Leesfragment: Amen

10 oktober 2019 , door Marcel Möring
|

Nu in de winkel: de nieuwe Marcel Möring, Amen. Lees bij ons de eerste pagina's!

Samuel Hagenau doet opgravingen op het terrein van Kamp Westerbork. Op de dag waarop zijn ex-vrouw meldt dat ze nog een keer langskomt voor haar laatste spullen, wandelt hij het bos in om zijn gedachten te ordenen. Nauwelijks op weg vindt hij een uitgebrande auto en onder die wagen een verkoold lichaam. Het zijn de gecremeerde resten van een ex-raf-lid, een van het drietal dat zich al jaren verborgen houdt in het noorden van het land.

Amen is Marcel Mörings meest persoonlijke boek. Een nietsontziend onderzoek naar wat we liefde noemen, hoe het begint en hoe het eindigt, hoe we leven in het verhaal dat we onszelf daarover vertellen. Het is een koortsachtige roman over seks, archeologie, herinnering, de raf, de eenzame wolf die steeds weer opduikt in het noorden en een buurmeisje dat tijdens een vakantie in de jaren zestig verdween.

N.B. Eerder publiceerden wij voor uit zijn roman Eden en Louteringsberg en zijn essaybundel De hele wereld.

 

1

Dat er een begin is dat begint en een einde dat eindigt en dat het einde begint en het begin eindigt en dat het tij van de tijd aanspoelt en zich terugtrekt en het wrakhout achterlaat van wat was kom zaterdag de laatste doos halen oké? en jij die zegt dat dat oké is, dat alles oké is, jij bent oké, ik ben oké, dat je weg bent is oké, dat ik het niet snap is oké, het is oké dat het einde hier begint of het begin hier eindigt, er is helemaal niets dat niet oké is, oké scheelt een boel gelul waar we niets mee opschieten, want er verandert nooit iets, tussen ons niet, de wereld niet, de geschiedenis niet, alles stroomt en je kunt er alleen maar naar kijken en denken: alles stroomt. Dat, als we het over beginnen hebben, als er een begin moet zijn, dat je alleen wilde zijn, maakt niet uit waar, dat je het bos in liep maar eigenlijk nergens heen ging, dat je (wat is het woord?) liep om te lopen en aan die laatste doos dacht en wat daarin zat en waarom je er eigenlijk niet in had gekeken terwijl die doos al weken, maanden in de gang stond, dat je je afvroeg of die doos een symbool was (voor wat?) en wat het betekende dat je er niet in had gekeken, dat je er steeds maar langs was gelopen en dat je hem niet eens had gezien, of misschien wel gezien, maar zoals je een stoel ziet, een gordijn, de dingen die er zijn omdat ze er zijn, de dingen die geen betekenis hebben tot je ernaar kijkt en er ineens over na gaat denken en dat je pas over die doos na begon te denken… een symbool, omdat je er ook niet achter was gekomen wat er in háár zat, wie zij was, wat zij was, laat staan waarom ze bij je was, niet dat je dat niet hebt geprobeerd, god weet dat je dat hebt geprobeerd, dat je hebt geprobeerd om in haar te kijken, om haar te leren kennen, werkelijk te leren kennen, en dat je dat nog steeds zou doen, dat je daar niet mee zou zijn opgehouden als ze niet uit het niets had gezegd dat ze wegging en alleen nog een keer terugkwam toen je niet thuis was en haar spullen ophaalde, behalve de ene doos die ze… en wat als ik nou eens een keer had gezegd dat het niet oké was, Joyce, wat als ik had gezegd ben je nou godverdomme helemaal belazerd om niet te zeggen hé er staat nog een doos bij jou is het goed als ik die kom halen en wanneer zou jou dat schikken? Dat je dus begint te lopen, het bos in, want hier is niets dan bos (en heide en moeras, laten we de heide en het moeras niet vergeten), en je loopt en je loopt, de ene voet voor de andere, de andere voor de ene (a poor lonesome cowboy) en je loopt en je loopt, het maakt niet uit, alles is oké, alles is prima, en na een tijdje weet je niet eens meer waar je bent en hoe je hier bent gekomen, op dit punt in het leven, in jouw geschiedenis als mens, Deze Korte Opflakkering Tussen De Duisternis Waaruit Je Kwam En De Duisternis Die Je Wacht, op deze plek waar het bos ophoudt en de leegte zich ontvouwt, een weerbarstig en sober natuurgebied, net als Joyce, op een stugge manier aantrekkelijk, net als Joyce, waarmee je bedoelt dat je geen hoogte van haar kon krijgen en niets liever wilde dan dat, bijvoorbeeld: als jullie het deden (wat is het woord?) dat het dan soms was alsof je niets in je armen had, een amandelogige schone met een gezicht als de maan en heur borsten als lammeren die onder de leliën weiden, ogen als bedauwde druiven en een mond van honing, een droom die zich in jouw armen vlijt en je doet vergeten wat het is, het leven (deze korte opflakkering enzovoort), de wereld, jullie, dat wil zeggen wat jij bent en wat zij is, dat er geen verschil meer is tussen haar en jou, dat je niet meer weet waar zij begint en jij eindigt, zij in jouw armen, jij in haar armen en je beweegt en de wereld beweegt …under us all moved, and moved us, gently, up and down, and from side to side… en plotseling, als het moment daar is waarop twee ophouden te bestaan en op het punt staan één te worden, daar lost ze op en ineens is er de leegte en het besef van wat je aan het doen bent, dat je op een ander mens ligt, dat je een kluwen van ledematen bent, een worsteling, kussens die zich ermee bemoeien, lakens die je benen grijpen, de radio van de buren …is het lang geleden, is het lang geleden… jouw geknikte pols, haar lege ogen, haar in het niets starende ogen, of misschien kijken ze juist naar binnen, naar een plek daar in haar diepste binnenste, een plek waar jij niet kunt komen maar waar je wilt zijn, want je wilt weten wie zij is, wie dat is die hier in jouw armen ligt en dit doet met jou maar ook heel erg zonder jou en je zegt waar denk je aan? en zij zegt nergens aan en dat kun je je niet voorstellen, want je bent versmolten tot een Griekse beeldengroep van lust en verlangen en begeerte en dan moet er toch iets zijn als wat wil ik van hem/haar, wat wil zij/hij van mij, wat ben ik voor haar/hem en wat is hij/zij voor mij, dus je vraagt wat ze voelt als ze nergens aan denkt lust, woede, vreugde, geilheid, weet ik veel en ze zegt geilheid, denk ik en je denkt denk ik? want geilheid is niet vaag, geilheid is duidelijk, als er iets duidelijk is dan geilheid, je zegt wat voel je dan als we vrijen? (wat is het woord?) en zij die haar wenkbrauwen fronst, want Joyce houdt er niet van om over deze dingen te praten – je hebt haar ooit gevraagd wat haar fantasieën waren en het heeft drie jaar geduurd voor daar een soort antwoord op kwam en dat was niet zozeer een fantasie als wel een plan van aanpak – hoe het was als jullie het deden, dat vroeg je, en ze zei zoiets als nou, gewoon en je denkt gewoon? gewoon dat is als een katholiek die de heilige communie omschrijft als ‘een stukje brood en een slok wijn’.
Misschien is dat het: dat jij communie wilde en zij brood en wijn.
Dat er dus een einde was dat begon en een begin dat eindigde en dat je niet wist dat het eindigde, dat het begon te eindigen, dat wil zeggen: die avond, vijf maanden geleden, mei, zij op de bank tegenover je, het zinkende licht van de avond achter haar, en zij die zegt dat ze niet gelukkig is en jij die vraagt wat ze daarmee bedoelt en ze wendt haar gezicht af, een stilte van lood (This boat is sinking…).
Je bent de Boeddha en je zit in de kamer en luistert naar de geluiden van de wereld en de wereld zegt: dit loopt niet goed af.
‘Joyce,’ zeg je, ‘geluk is niet zoiets als het weer, het is niet iets dat je overkomt, het is een verantwoordelijkheid, je bent verantwoordelijk voor je geluk, voor dat van je geliefden, voor het geluk in je relatie, je kunt het niet afdwingen, maar je kunt er ook niet op zitten wachten.’
Of je niet een beetje medeleven kunt tonen.
Medeleven.
My fucking middle name.

[...]

 

Copyright © 2019 Marcel Möring

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum