Leesfragment: Het koninkrijk van de angst

25 oktober 2018 , door Martha Nussbaum
| |

Nu in de winkel: de nieuwe Martha Nussbaum, Het koninkrijk van de angst. Een filosofische blik op angst als politieke emotie (The Monarchy of Fear, vertaald door Rogier van Kappel). Lees op Athenaeum.nl een uitgebreid fragment.

Het politieke debat wordt gekenmerkt door een gepolariseerde verdeeldheid en het onvermogen om met elkaar te communiceren. Tot zover niets nieuws. Filosofe Martha Nussbaum ziet echter een simpel feit dat vaak over het hoofd wordt gezien als de kern van het probleem: politiek is altijd emotioneel. Mondialisering heeft bij miljoenen mensen in het Westen gevoelens van machteloosheid veroorzaakt, waardoor ‘de schuld’ wordt gelegd bij de ander (immigranten, moslims of culturele elites). De verkiezing van Donald Trump en de stem voor Brexit zijn hiervan de meest recente voorbeelden, maar

Nussbaum bewijst dat deze ‘schuldpolitiek’ aan alle kanten van het politieke spectrum te vinden is. Zich baserend op zowel historische als hedendaagse voorbeelden, ontrafelt zij in Het koninkrijk van de angst dit web van politieke gevoelens en biedt zij hoopvolle alternatieven.

N.B. Eerder bespraken we Anger and Forgiveness / Woede en vergeving en Not For Profit / Niet voor de winst op Athenaeum.nl.

 

4
Door angst gedreven walging: de politiek van de uitsluiting

Alle samenlevingen dringen sommige groepen in een marginale of ondergeschikte positie. In feodale samenlevingen en monarchieën maakt onderschikking deel uit van de offi ciële bestuursdoctrine: edellieden zijn beter dan boeren en horen over hen te heersen; en de koning beschikt over het goddelijk recht om te heersen over alle andere mensen. In moderne democratieën daarentegen is het in het openbare leven over het algemeen de norm dat iedereen gelijk respect geniet en dat met iedereen in dezelfde mate rekening wordt gehouden. Door sommige groepen in een ondergeschikte positie te plaatsen maakt de samenleving dus inbreuk op haar eigen rechtvaardigheidsnormen. We weten echter dat democratische burgers geen aparte diersoort vormen, maar doodgewone mensen zijn, die vatbaar zijn voor de fouten waartoe angst en een afwerende en verdedigende opstelling zelfs de besten van ons kunnen aanzetten, als we die neigingen van ons niet goed in bedwang houden. Er valt dan ook te voorspellen dat democratische burgers zowel goede maatschappelijke normen als deugdelijke wetten nodig zullen hebben, die het ons gemakkelijker maken om anderen met gelijk respect te behandelen – en dat zelfs als dergelijke normen en wetten er zijn, het in tijden van spanning en onzekerheid maar al te gemakkelijk kan worden om die te negeren.
De Amerikaanse samenleving kent (net als de meeste andere) een akelige geschiedenis van uitsluiting gebaseerd op huidskleur, geslacht, seksuele oriëntatie, lichamelijke en geestelijke beperkingen en religie. In onze huidige politieke situatie worden de aanspraken op gelijkheid en waardigheid van tot nu toe buitengesloten groepen maar al te vaak beantwoord met haatpropaganda of zelfs haatmisdrijven, maar over het aantal haatgroepen en haatmisdrijven weten we eigenlijk heel weinig. Volgens het Southern Poverty Law Center, dat al jarenlang gegevens verzamelt over haatmisdrijven, is het aantal haatgroepen gestegen van 892 in 2015 tot 917 in 2016. Volgens het Center for the Study of Hate and Extremism van de California State university in San Bernardino is het aantal haatmisdrijven in negen grootstedelijke gebieden in de Verenigde Staten de afgelopen jaren met meer dan 20 procent gestegen. En volgens een fbi-rapport uit 2015, waarin haatmisdrijven werden gerangschikt naar type, kwam 59,2 procent voort uit racistische motieven, 17,7 procent uit vooroordelen jegens een bepaalde seksuele oriëntatie, en 19,7 procent uit religieuze motieven. (Het grootste deel van deze laatste categorie bestond uit anti-Joodse misdrijven, maar het aantal anti-islamitische haatmisdrijven vertoonde een stijging.)
Op dit gebied zijn geen betrouwbare gegevens beschikbaar. Zoals FBI-directeur James Comey in 2014 verklaarde: ‘We moeten haatmisdrijven beter volgen en rapporteren om volledig te begrijpen wat er in onze gemeenschappen gebeurt en hoe we deze ontwikkeling een halt kunnen toeroepen.’ Een deel van de schijnbare toename van dergelijke misdrijven is ongetwijfeld het gevolg van betere gegevensverzameling en meer rapportage. We moeten dus niet in paniek raken, en niet meteen de Trump-aanhangers de schuld geven van een vermeende stijging. In plaats daarvan dienen we ons te herinneren dat de Verenigde Staten een akelige geschiedenis van haatmisdrijven en vijandschap jegens minderheden kennen. Dat is met name het geval als het om raciale minderheden gaat, maar er zijn ook veel misdrijven gepleegd die voortkwamen uit vijandschap jegens een religie, geslacht of seksuele oriëntatie.
De weerzinwekkende nieuwe golf van blank racisme en antisemitisme tijdens de betoging in Charlottesville, Virginia, in augustus 2017 heeft deze al geruime tijd smeulende kwestie in de openbaarheid gebracht. Een factor die ik in mijn filosofische analyse buiten beschouwing heb gelaten, is dat vuurwapens in de Verenigde Staten gemakkelijk verkrijgbaar zijn. Er is geen land dat geen haat en door haat gemotiveerde misdrijven kent, maar wat in Europa een pak slaag zou zijn, wordt in de Verenigde Staten maar al te snel een aanval met vuurwapens waarbij veel slachtoffers vallen. Naar mijn mening is dit een groot deel van het huidige probleem met haatmisdrijven, maar dat is niet het onderwerp waarop ik me hier wil richten. Het is tegenwoordig politiek onhaalbaar om bij deze kwestie vooruitgang te boeken, maar gelukkig zijn er andere onderwerpen te bespreken!
Een remedie vinden vereist begrip van de oorzaak van deze problemen. Een filosofisch-psychologische analyse van de emoties van uitsluiting zal verhelderen waar we ons nu bevinden, waar we heen kunnen gaan en hoe we grotere wederkerigheid en gelijkheid kunnen nastreven.
Hoe gaat uitsluiting in zijn werk? Door welke emoties wordt die gedreven en gevormd? Welke rol speelt angst bij het scheppen van op uitsluiting gerichte hiërarchieën? Angst vormt de drijfveer achter een heleboel misdragingen op dit terrein, vooral als angst wordt gecombineerd met woede en de dynamiek van angst en beschuldiging. Angst en de daaraan verwante woede zijn vooral van belang bij misdrijven tegen moslims, waar een vloedgolf van angst gemakkelijk op de combinatie van beschuldiging en retributief geweld gericht kan worden. Op dit punt is er echter nog een emotie die we in overweging dienen te nemen. Net als angst is deze emotie besmet door angst, en angst brengt deze emotie, en daarmee onszelf, vaak op een dwaalspoor. Anders dan bij woede het geval is, is het om deze emotie op gang te laten komen echter niet nodig dat er iets verkeerd wordt gedaan of gedaan dreigt te worden. Ze wordt gedreven door angst voor dierlijkheid en sterfelijkheid, en wordt daarom opgeroepen door echte of vermeende lichamelijke eigenschappen die nauw verwant zijn aan onze angst voor sterfelijkheid en het kwetsbare dierlijke lichaam. Die emotie is walging, en de irrationele aspecten daarvan liggen ten grondslag aan een groot aantal maatschappelijke kwaden.
Terug naar de sprookjes. Heksen en boemannen vormen niet alleen een bedreiging, maar zijn ook lelijk en mismaakt. Vaak zijn ze bovendien lelijk op een heel bepaalde manier: ze wekken onze walging op. Hun lichamen worden voorgesteld als onrein, slijmerig of stinkend, en vaak nemen ze zelfs de vorm aan van dieren die over deze kenmerken beschikken (kikkers, slangen, vleermuizen). Shakespeare wist waar hij mee bezig was toen hij de heksen in Macbeth afbeeldde als vrouwen die nauwe banden onderhielden met dergelijke smerige dieren: in hun brouwsel stoppen ze ‘stuk moerasslang’, ‘hagedisoog’, ‘kikvorslong’ enzovoorts.
En Shakespeare wist ook hoe gemakkelijk slijmerigheid en smerigheid geprojecteerd worden op de lichamen van menselijke minderheden die als ongewenst worden gezien: de heksen voegen ook de ‘lever van een Joodse lasteraar’ aan hun brouwsel toe, plus ‘de neus van een Turk, de lip van een Tartaar’ en de ‘vinger van een kind, gesmoord door een slet bij zijn geboort’’. Etnische en seksuele minderheden ( Joden, moslims, prostituees) maken deel uit van dezelfde opsomming als slijmerige dieren, alsof hun lichamen zelf slijmerig en weerzinwekkend zijn. Het dode kindje waar die vinger van afk omstig is, is door een prostituee gebaard in een riool, en dus besmet met het vuil van uitwerpselen, urine en seksuele lichaamsvochten.
Maar we lopen op de zaken vooruit. Ik zal naderhand nog terugkeren naar deze fraaie voorbeelden van ‘projectieve walging’. Maar nu dan eerst de primaire walging.

[...]

 

© 2018 Martha Nussbaum
© 2018 Nederlandse vertaling Rogier van Kappel

pro-mbooks1 : athenaeum