Leesfragment: Toch zit het anders

19 januari 2018 , door Maarten Asscher
| |

Een nieuwe essaybundel van Maarten Asscher: Aanstaande woensdag verschijnt Toch zit het anders. Lees bij ons alvast het essay ‘Nieuwsgierigheid als zaak van leven en dood’.

In de bundel geopinieerde en bij vlagen polemische essays 'Toch zit het anders' gaat Maarten Asscher onderwerpen te lijf die hem de afgelopen decennia als uitgever, als kunstambtenaar, als boekhandelaar en bovenal als lezer hebben beziggehouden. Waarin schuilt het ware leiderschap? Wat mogen wij van de literatuur verwachten? En van onze eigen geschiedenis? Welke verhelderende of vertroebelende rol speelt taal daarbij? In Toch zit het anders komt de ongeletterdheid van onze politieke cultuur aan de orde, het verschijnsel ‘kunstpaus’, de ware aard van literair engagement en de terugkerende dilemma’s van het cultuurbeleid. Maar ook een bijna onhanteerbaar onderwerp als de parallel tussen de herdenking van de slavernij en die van de holocaust wordt zorgvuldig geanalyseerd. Scherpzinnig en waar nodig strijdlustig, dat zijn deze goedgeschreven, door empathie en kritische zin voortgedreven essays.

N.B. Wij publiceerden eerder ook al voor uit Het uur der waarheid

 

Nieuwsgierigheid als zaak van leven en dood

Ik neem u mee naar het dorpje Citerna, op een kleine vijfhonderd meter hoogte in de uitlopers van de Apennijnen. Voor de gymnasiasten: we zitten zo’n dertig kilometer benoorden het Trasimeense Meer. Voor de kunsthistorici: Citerna ligt aan het eind van de via Madonna del Parto, die van Monterchi naar het noorden loopt, in de richting van Borgo San Sansepolcro. En voor de gewone toerist: vlak hierlangs meandert de grens tussen Toscane en Umbrië. Belangrijker dan deze geografische en cultuurhistorische plaatsbepalingen is de datum: het is 12 augustus 1944. De 12th Royal Lancers onder bevel van luitenantkolonel Kenneth Edward Savill, bijgenaamd ‘Kate’, hebben sinds de landing in Sicilië in juli 1943 hun bijdrage geleverd aan de bevrijding van Italië. Als onderdeel van de geallieerde troepenmacht is dit cavalerieregiment in de opmars naar het noorden nu gevorderd tot de lijn Livorno-Arezzo-Ancona.
Kate Savill was een opmerkelijke en op en top Britse militair. Zo is bekend dat hij er niet voor terugdeinsde zijn meerderen tegen te spreken, bijvoorbeeld toen de hogere legerleiding in een eerdere fase van de Italiaanse campagne het bevel gaf voor een all-out aanval. Het bevel hield in dat Savills regiment de rivier de Sangro moest oversteken met als doel de Duitse versterkingen aan de overzijde te veroveren. Zonde van de kostbare en goed opgeleide cavaleriemanschappen, argumenteerde Savill, en hij kreeg zijn zin. De Duitse stellingen werden eerst zodanig door beschietingen verzwakt dat bij de uiteindelijke verovering veel minder gevallenen te betreuren waren. Misschien had Savills wat intellectuele militaire aanleg ermee te maken dat hij een cavalerist van de oude stempel was. Na zijn schooltijd in Winchester was hij opgeleid in Sandhurst, in de tijd dat de cavalerie nog niet in tanks zat maar te paard opereerde. Bang was Savill zeker niet, zo leren de verhalen over zijn achtereenvolgende plaatsingen in Egypte, India, Frankrijk en Noord-Italië. Zijn reputatie wordt bevestigd door de dso, de Distinguished Service Order, die hem later in datzelfde jaar 1944 zou worden toegekend voor zijn heldhaftig leiderschap tijdens de uitzonderlijk heftige strijd bij de stad Forlí aan de Via Emilia.
Maar zover zijn we op 12 augustus nog niet. Aan het eind van de dag trekt luitenant-kolonel Savill met zijn regiment Citerna binnen. Bij hun overhaaste vertrek hebben de Duitsers, zoals altijd, niet nagelaten om enige verwoestingen aan te richten. De veertiende-eeuwse toren van de plaatselijke Sant’Angelo overleefde in de voorafgaande decennia een cycloon en daarna maakte een aardbeving het schip van de kerk met de grond gelijk. Toch stond de historische kerktoren van het pittoreske stadje nog altijd fier overeind, totdat de vluchtende Wehrmacht hem bij wijze van afscheid opblies.
Aan de rand van Citerna vindt Savill een fors landhuis waar hij zijn commandopost in vestigt. Zoals alle dorpen en steden op het Italiaanse platteland die de geallieerde troepen achtereenvolgens op de Duitsers veroverden, is Citerna ernstig door de oorlogshandelingen beschadigd geraakt, maar deze historische villa staat nog overeind. Overste Savill is dan ook tamelijk tevreden met zijn vondst van dit onderkomen, waar de manschappen van de 12th Royal Lancers even van hun vermoeienissen in de intensieve grondoorlog kunnen bijkomen.
De volgende ochtend, 13 augustus, na eindelijk weer eens een behoorlijke nachtrust, stapt Savill in goed humeur rond ‘zijn’ landhuis, in het volle licht van de Italiaanse zomerzon, wanneer hij op de voordeur een met krijt geschreven mededeling ziet staan. Die was hem de vorige avond niet opgevallen. De tekst luidt als volgt:

21/7 HD 13/14

Dit is een beslissend moment. Er zijn namelijk twee soorten mensen. De ene soort denkt: iemand heeft iets op de deur geschreven. Dat zal wel. Ik ga nu ontbijten en daarna kan de dag beginnen. Die mensen zijn zo’n cryptische kreet twee minuten later alweer vergeten. Kate Savill behoorde tot het andere type, het type dat denkt: dit is merkwaardig. Dit is niet iets wat iemand zomaar op een deur kalkt. Dit moet iets betekenen. Maar wat? Dat tweede type neemt als het ware het onzekere voor het zekere.
Zo ook overste Savill. Hij laat het hele landhuis evacueren en geeft opdracht het vervolgens minutieus te doorzoeken. Uiteindelijk vinden zijn mannen in de kelders een grote hoop droge takken. Daaronder ligt een twee meter diepe put die tot aan de rand met explosieven is gevuld. Door een eraan verbonden tijdmechanisme zouden deze explosieven hetzelfde etmaal nog, dat wil zeggen in de nacht van 13 op 14 augustus, de villa met daarin het slapende regiment Royal Lancers de lucht in hebben laten vliegen.

Als je de uitleg eenmaal kent, kun je de door de Duitsers op de deur geschreven codering wel begrijpen. Vermoedelijk waren de explosieven op 21 juli geplaatst. ‘hd’ was wellicht de aanduiding van een militaire eenheid of het waren iemands initialen. En 13/14 (augustus) sloeg op het ingestelde moment van ontploffing. Waar het mij om gaat, is de reactie van Savill. Er spreekt waakzaamheid uit en verantwoordelijkheidsgevoel. Dat zijn voortreffelijke eigenschappen, zeker voor een militair. Maar volgens mij zijn die eigenschappen terug te voeren op een geestesgesteldheid die niet speciaal met het beroep van militair te maken heeft. Die eigenschappen en kwaliteiten zijn verschijningsvormen van de nieuwsgierigheid. Willen weten wat iets betekent. Niet aan de dingen voorbijlopen. Overal iets achter zoeken. Nooit onverschillig reageren. Signalen die je krijgt, leest, hoort, proeft of voelt, altijd serieus nemen. Gespitst zijn op de achtergrond, voorgeschiedenis, oorzaken en mogelijke gevolgen van al datgene wat zich aan je voordoet. Nieuwsgierig zijn naar de best mogelijke overlevingskansen. Nieuwsgierigheid als het scherpste instrument in de struggle for life.
In het in memoriam dat The Daily Telegraph op 29 december 2007 aan de op 101-jarige leeftijd overleden Savill besteedde, komt de wonderbaarlijke redding in Citerna natuurlijk ter sprake. De krant schrijft Savills reddende actie toe aan diens ‘intuïtie’. Deze kwalificatie suggereert dat nieuwsgierigheid als levenshouding een aangeboren of zelfs atavistische eigenschap is. Is dat zo? Er is inderdaad een soort algemene menselijke nieuwsgierigheid, die bijna op de wijze van een zintuig werkt, een zintuig dat bij sommigen sterker is ontwikkeld dan bij anderen. Nieuwsgierige mensen beseffen wanneer er iets is wat ze niet weten, en willen daar in hun eigen belang en soms ook in dat van anderen graag achter komen. Niet-nieuwsgierige mensen nemen over het algemeen genoegen met hetgeen ze al weten, en wat daarbuiten nog bestaat, zal ze een zorg zijn. Zo opgevat is nieuwsgierigheid een vrij passieve aangelegenheid: de een heeft het meer dan de ander.
Maar is de nieuwsgierigheid wel een aangeboren verschijnsel, dat wil zeggen iets wat je hebt of niet hebt? Als je je nieuwsgierigheid kunt beheersen, dan kun je die toch ook trainen, zou je zeggen, opdat zij groter wordt dan zij is? Als nieuwsgierigheid inderdaad een intuïtieve of zelfs atavistische gave is die ons behoedt voor gevaar of ons de weg wijst naar voedsel, hoe komt het dan dat sommige mensen minder nieuwsgierig zijn dan andere? En gaat het bij de nieuwsgierigheid van de wetenschapper, de journalist en de biograaf om dezelfde eigenschap, of is ze voor hen een professioneel instrument geworden dat losstaat van aangeboren karaktertrekken?

In mijn bundel Bekentenissen van een nieuwsgierig mens (2008) heb ik 107 mini-essays of zo u wilt columns verzameld waarin ik achter van alles ben aangegaan wat mijn nieuwsgierigheid in de loop der jaren op het spoor kwam. Er staan stukken in over de eerste en laatste woorden van mensen, over de geschiedenis van het applaus, over de vraag hoe men in gezelschap iemand het beste kan verbeteren, over de concordantie, over de schilderkunst door apen, over dorpen die onder water op de bodem van stuwmeren liggen, over de inhoud van damestasjes, over kleine meisjes die bloemen aan hooggeplaatste personen overhandigen, over de meest geëigende definitie van geluk, over de gewoonte van mensen om elkaar de groeten te doen, over de onvermijdelijkheid van zetfouten, over de verslavende onweerstaanbaarheid van opsommingen en nog veel meer. Die korte stukken hebben een speels element, waarop door recensenten terecht is gewezen, een aanstekelijk soort verwondering over het vele dat er in de wereld van alledag te vinden is, en waar je je nader in kunt verdiepen.
Toch is de nieuwsgierigheid voor mij meer dan een stukje speelgoed dat je zo af en toe een rondje laat rijden. Nieuwsgierigheid is de kracht, veel meer dan plichtsbesef, werkdrift of levenslust, die ervoor zorgt dat ik ’s ochtends mijn bed uit kom. Nieuwsgierigheid is motor en brandstof tegelijk, ze is de drijfveer die maakt dat ik boeken lees en schrijf, naar opera’s of concerten ga, reizen maak, kranten en tijdschriften bijhoud en over het internet surf. En dat niet uit een vrijblijvende houding van: eens kijken wat we vandaag weer in de netten zullen aantreffen, maar vanuit het diepgevoelde besef dat dat teken niet voor niets op de deur geschreven staat. Dat alles iets móét betekenen. Dat er bovendien iets op het spel staat, achter iedere deur, achter iedere titel van een boek, naam van een land of stad of dorp of persoon, achter ieder jaartal, iedere straatnaam, iedere datum. Hiermee wil ook gezegd zijn dat de nieuwsgierigheid wel degelijk psychotische trekken kan aannemen, onbeheersbaar kan worden en zo haar onschuld kan verliezen.
Het geval van Kate Savill en zijn manschappen in Citerna is voor mij een parabel voor de waarheid dat nieuwsgierigheid een zaak van leven of dood is. Dat zich achter iedere deur een huis bevindt dat erop wacht om uitgekamd te worden. Want God verhoede dat er in de kelder, onder een bos takken, een put vol explosieven ligt en dat je daar pas achter komt als het al te laat is. De nieuwsgierigheid is de meest werkzame prikkel die een mens heeft om wonderen op te sporen, schatten te ontdekken en vooral om alle boobytraps die er te vinden zijn bijtijds onschadelijk te maken. Wie bij gebrek aan nieuwsgierigheid in zijn bed blijft liggen, vliegt onherroepelijk op een dag de lucht in.

 

Copyright © 2018 Maarten Asscher, Amsterdam en uitgeverij Augustus, Amsterdam

MINDBOOKSATH : athenaeum