Leesfragment: Aspecten van het nieuwe rechts-radicalisme

25 november 2019 , door Theodor W. Adorno
| |

Deze week verschijnt Adorno's Aspecten van het nieuwe rechts-radicalisme. Een voordracht, in de vertaling van Mark Wildschut. Dinsdag 3 december wordt er een avond in De Rode Hoed aan gewijd met Daan Roovers, Thijs Lijster en Nikki Sterkenburg. Vandaag publiceren we voor.

Op 6 april 1967 hield Theodor W. Adorno een voordracht aan de universiteit van Wenen. Naar aanleiding van het succes van de Nationaldemokratische Partei Deutschlands (NPD) analyseerde hij hierin de doelen, middelen en tactieken van het nieuwe rechts-radicalisme. Hij vergeleek die stroming met het nazifascisme en probeerde te achterhalen waarom rechts-radicale bewegingen zoveel weerklank vonden, slechts twintig jaar na de oorlog. Voor de hedendaagse lezer heeft Adorno’s analyse een verbijsterende actualiteit: er kunnen parallellen worden getrokken tussen de jaren 1940, 1960 en de huidige opkomst van rechts-radicale bewegingen en partijen.

 

Ja, zeer geëerde dames en heren,

In deze voordracht wil ik u niet een theorie van het rechts-radicalisme voorleggen, laat staan aanspraak maken op volledigheid, maar proberen om in losse opmerkingen een paar dingen naar voren te brengen die u misschien niet allemaal even helder voor de geest staan. Ik wil daarmee dus geen andere theoretische interpretaties ontkrachten, ik wil gewoon proberen om dat wat men hierover zoal denkt en weet een beetje aan te vullen. In 1959 heb ik een voordracht gehouden onder de titel, ‘Wat betekent: verwerking van het verleden?’ Hierin heb ik de these ontwikkeld dat het rechts-radicalisme – of een potentieel rechts-radicalisme, want het rechts-radicalisme was destijds immers eigenlijk nog niet zichtbaar – zijn verklaring vindt in het feit dat de maatschappelijke voorwaarden voor het fascisme nog altijd aanwezig zijn. Ik wil er dus van uitgaan, dames en heren, dat de voorwaarden voor het ontstaan van fascistische bewegingen ondanks de ineenstorting ervan maatschappelijk […] nog steeds bestaan. Daarbij denk ik allereerst aan de nog altijd heersende concentratietendens van het kapitaal, een tendens die men weliswaar door alle mogelijke statistische trucs kan verdoezelen, maar waar nauwelijks serieuze twijfel over bestaat. […]
Welnu, de overgang naar het socialisme, of al is het maar, bescheidener uitgedrukt, naar socialistische organisaties, ligt voor deze groeperingen van oudsher uiterst moeilijk en is vandaag de dag, althans in Duitsland – en mijn ervaringen hebben natuurlijk in eerste instantie betrekking op Duitsland –, nog veel moeilijker dan voorheen. Dit komt vooral doordat de SPD, de Sociaaldemocratische Partij van Duitsland, wordt geïdentificeerd met een keynesianisme, een keynesiaans liberalisme […]. Ik herinner aan het eenvoudige feit van de sluipende maar toch duidelijk merkbare inflatie […] en verder herinner ik aan een these die ik ook in die voordracht van acht jaar geleden heb ontwikkeld en die inmiddels steeds actueler begint te worden, namelijk dat ondanks de volledige werkgelegenheid en ondanks alle symptomen van voorspoed het spook van werkloosheid door technologische ontwikkelingen nog altijd rondwaart. […]Daar komt natuurlijk nog de angst voor het Oosten bij, zowel vanwege de lagere levensstandaard daar als vanwege de onvrijheid, die toch direct en zeer reëel door mensen wordt ervaren, ook door de massa, en voorts, in elk geval tot voor kort, het gevoel van dreiging die uitgaat van de buitenlandse politiek.
In dit verband moeten we herinneren aan het probleem van het nationalisme en aan de merkwaardige situatie waarin dit zich bevindt in het tijdperk van de grote machtsblokken. Binnen die blokken leeft het nationalisme namelijk voort als het orgaan van collectieve belangenbehartiging voor bepaalde groeperingen. Het staat buiten kijf dat er zowel sociaalpsychologisch als in realiteit een breed gedeelde angst bestaat om in die blokken op te gaan en daar ook in materieel opzicht veel nadeel van te ondervinden. Dus voor zover het bijvoorbeeld om het agrarische potentieel van het rechts-radicalisme gaat, zit de angst voor de EEG en de consequenties van de EEG voor de agrarische markt er ongetwijfeld diep in.
Maar tegelijkertijd – en daarmee raak ik aan het antagonistische karakter dat het nieuwe nationalisme of rechts-radicalisme aankleeft – heeft dit nationalisme met het oog op de verdeling van de huidige wereld in een paar reusachtige machtsblokken, waarin de afzonderlijke naties en staten eigenlijk alleen nog een ondergeschikte rol spelen, iets fictiefs. Eigenlijk gelooft niemand er meer echt in. Door de integratie in de grote machtsblokken is elke afzonderlijke natie sterk in haar bewegingsvrijheid beperkt. Daaruit moet men echter vooral niet de primitieve conclusie trekken dat het nationalisme, omdat het achterhaald zou zijn, geen beslissende rol meer speelt. Integendeel, het is immers maar al te vaak zo dat overtuigingen en ideologieën, juist als ze door de objectieve situatie in feite geen substantiële rol meer spelen, hun demonische, waarlijk vernietigende vorm aannemen.

[...]

Men dient deze bewegingen niet te onderschatten vanwege hun lage intellectuele niveau en vanwege hun theoretische armoede. Ik geloof dat het van een volslagen gebrek aan politiek inzicht zou getuigen als men denkt dat ze daarom tot mislukken gedoemd zijn. Typerend voor deze bewegingen is eerder de uitzonderlijke perfectionering van middelen en dan op de eerste plaats de propagandistische middelen in ruime zin, in combinatie met blindheid of zelfs onbegrijpelijkheid van de doelen die daarbij worden nagestreefd. En ik geloof dat juist die combinatie van rationele middelen en irrationele doelen, als ik het een keer zo beknopt mag uitdrukken, in zekere zin beantwoordt aan de algehele civilisatorische tendens, die immers over het algemeen op zo’n perfectie van technieken en middelen uitloopt, terwijl het algehele maatschappelijke doel daarbij eigenlijk uit zicht verdwijnt. Het geniale van de propaganda is dat ze bij deze partijen en deze bewegingen het verschil, het onbetwijfelbare verschil tussen de reële belangen en de voorgespiegelde valse doeleinden opheft. Ze is, zoals destijds bij de nazi’s, de substantie van de zaak zelf.

[...]

Aan de andere kant, dames en heren, moet men de verschillen met de periode van de Weimarrepubliek natuurlijk ten sterkste benadrukken, wil men niet weer schematisch in analogieën denken. Allereerst moet hier de nawerking van de nederlaag worden genoemd. Deze nederlaag werd evenwel toegedekt door de periode van voorspoed. En daar kan voor het verweer tegen deze zaken beslist bij worden aangehaakt. Men doet er beter aan niet meteen met een ethisch appèl, een appèl aan de humaniteit op de proppen te komen, want alleen al het woord ‘humaniteit’ en alles wat daarmee samenhangt, maakt de mensen om wie het gaat witheet, wekt de indruk van angst en zwakheid.

[...]

Een ander verschil waaraan hier herinnerd moet worden, betreft de politieke vervlechting. Duitsland is vandaag de dag zelfs in potentie beslist geen politiek subject meer in de zin waarin het dat ten tijde van de Weimarrepubliek is geweest. […] Enerzijds betekent dit dat een dergelijke politiek in realiteit binnen de perken blijft, behalve als het rechts-radicalisme ook in andere en veel machtigere landen ingang zou vinden. Maar anderzijds wekt dat juist woede op. En die woede zou dan vooral gekoeld kunnen worden op wat men wel als de ‘culturele sector’ pleegt aan te merken. […] Je hebt daar een hele reeks gedoodverfde vijanden. Hierbij hoort bijvoorbeeld het imago van de communist.

[...]

Bijzonder gehaat, echte bêtes noires – vooral zolang men niet openlijk antisemitisch kan zijn en zolang men de Joden ook niet kan ombrengen, aangezien dat al is gebeurd – zijn natuurlijk de intellectuelen. De term ‘linkse intellectueel’ behoort immers eveneens tot deze schrikwoorden. Daarbij wordt allereerst geappelleerd aan het Duitse wantrouwen tegen wie geen ambt bekleedt, wie geen vaste baan heeft, wie zogezegd als een vagant in het leven wordt gezien, als een ‘luchtmens’, zoals zo iemand vroeger in Polen werd genoemd.

[…]

 

 

MINDBOOKSATH : athenaeum