Leesfragment: De Slag om Arnhem

18 april 2018 , door Antony Beevor
| |

20 april verschijnt Antony Beevors nieuwe boek De slag om Arnhem. Wij publiceren voor.

In De Slag om Arnhem geeft gerenommeerd historicus en meesterverteller Antony Beevor, auteur van bestsellers als D-Day en Stalingrad, met veel oog voor de militaire en politieke beslissingen, een compleet beeld van het strijdveld rondom Arnhem. Een van de grootste luchtlandingen uit de oorlog, een heroïsche strijd die negen dagen duurde, een catastrofale misrekening van de Britten en de laatste overwinning van Adolf Hitler. Gebruikmakend van nieuw archiefmateriaal schetst hij de lotgevallen van soldaten en burgers en ontdoet hij de veldslag van zijn mythen. Antony Beevor komt met een nieuw standaardwerk over de Slag om Arnhem: een uitputtende geschiedschrijving met alle militaire details en aandacht voor de menselijke verhalen.

N.B. Eerder publiceerden wij voor uit Beevors De Tweede WereldoorlogOp 25 april, om 20.00 uur is Antony Beevor te gast bij De Balie, kom ook!

 

2. ‘Dolle Dinsdag'

Op maandag 4 september, de tweede dag van de festiviteiten in Brussel, sprak de Nederlandse koningin Wilhelmina vanuit Londen voor de radio: ‘Landgenooten, Gij weet dat de bevrijding voor de deur staat. Gij weet, dat onze land-, zee- en luchtmacht schouder aan schouder vecht met de bondgenooten en daarbij kranig werk doet. […] Ik wil U thans mededeelen, dat Ik Prins Bernhard heb benoemd tot bevelhebber der Nederlandsche strijdkrachten onder het opperbevel van Generaal Eisenhower. Prins Bernhard neemt hierbij de leiding op zich van het gewapend verzet in Nederland. Tot spoedig weerziens! Wilhelmina.’

De Duitse terugtocht door Nederland naar het Reich was op 1 september begonnen en bereikte vier dagen later zijn hoogtepunt op wat ‘Dolle Dinsdag’ is gaan heten. Er gingen geruchten dat Montgomery’s legers al aan de grens stonden en een foutief bericht van de Nederlandse afdeling van de BBC op de avond van 4 september meldde zelfs dat de geallieerden Breda en Roermond hadden bereikt. In Amsterdam gingen mensen de volgende ochtend de straat op in de verwachting dat ze geallieerde tanks zouden zien binnentrekken.
De meeste terugtochten bieden een zielige aanblik, maar de gehavende, mismoedige massa Wehrmacht-achterblijvers uit Frankrijk en België veroorzaakte na de vernederingen van de arrogante bezetting ongewoon veel gejubel, minachting en gelach onder de Nederlandse bevolking. ‘Nooit hebben we ergens zoo van genoten als van dat wanordelijk terugtrekken van het eens zoo groote Duitse leger,’ schreef een vrouw in Eindhoven. Sommigen in geïmproviseerde eenheden, zoals matrozen van de Kriegsmarine van wie men Schiefs-Stamm-Abteilungen had gemaakt, hadden vanaf de Atlantische kust voornamelijk gesjokt. Anderen hadden elk voertuig gepakt dat ze langs de weg vonden: auto’s, zoals oude Citroëns met treeplanken, en op hout gestookte vrachtwagens met schoorstenen.
Het schouwspel, dat de Nederlanders fascineerde en in vervoering bracht, leek de indruk van een totale nederlaag te bevestigen. De eens zo onoverwinnelijke en gemechaniseerde Wehrmacht, die hun land in de zomer van 1940 zo gemakkelijk onder de voet had gelopen, was nu afgezakt tot diefstal van elk denkbare vorm van vervoer, vooral fietsen.
Aan het begin van de oorlog had Nederland 4 miljoen fietsen op een bevolking van 8 miljoen. Begin juli 1942 had de Wehrmacht er 50.000 gevorderd, en nu gingen er nog eens duizenden naar Duitsland, de meeste beladen met uitrusting en buit van de soldaten die ze over de wegen voortduwden. Bij gebrek aan rubber voor banden was het zwaar om op houten wielen te fietsen. Maar het verlies van die fietsen kwam hard aan. De Nederlandse ondergrondse had ze nodig voor zijn koeriers en gewone gezinnen waren op fietsen aangewezen om op het platteland op zoek te gaan naar voedsel.
De meeste in Frankrijk en België ingepikte auto’s hadden ook geen banden. Als ze op hun velgen reden, maakten ze een geluid waarvan je in elkaar kromp. In de meeste auto’s zaten Duitse officieren, en een toeschouwer in Eindhoven merkte op: ‘Op vele wagens zaten meiden, van hetzelfde soort als zich met de Duitsers placht af te geven.’ Deze Franse, Belgische en Nederlandse vrouwen, van wie je mag aannemen dat ze schuldig waren aan collaboration horizontale, wilden natuurlijk een voorspelbaar lot in eigen land ontlopen. In Arnhem zag de neuroloog Louis van Erp ook een aantal Duitse officieren met ‘vrouwen op schoot, deels Duitse, deels Franse vrouwen’. En de officieren zwaaiden met flessen cognac. In sommige steden had men het die dag over ‘Cognac Dinsdag’. Duitse soldaten probeerden een paar flessen en andere gestolen waar te verkopen. Slechts een paar Nederlanders wilden profiteren van de koopjes, onder andere naaimachines, camera’s, horloges, kleren en vogels in een kooitje, die de reis toch niet zouden overleven.
Sommige auto’s waren van Nederlandse nazisympathisanten in de nsb – de Nationaal-Socialistische Beweging. Ze wisten dat zonder Duitse bescherming Noord-Brabant voor hen te gevaarlijk zou zijn. Anderen die voor wraakneming vluchtten, waren collaborateurs uit Frankrijk en oerkatholieke, pronazirexisten uit België. De loyale Nederlanders noemden leden van de nsb de ‘foute’ Nederlanders of de ‘zwarte kameraden’, en vonden hen nog wat erger dan de Duitsers. ‘De houding van de Nederlandse bevolking tegenover de nsb blijft volkomen tegenstrijdig,’ meldde een Duitse officier in Utrecht. ‘Beter tien Duitsers dan één nsb’er, is de algemene opvatting, en gezien de verwerping van alles wat Duits is, is me dat nogal wat.’
Andere voertuigen waren de omnibus en Rode Kruis-ambulances vol soldaten en hun wapens – dit tegen alle oorlogsregels in. Je zag Duitse soldaten op een paard-en-wagen met kippen, eenden en ganzen in houten kooien, en vrachtwagens met gestolen schapen en varkens. Iemand zag twee ossen in een bus scharrelen en een non zag een koe in een ambulance. Zulke taferelen riepen een verbitterd lachje op over de schaamteloze diefstal van voedsel uit bezette landen. Je zag verder een brandweerauto en zelfs een lijkwagen met struisvogelveren die onder het stof zaten. Wehrmachtvoertuigen hadden aan de voorbumper dennentakken zitten om zo de kopspijkertjes weg te vegen die leden van het verzet op de weg hadden gestrooid.
De uitgeputte infanteristen, de ‘moffen’, zoals de Nederlanders hun Duitse bezetters minachtend noemden, zagen er slonzig, ongeschoren en zwart van het vuil uit.* De aanblik van hen en van hun officieren die onderuitgezakt in auto’s zaten veroorzaakte een sensatie toen de treurige stoet de grens van het Reich passeerde. Er waren wilde geruchten en talloze sinistere grappen. Een Gefreiter hoorde van zijn familie: ‘Gisteravond zeiden mensen dat in Kaiserslautern de Führer persoonlijk de auto’s inspecteerde.’ Burgers waren ook boos over de privileges van de officieren en hun behandeling van de gewone soldaat, de Landser. ‘De “heren” reisden in hun volgeladen auto’s en lieten de Landser stikken.’
In Duitsland was men heel verschillend gaan aankijken tegen de oostfrontstrijder en diens tegenhanger, de Westfrontkämpfer. Men had algemeen het idee dat het Duitse leger in het westen verwekelijkt was door zijn vier jaar gemakkelijke bezetting van Frankrijk en de Lage Landen. ‘De mening van de burgerbevolking over de soldaat aan het westfront is niet al te best,’ schreef een vrouw aan haar man, ‘en ook ik weet zeker dat als de soldaat van het oostfront in het westen had gezeten, de doorbraak niet had plaatsgevonden.’ In een brief naar huis bevestigde een kanonnier het beeld van de ineenstorting in het westen. ‘Ik kan niet overbrengen hoe de zaak ervoor staat. Dit is geen terugtocht, maar een vlucht.’ Maar hij moest wel toegeven dat het een rijkelijk van voedsel voorzien vertrek was. ‘De auto’s zaten vol met schnaps, sigaretten en honderden blikjes vlees.' De Duitse bezettingsautoriteiten gingen ook nog even snel op rooftocht. Ze hadden al kerkklokken ingepikt om die om te smelten en vervoerden nu in allerijl grondstoffen, vooral kolen en ijzererts, naar het Reich, en eigenden zich de locomotieven en wagons toe. Ze rechtvaardigden dit optreden met het argument dat ze de geallieerden niet ‘een economisch potentieel’ moesten geven. Ook werd een aantal acties van de verschroeide aarde uitgevoerd. In Eindhoven was een serie enorme knallen te horen toen de Duitsers installaties op het vliegveld vernietigden en munitiedepots opbliezen. Een enorme rooksluier verduisterde de zon.

[...]

 

© 2018 Antony Beevor

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum