dood is ontsnapt. Mokhtar is Amerikaans staatsburger, maar werd desondanks door de Amerikaanse overheid in de steek gelaten, waarna hij aan Saoedische bommen en Houthi-rebellen moest zien te ontkomen. Het land kon hij niet meer uit. De vliegvelden waren verwoest, en over de weg naar het buitenland ontkomen was onmogelijk. Er waren geen evacuatieplannen, er werd geen hulp geboden. Het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten had duizenden Jemenitische Amerikanen aan hun lot overgelaten; ze zagen zich gedwongen op eigen houtje aan een blitzkrieg te ontsnappen – tienduizenden in de Verenigde Staten gefabriceerde bommen werden door de Saoedische luchtmacht boven Jemen afgeworpen.
Ik zit buiten bij de Blue Bottle Coffee aan Jack London Square op Mokhtar te wachten. Elders in de Verenigde Staten, in Boston, is een proces aan de gang waarin twee broers ervan worden beschuldigd een aantal bommen tot ontploffing te hebben gebracht tijdens de marathon van Boston, waarbij negen doden en honderden gewonden zijn gevallen. Hoog in de lucht boven Oakland houdt een politiehelikopter een staking van havenarbeiders in de Port of Oakland in de gaten. We schrijven 2015, veertien jaar na 11 september en het zevende jaar van Barack Obama’s presidentschap. Als land waren we na de paranoia van de periode-Bush in rustiger vaarwater gekomen; het opjagen en lastigvallen van Amerikaanse moslims was wel minder geworden, maar telkens als een moslim in de fout ging, laaide het vuur van de islamofobie weer een paar maanden op.
Als Mokhtar aan komt lopen, valt me op dat hij er ouder en rustiger uitziet dan de laatste keer dat ik hem zag. De man die daar zojuist uit zijn auto stapte draagt een beige broek en een paarse sweater. Hij heeft kort haar met gel erin en een kort, keurig sikje. Hij loopt opvallend kalm; terwijl zijn benen hem naar onze tafel op het trottoir brengen, beweegt zijn romp bijna niet. We schudden elkaar de hand, waarbij me aan zijn rechterhand een grote, rijk versierde zilveren ring opvalt, met daarin een opvallende robijnrode steen.
Hij schiet de Blue Bottle in om vrienden die daar werken te begroeten en om voor mij een kop Ethiopische koffie te halen. Hij staat erop dat ik even wacht tot de koffie wat is afgekoeld. Koffie moet je niet te heet drinken, zegt hij: dan komt het aroma niet tot zijn recht en kunnen de smaakpapillen hun werk niet goed doen. Als we ons helemaal hebben geïnstalleerd en de koffie minder heet is, steekt hij van wal over zijn gevangenschap en de bevrijding daaruit in Jemen, over hoe hij opgroeide in de wijk Tenderloin in San Francisco – in veel opzichten de grootste probleemwijk van de stad – en hoe hij, terwijl hij de kost verdiende als portier in een luxe appartementenfl at, zijn roeping in de koffie vond.
Mokhtar praat snel. Hij zit vol humor en heeft een uiterst oprechte inborst. De verhalen die hij vertelt illustreert hij met foto’s op zijn telefoon. Soms laat hij een stukje van de muziek horen waar hij tijdens een bepaalde periode naar luisterde. Soms slaakt hij een zucht. Soms verwondert hij zich erover dat hij nog in leven is en dat het hem uiteindelijk zo goed is vergaan, van arm jochie uit de Tenderloin tot succesvol koffie-importeur. Soms begint hij te lachen, als hij er zelf weer versteld van staat dat hij niet dood is, terwijl hij een Saoedisch bombardement op Sana’a heeft moeten doorstaan en tijdens de burgeroorlog door twee verschillende groeperingen in Jemen kort werd vastgehouden. Maar hij wil het vooral graag over koffie hebben. Hij wil me foto’s van koffieplanten en koffieboeren laten zien. Hij wil vertellen over de geschiedenis van koffie, over de avonturen en de waaghalzerij die het mogelijk hebben gemaakt dat koffie de brandstof is geworden voor een groot deel van de wereldwijde menselijke productiviteit, een grondstof waar zeventig miljard dollar in omgaat. De enige momenten waarop hij bedachtzamer spreekt, is als hij vertelt dat zijn familie en vrienden zo bezorgd waren toen hij in Jemen vastzat. Dan worden zijn grote ogen vochtig en valt hij even stil; hij tuurt naar de foto’s op zijn telefoon, tot hij zichzelf weer in de hand heeft en verder kan vertellen.

Inmiddels, nu ik de laatste hand aan dit boek leg, is het drie jaar geleden dat we elkaar daar in Oakland spraken. Voordat ik aan dit project begon was ik een nonchalante koffiedrinker en vond ik het hele idee van specialty-koffie eigenlijk maar onzin. Ik vond dat veel te duur, en de mensen die het zo belangrijk vonden hoe de koffie werd gezet en waar de bonen vandaan kwamen, of in de rij stonden voor zus en zo koffie die zus en zo was bereid, waren in mijn ogen pretentieuze aanstellers.
Maar de bezoeken aan koffieplantages en -boeren over de hele wereld, van Costa Rica tot Ethiopië, hebben me wijzer gemaakt. Mokhtar heeft me wijzer gemaakt. We zijn bij zijn familie in Central Valley in Californië geweest en we hebben koffiebessen geplukt in Santa Barbara – de enige koffieplantage die Noord-Amerika rijk is. In Harar zaten we aan de qat, en hoog in de heuvels boven die stad liepen we tussen een paar van de oudste koffiestruiken op aarde. In het spoor van zijn omzwervingen in Djibouti bezochten we een in de buurt van de afgelegen kustplaats Obock gelegen grauw, troosteloos vluchtelingenkamp en was ik er getuige van hoe Mokhtar alles op alles zette om ervoor te zorgen dat een jonge Jemenitische tandheelkundestudent zijn paspoort terugkreeg nadat hij de burgeroorlog was ontvlucht en alles kwijt was geraakt – zelfs zijn identiteit. In de meest afgelegen heuvels van Jemen dronken Mokhtar en ik samen met botanici en sjeiks mierzoete thee en hoorden we de jammerklachten aan van mensen die geen enkel belang bij de burgeroorlog hadden en alleen maar vrede wilden.
Na dit alles zorgden de Amerikaanse kiezers ervoor – of beter gezegd: maakte het Kiescollege het mogelijk – dat een man president werd die had beloofd te verhinderen dat er nog één moslim het land binnen zou komen – ‘tot we hebben uitgezocht wat er aan de hand is,’ zoals hij zei. Na zijn inauguratie deed hij tot tweemaal toe een poging burgers uit zeven landen met een moslimmeerderheid de toegang tot de Verenigde Staten te ontzeggen. Op deze lijst stond ook Jemen, een land waarvan een volstrekt verkeerd beeld bestaat. ‘Ik hoop dat ze wifi in de kampen hebben,’ zei Mokhtar na de verkiezingen tegen me. Het was een cynische grap die de ronde deed in de moslimgemeenschap in Amerika, gebaseerd op het idee dat Trump bij de eerste de beste gelegenheid – bijvoorbeeld als er op Amerikaanse bodem een terroristische aanslag plaatsvindt die uit de koker van een moslim komt – voor zal stellen alle moslims in het land te registreren of zelfs te interneren. Toen hij die grap maakte droeg hij een t-shirt met daarop de tekst: make coffee, not war.
Bij alles wat Mokhtar doet en zegt speelt zijn gevoel voor humor een grote rol, en ik hoop dat ik daar in dit boek iets van heb laten doorklinken en heb laten zien hoe die humor zijn kijk op de wereld beïnvloedt, zelfs in de meest angstige uren. Op een zeker moment in de burgeroorlog in Jemen is Mokhtar door een militie in Aden gevangengenomen en achter slot en grendel gezet. Doordat hij in de Verenigde Staten is opgegroeid en de Amerikaanse beeldcultuur hem met de paplepel is ingegoten, zag Mokhtar onmiddellijk de overeenkomst tussen een van degenen die hem gevangennamen en Karate Kid; toen hij me later over deze periode vertelde, noemde hij de man dan ook consequent Karate Kid. Door deze bijnaam in dit boek te gebruiken wil ik dus niet het gevaar bagatelliseren waarin Mokhtar zich bevond, maar juist laten zien dat hij zich volstrekt niet van de wijs laat brengen en de meeste gevaren beschouwt als tijdelijke hinderpalen bij het voltooien van zijn missie: het vinden, branden en importeren van Jemenitische koffie en de verbetering van de levensomstandigheden van de boeren voor wie hij zijn strijd voert. En daarnaast zal die bewaker inderdaad echt op de Ralph Macchio uit begin jaren tachtig hebben geleken.
Mokhtar voelt zich nederig ten opzichte van de geschiedenis waar hij uit voortkomt, maar is tegelijkertijd vrij oneerbiedig over zijn eigen rol. Toch vormen zijn belevenissen een echt ouderwets verhaal. Een verhaal over de American Dream, die nog springlevend is maar ook van alle kanten wordt bedreigd. Een verhaal over koffie, over hoe hij de koffieproductie in Jemen naar een hoger plan heeft geprobeerd te tillen; Jemen, het land waar de geschiedenis van de koffie vijfhonderd jaar geleden is begonnen. Het verhaal gaat ook over de Tenderloin-wijk in San Francisco, een dal van wanhoop in een stad waar de rijkdom grote hoogten bereikt, over de gezinnen die daar wonen en een dagelijks gevecht moeten leveren voor een veilig, menswaardig bestaan. Het gaat over de curieus grote rol van Jemenieten in de drankenhandel in Californië en over de wonderlijke geschiedenis van de Jemenieten in Central Valley. Over hun bezigheden in Californië die geworteld zijn in de eeuwenoude geschiedenis van de landbouw in Jemen. Over hoe direct trade de levens van boeren kan verbeteren, doordat die hun zeggenschap en status geeft. Over Amerikanen als Mokhtar Alkhanshali – Amerikaanse staatsburgers die sterke banden onderhouden met de landen van hun voorouders en die door ondernemingslust en hard werken uiterst belangrijke bruggen weten te slaan tussen de westerse wereld en ontwikkelingslanden, tussen landen die produceren en landen die consumeren. Het gaat over deze bruggenbouwers, die op een unieke, onverschrokken manier het bestaansrecht van deze natie belichamen, die immers een plek is van onbegrensde mogelijkheden en niet-afl atende gastvrijheid. Want als we vergeten dat dít de kern vormt van alles waar dit land zo trots op is, vergeten we ook wie we zelf eigenlijk zijn: een amalgaam van mensen, een volk dat niet verenigd is door stilstand, lafheid en angst, maar door het uitbundige geloof dat alles mogelijk is, door wereldwijd ondernemerschap dat de mens centraal blijft stellen, door de inherente juistheid van verder te willen komen, altijd maar verder, gedreven door moed die ontembaar en onverzettelijk is.

 

© Dave Eggers, 2018
© Vertaling uit het Amerikaans: Koos Mebius, 2018
© Nederlandse uitgave: Lebowski Publishers, Amsterdam 2018

MINDBOOKSATH : athenaeum