Leesfragment: Adres onbekend

21 juli 2019 , door Susin Nielsen
|

Susin Nielsens Adres onbekend, vertaald door Lydia Meeder en Barbara Zuurbier, is een van de Zomerboeken van Athenaeum Haarlem. Tijd voor een fragment!

Felix woont met zijn moeder Astrid en zijn rat Horatio in een camperbusje. Niet voor altijd, alleen voor de zomer, terwijl Astrid een baan zoekt. Maar de maanden verstrijken en zijn nieuwe middelbare school begint. Felix mag niemand laten merken dat hij geen echt dak boven zijn hoofd heeft, anders zal jeugdzorg hem bij zijn moeder weghalen. Gelukkig maakt hij al snel een paar goede vrienden – onder wie de razende schoolreporter Winnie Wu – maar ook zij mogen niet weten waar hij woont.

Dan krijgt Felix een plan dat al hun problemen op moet lossen: hij wil meedoen aan zijn favoriete televisieshow Wie, Wat, Waar, Wanneer, én winnen natuurlijk, want dan krijgt hij veel geld. Gelukkig heeft Felix een merkwaardig stel hersens dat vol zit met rare feitjes. Maar zal het hem lukken om mee te doen? En kan hij zijn geheim bewaren? Want de leugens stapelen zich op…

 

Uit: Susin Nielsen, Adres onbekend

27 november, 00.05 uur

Mijn been wipte op en neer. Ik verlegde mijn gewicht van de ene naar de andere bil. Mijn handpalmen waren vochtig en mijn hart bonkte. ‘Ik ben nog nooit eerder verhoord.’
‘Dit is geen verhoor, Felix. We maken alleen een praatje.’
‘Neemt u het op?’
‘Waarom zou ik dat doen?’
‘Zo gaat het op tv altijd.’
‘We zijn niet op tv.’
De kou van de metalen stoel sijpelde door mijn pyjamabroek. ‘Kijken politiemensen ook naar politieseries?’
‘Natuurlijk.’
‘Maar is dat dan niet zoiets als je werk mee naar huis nemen?’
Agent Lee glimlachte. Ze had heel rechte tanden. Mijn kac, of Krachtige Antenne Capaciteit, registreerde dat ze was opgegroeid in een middenklassengezin, waar ze zich een orthodontist konden permitteren. Mijn kac registreerde ook dat ze zich niet druk maakte om een calorietje meer of minder; de knopen van haar uniform stonden op knappen. ‘Niet echt, hoor,’ antwoordde ze. ‘Voor ons is het ook gewoon ontspanning. En we mogen lekker schelden naar de tv als ze iets doen wat totaal niet klopt.’
‘Zoals wat?’
‘Zoals dit soort gesprekken opnemen. We nemen gesprekken alleen op als iemand van een misdrijf wordt beschuldigd of verdacht.’
‘Neemt u Astrid wel op?’
‘Daar kan ik niet op ingaan.’
Oei. Ik huil bijna nooit, maar plotseling was ik bang dat ik in tranen zou uitbarsten, pal tegenover een agent. Ze moet het gemerkt hebben, want ze voegde eraan toe: ‘Het lijkt me hoogst onwaarschijnlijk.’ Ik ademde in. Ik ademde uit. Ik ging rechtop zitten. Ik probeerde kalm en beheerst over te komen, ook al wist ik dat mijn blonde krullen alle kanten op stonden, want tot het moment waarop het allemaal zo vreselijk in het honderd was gelopen, had ik diep liggen slapen. Bovendien had ik mijn prehistorische Minions-pyjama aan, kinderachtig en veel te krap. Agent Lee en haar collega hadden ons geen tijd gegeven om ons om te kleden. ‘Ik wil graag mijn advocaat bellen,’ zei ik.
‘Laat me raden – dat heb je ook van de tv.’
‘Ja.’
‘Heb je dan een advocaat?’
‘Nee. Maar volgens de wet moet ik er een toegewezen krijgen, toch?’
‘Alleen heb je geen advocaat nodig. Je hebt niets verkeerd gedaan.’
‘Dus ik mag gewoon weg?’
‘In wezen wel. Maar waar zou je dan naartoe gaan?’
Ik dacht aan Dylan. Aan Winnie. Toen herinnerde ik me weer dat ik tegen ze had gezegd dat ik ze nooit meer wilde zien. ‘Wanneer zijn ze klaar met Astrid?’
‘Het duurt vast niet lang meer.’ Ze staarde me aan, klikte het knopje van haar pen in en uit, in en uit. ‘Mag ik vragen waarom je haar niet “mama” noemt?’
‘Dat vindt ze te hiërarchisch.’ Voor de honderdste keer speurde ik de immense zaal af, met heel veel bureaus en heel weinig mensen. Voor de honderdste keer zag ik Astrid nergens.
Het komt wel in orde, gedachteseinde ik naar haar, want ze beweert dat ze al mijn signalen opvangt. Tegenwoordig geloof ik daar niet meer in, maar onder de omstandigheden was het een poging waard. ‘Voor alle duidelijkheid,’ zei ik tegen agent Lee, ‘Astrid is een prima moeder.’
‘Fijn om te weten.’ Ze tikte iets in op haar toetsenbord. ‘Ik ga je een paar vragen stellen, oké?’
‘Oké.’
‘Eerst maar eens je volledige naam.’
‘Felix Fredrik Knutsson.’
Ze voerde het in op de computer. ‘Leeftijd?’
‘Dertien. Nou ja, bijna. Twaalf en driekwart.’
‘Volledige naam van je moeder?’
‘Astrid Anna Knutsson.’
‘Je adres?’
Ik keek naar mijn rubberlaarzen. Ik had ze over mijn blote voeten aangetrokken; voor het zoeken van sokken hadden we ook geen tijd gehad.
Agent Lee boog zich naar me toe. Haar schouders hingen naar voren, ze had geen goede houding. ‘Toen we vanavond op je melding afkwamen, Felix, leek het erop dat jullie daar allebei woonden.’
O, wat verlangde ik naar mijn moeder. Zij had vast wel een geloofwaardige verklaring kunnen geven. Maar ik ben niet zoals zij. Ik ben geen geboren waarheidsverdraaier.
Dus ik bleef naar de grond staren.
Agent Lee tikte iets in, ook al had ik geen woord gezegd.
‘Felix,’ zei ze zachtjes, ‘vertel me maar gewoon wat je dwarszit…’
‘Ik heb honger.’
‘Ach natuurlijk, dat had ik moeten vragen.’ Ze duwde zich omhoog en sjorde haar broek over haar buik. ‘Het aanbod is beperkt tot snacks uit de automaat. Hopelijk is dat oké. Ergens allergisch voor? Bepaalde voorkeuren?’
‘Nergens allergisch voor. Geen voorkeuren. Al ben ik gek op alles met kaassmaak.’
Agent Lee verdween de grote zaal in. Ik speurde om me heen. Er waren maar twee agenten; de een bladerde door Popular Mechanics, de andere zat te dommelen.
Ik draaide het computerscherm van agent Lee naar me toe.
Het was een officieel uitziend verslag.

Naam: Felix Fredrik Knutsson
Leeftijd: 12
Ouder/voogd: Astrid Anna Knutsson
Adres: zvwovp

Ik ben behoorlijk bedreven in het uitvogelen van afkortingen, en binnen de context was het vrijwel meteen helder waar deze letters voor stonden.
Zonder vaste woon- of verblijfplaats.

[...]

© Nederlandse vertaling: Lydia Meeder & Barbara Zuurbier 2019
Copyright © Susin Nielsen 2018

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum