Leesfragment: Mijn eerste moord

21 oktober 2018 , door Martin Michael Driessen
| |

Vandaag verscheen Mijn eerste moord, en andere verhalen van Martin Michael Driessen. Lees bij ons een uitgebreid fragment.

De verhalenbundel Mijn eerste moord bevat de novelle Een ware held en een reeks korte verhalen, naast de prachtige vertaling van de weemoedige negentiende-eeuwse noodlotsnovelle Aquis submersus van Theodor Storm. De korte vertellingen van Driessen tonen in gecomprimeerde vorm wat de lezer van hem gewend is: zorgvuldige en krachtige plots in schitterende taal vervat. Deze rijk geschakeerde bundel completeert het beeld van Driessen als een veelzijdig modern schrijver met een tijdloze thematiek en toon.

Martin Michael Driessen (1954) is opera- en toneelregisseur, vertaler en schrijver. Zijn werk is vertaald in het Engels, Italiaans, Duits en vele andere talen. Hij debuteerde in 1999 met de roman Gars. Met Rivieren stond hij op de shortlist van de Fintro Literatuurprijs en in 2016 ontving hij er de ECI-Literatuurprijs voor. Zijn roman De pelikaan bereikte de shortlist van de Libris Literatuur Prijs 2018.

N.B. Eerder publiceerden we voor uit Rivieren. Lees het fragment op Athenaeum.nl.

 

Orfeus

En de goden namen hem tot zich. Maar uit mededogen met haar grote verdriet vergunden zij zijn geliefde nog één dag met hem.

Hij had midden op het Braassemermeer geankerd en ze zouden die zomernacht op zijn zeilbootje doorbrengen.
Hij had een kleine jol gekocht, binnen een week passabel leren zeilen, en in diezelfde week de kajuit zo verbouwd dat die nu in plaats van aan twee smalle kooien plaats bood aan één groot bed. En voor het geval dat het zeilen hem niet goed zou afgaan, had hij een elektrische buitenboordmotor aangeschaft.
Menno was een man die dingen snel naar zijn hand zette.

Dat wist ze sinds hun eerste ontmoeting. Er was, dacht ze, geen denken aan dat ze zo kort na haar scheiding met iemand mee naar huis zou gaan; maar Menno was iemand die je het gevoel gaf dat je nooit meer de kans zou krijgen een man als hij te ontmoeten. Hij was niet eens echt mooi; hij had iets ordinairs, alsof zijn grootouders nog arme mensen waren geweest. Hij was knap, maar niet mooi. En hij had tergend lang gewacht eer hij haar aansprak. Ze had het gevoel dat hij dat opzettelijk deed, want pas toen hij haar in haar jas hielp zei hij heel zacht en rustig, maar zo dat al haar vriendinnen voor de garderobe van de Stopera het konden horen: ‘Je hebt het profiel van een Keltische koningin.’
‘Onze magere Hobbit,’ had haar vriendin Madeleine bij de muziek van Monteverdi gefluisterd. Madeleine stond erom bekend dat ze elke vent die ze zag zo treffend en vilein omschreef dat je de arme man nooit meer anders kon zien. Haar eigen echtgenoot, een bankdirecteur, was ‘de demente Viking’.

Ze had niets gezegd want zij zag Menno anders, en vertrouwelijkheid tussen vrouwen is eindig. Ze voelde allang voordat hij haar in haar jas hielp dat deze man met zijn krullende bruine haar en zijn ranke gestalte niet alleen hoffelijk was, maar hoofs.
Toen ze voor het eerst bij hem in bed lag en vroeg wat hij deed had hij gezegd: ‘O, ik maak meubels van steigerhout.’
Dat was misschien ook waar maar ze wist intussen dat hij geofysicus was en een leerstoel aan de universiteit van Groningen bekleedde.
Er was iets uitzonderlijks aan Menno. Alle mannen die ze had gekend deden niets liever dan opsnijden over wat ze in het leven hadden bereikt; en net als alle vrouwen die ze kende verwachtte zij dat ook min of meer.
‘Liefste, waarom heb je niet gezegd dat je wetenschappelijk onderzoek doet naar de temperatuur van de aardkern?’ vroeg ze, haar enkels over zijn rug gekruist.
‘Omdat ik wil dat je van mij houdt om wie ik ben, niet om wat ik heb bereikt,’ antwoordde hij.
Dat was een zo bevredigend antwoord dat ze niet doorvroeg toen hij opstond en zoals elke keer zijn penis onder de koude kraan hield. Ze wilde niet alles weten.
En bovendien was Menno genereus: hij maakte meteen achtduizend euro over aan haar jongere zus toen die in de problemen was gekomen omdat ze een Spaanse windmolen had gekocht die op instorten bleek te staan. Hij luisterde naar haar relaas, ging achter zijn computer zitten en maakte het geld over.
‘Aan een vrouw die je helemaal niet kent...?’ vroeg ze verbaasd.
‘Ik maak ook geld over naar Afrika,’ zei hij.

Ze was altijd een zelfverzekerde vrouw geweest, inmiddels een succesvol juriste, en ze genoot van haar aantrekkingskracht op het andere geslacht; maar het leek alsof deze man maar een deel van wat hij was en had benodigde om haar liefde te winnen. Het was veel, het was meer dan ze ooit van een man had gekregen, maar het was niet alles. Ze zou met veel minder genoegen hebben genomen, als het alles was geweest.
En daarom was ze ingegaan op zijn voorstel op zijn bootje midden op de Braassem te overnachten en champagne te drinken onder de sterren. Ze zou net als alle vorige keren genieten van de seks met hem, er was geen reden om dat niet te willen, maar dit keer wilde ze ontdekken wat hij echt van haar wilde. Ze wilde weten wie Menno was.
Maar Menno was met zijn motorfiets vlak bij de jachthaven dodelijk verongelukt op de N207.

Zijn familie wist niets van haar bestaan; ze moest het een week na zijn dood doen met de rouwadvertenties.
Met grote verslagenheid, totaal onverwacht, heeft ons verlaten, door een tragisch ongeval, tot ons grote verdriet, wij zijn geschokt, sprakeloos, diep bedroefd. Onze inspirerende collega, betrokken, deskundig, gepassioneerd, bevlogen, ons maatje, onze vrijbuiter, onze lieve zoon, broer, ons neefje. Une lampe qui s’éteint, car le jour se lève. Studentendispuut Socrates, Schermvereniging Kardolus, Faculteit der Aardwetenschappen, International Union of Geodesy and Geophysics, Adriaan en Melanie Voorst (Laren), Willemijn Firth-Voorst, Henry Firth, Timothy, Iris en Dawn (Seattle, usa), Lidewijde van Leeuwen-Voorst (Numansdorp). Een hondenpootje van Bob.

De dag begon met Menno die haar nam en de zon die opging in het smalle patrijspoortje. Eerst wilde ze haar ogen niet opendoen want niets kon mooier zijn dan wat ze nu beleefde. Toen ze het wel deed zag ze de zon gefragmenteerd door de krassen in het perspex (het is geen luxe jacht, had hij gewaarschuwd, het is een bootje van krap zes meter) en boven zich Menno, die op zijn vingertoppen en tenen steunde en haar neukte zonder dat de rest van zijn lichaam het hare raakte.
Het duurde even voordat ze er echt van genoot, misschien omdat ze zich zorgen maakte over hoe ze straks op het toilet zou moeten gaan, aan boord van een bootje midden op het Braassemermeer, maar toen was het glorieus. Een man als een geschenk uit de hemel.
Ze sloot haar ogen weer en stond willig toe dat hij haar lichaam bediende. Ze liet zich stoten en voelde zich een anemoon die meedrijft op de stroming van de oceaan. En als dat geen goede metafoor was, zou het haar een zorg zijn.
Ze kwam klaar en hij hing nog steeds boven haar, zijn ogen glanzend in de stralen van de zon die nu boven de aluminiumrand van de patrijspoort stond.

[...]

 

© Copyright 2018 Martin Michael Driessen

pro-mbooks1 : athenaeum