Leesfragment: Om aan te raken

28 september 2018 , door Harm Hendrik ten Napel
| | |

2 oktober verschijnt van Harm Hendrik ten Napel Om aan te raken. Verhalen. Wij publiceren voor!

Je lichaam. Waarmee je voelt, waarmee je een ander omhelst of wegduwt, waarin je alleen kunt zijn, of wordt gekoesterd. Het lukt de mensen in Om aan te raken niet altijd om uit hun hoofd te komen en de intimiteit te vinden waarnaar ze verlangen. Sommigen weten niet eens dat ze hunkeren, anderen kunnen het moeilijk uitdrukken. En als het ze lukt om een ander aan te raken? Dan raast er een hitte door hun borst, van schrik, plezier of beide – of ze komen eindelijk tot rust.

 

Beroof me niet

Zacht de eerste aanraking. Een arm haakt in Mira’s arm. Ze voelt het en ontwaakt. Bibi glimlacht als ze opzijkijkt en spant haar arm even aan, plagerig, zodat Mira haar spierbal als een groot, hard ei kort in haar bovenarm voelt. Een gebaar. Net als het lachen, net als de aanraking. Het probeert de stilte heel te laten waarin Mira was weggedroomd. En in die stilte lopen ze verder, arm in arm, tussen de rijtjeshuizen.
Bibi is een halve kop groter dan Mira. Ze heeft zo’n tikje scheve, ooit gebroken neus. Tegenwoordig is ze suppoost in het museum. Dat is waar Mira haar heeft ontmoet en waar ze vanmiddag ook naartoe zijn geweest. Bibi vond het leuk, zei ze, om samen met Mira bezoeker te zijn. Vanavond heeft ze een jurk aan en een donkere panty.
Lief dat Bibi zichzelf zo van een andere kant heeft laten zien. Meisjesachtig – nu ook weer, zoals ze aan Mira’s arm hangt. Alsof Bibi haar niet de rest van de weg kon dragen. Tot aan de voordeur.
En niet verder. Althans, vanavond. Mira zal zich voor de deur omdraaien en Bibi kussen en als Bibi haar ook kust dan zal Mira haar blijven kussen en staan ze daar nog even kort te tongen; als tieners. Mira op haar tenen, haar armen om Bibifs nek. En daarmee is het dan gedaan. Dat is ook niet gek. Date #1, die eindigt in zoenen. Een goeie eerste date dan. Bibi zal niets anders verwachten. Pas nu ze, met haar longen vol lucht, op het punt staat een zucht te slaken, beseft Mira dat ze diep, diep in heeft geademd.
Ja? Bibi vraagt het met het rollen van een lachje in haar stem. Ga je gang. Mira zucht lang en lacht. Sorry. Bibi glimlacht. No worries. Je zit lekker in je mooie hoofd zo aan het einde van de avond. Sorry. Nee, nee, maakt niet uit. Waar dacht je aan?
Ze wil niet zeggen dat ze bezig was zich mentaal voor te bereiden op het einde van hun avond samen. Dus ze zegt dat ze aan een van de schilderijen dacht die ze die middag hebben gezien. Het drieluik van Francis Bacon. O, die met zijn geliefde?
Bibi had over Dyer en Bacon verteld terwijl ze voor de drie schilderijen stonden. Dat dit een van de werken was die Francis schilderde nadat zijn George zichzelf had vermoord. De twee mannen, op het linker. en rechterschilderij, allebei in een oudemannenonderbroek, allebei zittend op een houten stoel, een beetje krampachtig; beiden stellen George voor. Zijn leven druipt als een roze vloeistof langs een stoelpoot. Zijn ogen zijn gesloten. De duisternis heeft hem, deels, verzwolgen.
Hij deed Mira aan haar vader denken.
Misschien was het die slip. Of die grijs-roze huid. Iets. De manier waarop hij daar zo kwetsbaar en naakt zat. En ze voelde zich verslagen, maar dat zei ze niet. Ze staarde stil naar de schilderijen terwijl Bibi op het zwart wees: de donkere steeg, of deuropening, waartegen de figuren afsteken. Het is eigenlijk gewoon een vlak, qua verf dan, hè. Oppervlakte. En toch ook een diepte. Allebei tegelijk. Je wordt er een klein beetje duizelig van als je erin kijkt.
Bibi’s hand op Mira’s arm. Die schilderijen maakten nogal wat indruk op je. Mira knikt. Moet ze misschien zeggen dat ze er niet over wil praten? Niet nu? Ze weet niet wat ze erover moet vertellen. Elke keer als ze er iets over zegt, zou ze alleen de kern willen noemen. Alleen het feit. Maar dat mislukt steeds, want ze weet niet goed welk feit dat is.
Een kus op haar haar. Een hand over het haar dat gekust is. Dan vingers als een kam. Mira kijkt op maar Bibi’s blik is alweer op de straat voor hen gericht. Ze zijn er bijna. Hier naar rechts.

De hoekwoning: de voordeur. Bibi laat Mira’s arm langzaam los, Mira draait zich naar haar toe en pakt Bibi’s hand vast en kijkt er even naar. Bibi pakt haar andere hand en zegt als eerste iets. Dat ze een heel fijne middag heeft gehad, en avond. Mira kijkt haar aan. Er valt licht op hun gezichten van een lantaarnpaal verderop in de straat. Bibi lacht. Jij ook?
Ik ook. Mira schuifelt op Bibi toe, die haar lachend aankijkt. Mira gaat op haar tenen staan; hun neuzen raken elkaar nu bijna, ze knijpen in elkaars handen. Mira sluit haar ogen. Vlug en kort voelt ze lippen op haar lippen, een verrassing, en voor ze het weet zoent Bibi haar nog een keer, langer nu, en Mira zoent haar terug. Ze slaat haar armen om Bibi’s nek en zet nog een stapje, en nog een stap, op haar tenen.
Ze glijdt uit. Ze smoort haar gilletje meteen als ze Bibi’s armen om haar middel voelt. Daar ging je bijna. Ja. Nog even, denkt Mira. Achter haar rug hoort ze iets knarsen – deurgrendels. Ze schrikt. Háár deur. Fuck: papa.
Ze maakt zich meteen van Bibi los. Huh? Sorry. De voordeur gaat voorzichtig op een kier, er brandt geen licht in de gang. Mira is er al en pakt de klink. Papa, ik ben het, Mira. Geeft de deur mee? Ze probeert hem, zonder te forceren, verder open te duwen. Papa? Er valt wat van het lantaarnlicht op haar vaders gezicht. In zijn ogen. Schaduwen; dunne, strakke lippen. Hij bijt zijn kaken stijf op elkaar. Trillend; een angstige bok in halfschaduw. Mira raakt hem aan. Hebben we je wakker gemaakt? Haar vader schudt zijn hoofd. Nee, nee. Ik kwam gewoon even kijken wat er aan de hand was, meer niet.
Mira aait zijn arm. Ze ziet dat hij slikt. Nou, pa, zullen we dan maar naar binnen? Is goed. Ik zet nog thee. Haar vader draait zich om en loopt de donkere gang weer in. Mira drukt het licht aan. Het knippert een paar keer. Een flits van een gebogen man. Een flits van een open deur. Dan blijft het licht aan. De deur sleept zich terug in zijn post.
Mira begint haar sjaal los te maken. Ze voelt naar haar sleutels, om het huis straks op slot te doen. Ze vraagt zich af of er kruidenthee in huis is, of rooibos. Geen zwarte. Hé. Het is Bibi. Ze hangt een beetje over de drempel heen, met één hand steunend op de kruk van de voordeur. Mira was haar even vergeten. Zal ik nog mee naar binnen komen?
Mira aarzelt, ze hakkelt, en dan zwijgt ze.
Haar vader. Maar. Nee. Haar vader. Het gaat niet om haar. Dat mag niet. Ze wil het niet, nee zeggen. Ze wil niet alleen zijn, straks. Misschien heeft Bibi dat gezien. Die strekt haar arm en ontbloot haar horloge. Knikt. Je kunt me nog elk moment naar huis sturen. Mira schudt haar hoofd. Nee, het is laat, en donker. Nog niet te laat. En ik red me wel – echt.
Mira geeft op. Een weerstand, iets knellends tussen haar schouders, verslapt. Nee, ontspant. Bibi doet de deur achter zich dicht en tilt het draagriempje van haar handtas over haar hoofd. Schoenen uit?

[...]

 

Copyright © 2018 Harm Hendrik ten Napel

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum