Leesfragment: Vaderland

01 maart 2018 , door Fernando Aramburu
|

Op 6 maart verschijnt Vaderland van Fernando Aramburu (Patria, vertaald door Hendrik Hutter). Lees bij ons alvast het eerste hoofdstuk.

Twintig jaar na de dood van haar man verhuist Bittori terug naar hun geboortedorp. Haar man werd vermoord door de Baskische terreurbeweging ETA, vermoedelijk door de zoon van Bittori's jeugdvriendin, Miren. Voor Bittori sterft, wil ze de ware toedracht kennen. Ze denkt zelfs Mirens zoon te kunnen vergeven om zo het verleden af te sluiten.

Bittori en Miren zijn getekend door een politiek fanatisme waar geen van beiden een boodschap aan had maar dat hen lijnrecht tegenover elkaar heeft geplaatst. En nu moeten ze hun wonden en verdriet, keuzes en hun levens onder ogen zien. Is een verzoening mogelijk?

Vaderland is een grootse roman over familie, loyaliteit en strijd. Fernando Aramburu beschrijft met veel menselijkheid de slachtoffers én de daders, in deze magistrale verbeelding van de bloedige geschiedenis die het Baskenland heeft verscheurd.

 

1

Hakken op het parket

Daar gaat ze, arm kind, om zich door hem te laten breken. Zoals een golf breekt op de rotsen. Een beetje schuim en dat was het weer. Hij doet niet eens de deur voor haar open. Heeft ze dat dan niet door? Gedwee, zo vreselijk gedwee.
En waarom die schoenen met hoge hakken en die rooie lippen, terwijl ze al vijfenveertig is? Ach meisje, waarom gedraag je je toch als een tiener, met jouw klasse, jouw baan en jouw opleiding? Als haar aita nog had geleefd… Toen ze instapte, richtte Nerea haar blik op het raam, want ze nam aan dat haar moeder zoals gewoonlijk vanachter de vitrage naar haar stond te kijken. En ook al kon ze dat vanaf de straat niet zien, Bittori stond inderdaad naar haar te kijken, bedroefd en met gefronste wenkbrauwen, en ze praatte in zichzelf en fluisterde daar gaat dat arme kind, als aanhangsel van die ijdeltuit, in wie het nog nooit is opgekomen om iemand anders gelukkig te maken. Begrijpt hij dan niet dat een vrouw die haar man na twaalf jaar huwelijk probeert te verleiden, wel erg wanhopig moet zijn? Eigenlijk is het maar beter dat ze nooit kinderen hebben gekregen.
Nerea zwaaide even voor ze in de taxi ging zitten. Haar moeder, verborgen achter de vitrage op de derde verdieping, wendde haar blik af. Boven de daken zag je een brede strook zee, de vuurtoren op het eiland Santa Clara en ijle wolken in de verte. De weermevrouw had zon voorspeld. En zij, ai, wat word ik toch oud, keek opnieuw naar de straat, waar de taxi al uit het zicht was verdwenen.
Daarna zocht ze voorbij de daken, voorbij het eiland en de blauwe streep van de horizon en voorbij de wolken in de verte en nog verder, in het voorgoed verloren verleden, naar beelden van het huwelijk van haar dochter. En ze zag haar wederom in de Kathedraal van de Goede Herder, in het wit, met haar bosje bloemen en haar buitensporige geluk, zo slank, zo stralend, zo knap, en terwijl ze bij de uitgang naar haar keek, kreeg ze een bang voorgevoel. ’s Avonds, toen ze weer alleen thuis was, stond ze op het punt om bij de foto van Txato te gaan zitten en hem te vertellen over haar angst, maar ze had hoofdpijn, en bovendien werd Txato, die die bijnaam dankte aan zijn stompe neus, steevast sentimenteel als de familie ter sprake kwam, helemaal als het zijn dochter betrof. De tranen vloeiden altijd zo makkelijk bij die man, al weet ik heus wel dat foto’s niet huilen.
De hoge hakken waren bedoeld om de begeerte van Quique op te wekken, en dan heb ik het niet over zijn eetlust. Tik tik tik, het geluid dat niet lang daarvoor te horen was geweest. Ik hoop niet dat ze allemaal putjes in het parket maakt. Voor de lieve vrede zei ze er niets van. Ze bleven maar even en waren langsgekomen om gedag te zeggen. En wat hem betreft, om negen uur ’s ochtends rook zijn adem al naar whisky of naar een van die drankjes die hij aan de man brengt.
Ama, weet je zeker dat je het wel alleen redt?’
‘Waarom gaan jullie niet met de bus naar het vliegveld? De taxi van hier naar Bilbao kost jullie een vermogen.’
Hij: ‘Maak je daar maar geen zorgen over.’ De koffers, het ongemak, en voordat je er bent, wierp hij tegen.
‘Ja, maar jullie hebben toch tijd genoeg?’
Ama, niet aandringen. We hebben besloten om met de taxi te gaan. Dat is veel prettiger.’
Quique begon ongeduldig te worden. ‘Dat is de enige manier die prettig is.’ Hij zei dat hij op straat een sigaret ging roken, terwijl jullie met elkaar praten. Die vent had een sterk luchtje op. Maar zijn adem ruikt naar drank, en het is pas negen uur ’s ochtends. Hij zei gedag en keek ondertussen naar zichzelf in de spiegel van het halletje. IJdeltuit. En vervolgens – autoritair? vriendelijk maar kortaf? – tegen Nerea: ‘Schiet een beetje op.’
Vijf minuten, beloofde ze hem. Het werden er vijftien. Eenmaal alleen, tegen haar moeder: dat die reis naar Londen veel voor haar betekende.
‘Ik kan me maar moeilijk voorstellen dat je iets te zoeken hebt bij die gesprekken van je man met zijn klanten. Of ben je soms, zonder mij iets te vertellen, voor zijn bedrijf gaan werken?’
‘In Londen ga ik een serieuze poging doen om ons huwelijk te redden.’
‘Opnieuw?’
‘Dit wordt mijn laatste poging.’
‘En wat is ditmaal je tactiek? Bij hem in de buurt blijven zodat hij je niet bedriegt met de eerste de beste vrouw die hij tegenkomt?’
Ama, alsjeblieft. Maak het niet nog moeilijker voor me.’
‘Je ziet er echt goed uit. Ben je van kapper veranderd?’
‘Ik ga nog steeds naar dezelfde.’
Nerea ging opeens zachter praten. Bij het eerste gefluister keek haar moeder achter zich naar de voordeur, alsof ze bang was dat ze werden afgeluisterd. Nee, niets, dat ze het plan om te adopteren hadden laten varen. Terwijl ze het er zo vaak over hadden gehad. Of het een Chinees, Russisch of zwart kindje zou worden. Een meisje of een jongetje. Nerea had de hoop nog niet opgegeven, maar Quique was teruggekrabbeld. Hij wil een kind dat van hem is, vlees van zijn vlees. Bittori: ‘Gaat hij nu ineens Bijbelse taal bezigen?’
‘Hij denkt dat hij een moderne man is, maar ondertussen is hij traditioneler dan rijstebrij.’
Nerea had op eigen houtje informatie ingewonnen over de adoptieprocedure, en ja, ze voldeden aan alle voorwaarden. Geld was geen probleem. Ze was bereid om naar het andere eind van de wereld te reizen om eindelijk moeder te worden, ook al had ze het kind niet zelf gebaard. Maar Quique had het gesprek afgekapt. Nee, nee en nog eens nee.
‘Een beetje ongevoelig, die jongen, vind je niet?’
‘Hij wil een klein mannetje dat van hem is, dat op hem lijkt, dat ooit bij Real Sociedad gaat spelen. Hij is geobsedeerd, ama. En hij zal het kind krijgen ook. Als die ergens zijn zinnen op zet! Ik weet niet met wie. Met een of andere vrouw die zich daarvoor leent. Vraag me niet hoe. Ik heb geen flauw idee. Hij zal een draagmoeder inhuren en betalen wat er betaald moet worden. En ik zou hem nog helpen ook om een gezonde vrouw te vinden.’
‘Je bent gek.’
‘Ik heb het hem nog niet verteld. In Londen zal zich de komende dagen wel een gelegenheid voordoen. Ik heb er goed over nagedacht. Ik heb het recht niet om van hem te verlangen dat hij ongelukkig is.’ Bij de voordeur drukten ze hun wangen lichtjes tegen elkaar. Bittori: dat ze zich wel alleen zou redden en goede reis. Terwijl ze op de overloop op de lift wachtte, zei Nerea iets over pech, maar dat we niet moeten afzien van het geluk. Daarna raadde ze haar moeder aan de deurmat te vervangen.

 

© Fernando Aramburu 2016
© Nederlandse vertaling Hendrik Hutter / Uitgeverij Wereldbibliotheek

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum