Leesfragment: Varia

07 juni 2018 , door James Joyce
|

Op 19 juni vindt bij Athenaeum Boekhandel & Nieuwscentrum de feestelijke presentatie van Varia van James Joyce plaats. Lees nu alvast een stukje uit het essay 'Drama en leven'.

Behalve zijn grote romans schreef James Joyce (1882-1941) ook kleinere werken, die zeker niet minder de moeite waard zijn. Hij debuteerde in 1907 als dichter en ging daar later vrolijk mee door, hij schreef boekbesprekingen, schotschriften tegen de goegemeente, gaf lezingen over de onwaarschijnlijk onrechtvaardige Ierse geschiedenis, schreef een toneelstuk en verzamelde takken.

Zijn Italiaanse lezingen en stukken voor de krant wilde hij bundelen en als boek (in het Engels) uitgeven. Dat is er nooit van gekomen, maar nu zijn ze hier verzameld. Een daad van gerechtigheid. Varia is opnieuw een vertaalprestatie van Bindervoet & Henkes, die werkelijk alles kunnen.

N.B. We publiceerden eerder voor uit Dublinezen en Ulixes

 

Drama en leven

Hoewel de betrekkingen tussen drama en leven van vitaal belang zijn, en moeten zijn, lijkt het erop dat ze in de geschiedenis van de dramatische kunst zelf niet altijd consequent in het oog zijn gehouden. Het vroegste en bekendste drama, aan deze kant van de Kaukasus, is dat van Griekenland. Het is niet mijn bedoeling om een soort historisch overzicht te geven maar ik kan er niet helemaal aan voorbijgaan. Het Griekse drama kwam voort uit de cultus van Dionysos, de god van de oogst, de vreugde en de vroegste kunst, wiens levensverhaal een praktische blauwdruk bood voor de oprichting van een tragisch en een komisch theater. Als het gaat over Grieks drama, mogen we niet vergeten dat de vorm daarvan bepaald werd door zijn opkomst. De voorwaarden van het Attische podium vroegen om een waslijst met voorschriften voor de artiestenfoyer en vermaningen voor auteurs, die in later tijden dwaas genoeg werden opgevoerd als richtlijnen voor de toneelkunst, in alle landen. Aldus werd door de Grieken een verzameling wetten overgeleverd die hun nageslacht met kortzichtige wijsheid heeft verheven tot de status van geïnspireerde uitspraken. Verder zeg ik hier niets meer over. Misschien is het een platitude, maar niettemin is het waar: het Griekse drama is letterlijk uitgespeeld. Het heeft zijn goede of slechte werk gedaan en het stond, al was het in goud gegoten, niet op eeuwige pilaren. De herleving van dit drama is niet van theatraal, maar van pedagogisch belang. Zelfs in het eigen kamp is het verdrongen. Toen het te lang had gedijd onder priesterlijk toezicht en in rituele vorm, begon de Arische geest er genoeg van te krijgen. Onvermijdelijk volgde er een reactie; en zoals het klassieke drama was ontstaan uit religie, zo kwam zijn opvolger voort uit een beweging in de literatuur. In deze reactie speelde Engeland een belangrijke rol, want de macht van de Shakespeare-kliek gaf de doodklap aan het drama, dat al op sterven na dood was. Shakespeare was bovenal een literaire kunstenaar; humor, welsprekendheid, een gave voor serafijnse muziek, theatrale instincten – met dat alles was hij rijkelijk gezegend. Het werk waaraan hij zo’n schitterende impuls gaf was van een hoger karakter dan dat wat erna kwam. Het stond ver van louter drama af, het was literatuur in dialoogvorm. Hier moet ik een scheidslijn trekken tussen literatuur en drama.
De menselijke samenleving is de belichaming van onveranderlijke wetten die de grillen en omstandigheden van mannen en vrouwen betreffen en omhullen. Het rijk van de literatuur is het rijk van deze toevallige zeden en temperamenten – een uitgestrekt rijk; en de ware literair kunstenaar houdt zich vooral daarmee bezig. Drama heeft in de eerste plaats te maken met de onderliggende wetten, in al hun naaktheid en goddelijke strengheid, en pas daarna met de bonte stoet personen die eraan gehoorzamen. Als tenminste dat wordt erkend, komen we dichter bij een rationelere en waarachtigere waardering van de dramatische kunst. Als er geen onderscheid wordt gemaakt, is chaos het resultaat. Lyriek doet zich voor als poëtisch drama, psychologische conversatie als literair drama en een traditionele klucht paradeert over het podium onder het mom van komedie.
Beide types drama hebben hun werk gedaan als voorspel tot het groots bedrijf en kunnen worden verwezen naar de afdeling literaire curiosa. Het heeft geen zin om te zeggen dat er geen nieuw drama is, of te beweren dat de verkondiging ervan een hoop lawaai is. De ruimte is beperkt en ik kan hier niet ingaan op deze beweringen. Maar voor mij is het zonneklaar dat het dramatisch drama zijn voorgangers gaat overleven. Hun leven wordt alleen gerekt door zeer bedreven beleid en uiterst zorgvuldig beheer. Over deze Nieuwe School zijn over en weer harde noten gekraakt. De waarheid dringt langzaam tot het publiek door en de aanvoerders staan snel klaar met spot en hoon. Velen van wie de smaak gewend is geraakt aan de oude kost, protesteren piepend tegen een verandering van spijs. Voor hen zijn gewoonte en behoefte de zevende hemel. Luid prijzen zij het karakterloze kabaal van Corneille, evenals de stijfselglans van Trapassi’s godvruchtigheid en de pumblechookiaanse houterigheid van Calderon. Hun infantiele gegoochel met de plot doet ze versteld staan, zo fijnzinnig is het. Dergelijke critici moeten niet serieus genomen worden, maar het zijn koddige figuren! Het is natuurlijk overduidelijk dat de ‘nieuwe’ school ze op hun eigen terrein de baas is. Vergelijk het vakmanschap van Haddon Chambers en Douglas Jerrold, van Sudermann en Lessing. De ‘nieuwe’ school is in deze tak van haar kunst superieur. Deze superioriteit is alleen maar vanzelfsprekend omdat ze in het gezelschap verkeert van werk van oneindig groter kaliber. Zelfs het minste onderdeel bij Wagner – zijn muziek – overstijgt Bellini. Ondanks het protest van deze liefhebbers van het verleden bouwen de metselaars een ruimer en hoger huis voor het Drama, met licht in plaats van somberheid, en wijde poorten in plaats van ophaalbrug en bastion.
Sta mij toe iets uit te leggen aangaande deze grote geestverschijning. Onder drama versta ik het samenspel van hartstochten om de waarheid te verbeelden; drama is strijd, ontwikkeling, beweging, hoe ze zich ook ontvouwen; het bestaat, voordat het vorm krijgt, onafhankelijk; het wordt bepaald maar niet beheerst door zijn decor. Met de nodige fantasie zou je kunnen zeggen dat zodra er mannen en vrouwen op aarde kwamen, er een geest boven en rond hen hing waarvan zij zich vaag bewust waren, die zij in diepere intimiteit in hun midden lieten verblijven en naar wiens waarheid zij in latere tijden verlangend op zoek gingen om er de hand op te kunnen leggen. Want deze geest is als de rondzwervende lucht, weinig vatbaar voor verandering, en verdween nooit uit hun blikveld, zal daaruit nooit verdwijnen, tot de hemel is weggeweken als een boekrol die toegerold wordt. Soms heeft het er de schijn van dat de geest verblijf heeft gevonden in deze of gene vorm – maar plotseling wordt hij onheus bejegend, is hij vertrokken en staat zijn verblijf leeg. Hij heeft, het laat zich raden, een enigszins elfachtig karakter; het is een nixe, een echte Ariel. We moeten dus een onderscheid maken tussen hem en zijn huis. Een idyllische schildering, of een omgeving met hooibergen, maakt nog geen herdersspel, evenmin als grootspraak en preken bouwstenen zijn voor een tragedie. En ook zijn rust noch vulgariteit voorafschaduwingen van drama. Hoe ingehouden van toon de hartstochten ook zijn, hoe goed de handeling ook is opgebouwd en hoe alledaags de taal ook is, indien een toneelstuk, een muziekwerk of een schilderij onze eeuwige hoop, begeerte en haat verbeeldt, of een symbolische voorstelling biedt van onze wijdvertakte aard, ook al is het een fase van die aard, dan is het drama. Ik zal hier niet spreken over zijn vele vormen. In elke vorm die er niet geschikt voor was, heeft het een uitbraak gehad, zoals toen de eerste beeldhouwer de voeten scheidde. Moraliteit, mysterie, pantomime, opera heeft het allemaal gezwind doorlopen en afgedankt. Zijn eigen vorm ‘het drama’ is nog steeds intact. ‘Menige kaars, al valt er een, blijft op het Hoogaltaar.’
De vorm die het aanneemt, om het even welke, mag nooit opgelegd of conventioneel zijn. In de literatuur zijn conventies geoorloofd, want literatuur is een betrekkelijk lage kunstvorm. Literatuur wordt in leven gehouden door versterkende middelen, zij gedijt bij conventies in alle menselijke betrekkingen, in alle werkelijkheid. Drama zal voor de toekomst op voet van oorlog staan met de conventie, als het zichzelf werkelijk wil verwezenlijken. Als je een helder beeld hebt van het lichaam van het drama, dan is het duidelijk welk kleed daarbij past. Drama met zo’n oprecht en bewonderenswaardig karakter zal onvermijdelijk ieders hart uit het spectaculaire en theatrale halen, omdat in elk aspect ervan waarheid en vrijheid doorklinken. Wat te doen, zouden we ons met Tolstoj kunnen afvragen. Allereerst ons hoofd bevrijden van huichelarij, en de leugens veranderen waaraan wij onze steun hebben verleend. Laten wij kritiseren als vrije mensen, als een vrij ras, zonder ons te bekommeren om klap of cliché. Volgens mij is het Volk daartoe in staat. Securus judicat orbis terrarum is een niet te hoog gegrepen motto voor ieder menselijk kunstwerk. Laten wij de zwakkeren niet kleineren, laten wij met een verdraagzame glimlach luisteren naar de muffe uitspraken van die ongeëvenaarde tragikomische figuren – de ‘litterateurs’. Als er in de toneelwereld gezond wordt nagedacht, zal worden aanvaard wat nu de overtuiging is van enkelen, zal er lovend, boven elke discussie verheven worden geschreven over de respectievelijke kwaliteiten van Macbeth en Bouwmeester Solness. Een aforistische criticus uit de dertigste eeuw zal wellicht kunnen zeggen dat er tussen hem en deze twee een grote kloof is gedicht.
Er zijn een paar gewichtige waarheden waar we niet omheen kunnen in de betrekkingen tussen drama en de kunstenaar. Drama is in wezen een gemeenschappelijke kunst met een uitgestrekt domein. Het toneeldrama – zijn meest geschikte voertuig vooronderstelt bijna een publiek, afkomstig uit alle klassen. In een kunstminnende en kunst producerende samenleving zou drama vanzelfsprekend zijn plaats innemen aan het hoofd van alle artistieke instellingen. Drama is bovendien zo onbedwingbaar, zo onbetwistbaar van aard dat het in zijn hoogste uitingsvormen kritiek bijna overstijgt. Het is bijvoorbeeld bijna niet mogelijk De wilde eend te bekritiseren; je kunt er alleen op zitten broeden, zoals je zit te broeden op persoonlijke rampspoed. In het geval van al het latere werk van Ibsen grenst dramatische kritiek die de naam verdient aan impertinentie. In elke andere kunst gelden persoonlijkheid, handschrift, gevoel voor het plaatselijke, als versiering, als extra charmes. Maar hier geeft de kunstenaar zijn eigen persoon op en staat als middelaar van een vreselijke waarheid voor het gesluierde gezicht van God.
Als u mij vraagt wat de aanleiding is voor drama of wat het sowieso noodzakelijk maakt, dan zeg ik Noodzaak. Het is puur dierlijk instinct, toegepast op de geest. Los van zijn verlangen, dat zo oud is als de wereld, om voorbij de brandende bolwerken te komen, heeft de mens ook een verlangen maker en vormer te worden. Dat is de noodzaak van alle kunst. Drama is wederom van alle kunsten het minst afhankelijk van zijn materiaal. Als de voorraad vormbare aarde of steen uitgeput raakt, behoort de beeldhouwkunst tot het verleden; als er geen plantaardige pigmenten meer worden geproduceerd, is het gedaan met de schilderkunst. Maar of er nu marmer of verf is of niet, het kunstmateriaal voor drama is er altijd. Ik denk ook dat drama spontaan voortkomt uit het leven en even oud is. Ieder ras heeft zijn eigen mythes en daarin heeft het vroege drama vaak een uitlaatklep gevonden. De auteur van Parsifal heeft dit ingezien en daarom is zijn werk rotsvast. Als de mythe de grens over gaat en binnendringt in de tempel van de eredienst, zijn de mogelijkheden voor zijn drama aanmerkelijk ingeperkt. Maar zelfs dan vecht het drama zich terug naar zijn rechtmatige plaats, tot groot ongenoegen van de duffe goegemeente.

[...]

 

Copyright vertaling en aantekeningen © Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes / Athenaeum—Polak & Van Gennep

MINDBOOKSATH : athenaeum