Leesfragment: De Revisor 24

15 december 2019 , door Ivo Victoria
| |

16 december verschijnt De Revisor 24, 'Huid'. Wij publiceren Ivo Victoria's stuk 'Blubberbuikje'!

Deze Revisor onderzoekt fysiek proza en zintuiglijke poëzie. Worden tijdens het lezen je hersenen aan het werk gezet of je buik? Krijg je kippenvel? Vanzelfsprekend horen je hersenen bij je lijf en zijn gedachten ergens ook fysiek. Alle elektriciteit in je bovenkamer kan gezien worden als lichamelijk. Maar de ultieme fysieke leeservaring is gevoel, en dat proberen de bijdragen van Ivo Victoria, Jorik Amit Galama, Eva Meijer, Joost Oomen, Daan Borrel, Lesley Nneka Arimah, Wytske Versteeg, Rodrigo Rojas, Jan-Willem Anker, Maureen Ghazal, B. Zwaal en Dorien de Wit los te maken. Lees ze, voel het.

N.B. We publiceren heel regelmatig voor uit Revisor op Athenaeum.nl. Bekijk het overzicht en lees bijdragen van Merijn de Boer, Dominique De Groen, Mirjam van Hengel, Sanneke van Hassel, Marja Pruis, Bert Natter, Lisa Weeda, Marente de Moor, Leen de Graeve, Maartje Wortel, Cat Calcoen, Jan van Mersbergen, Thomas Möhlmann en Bart Koubaa. Van Ivo Victoria brachten we fragmenten uit Billie & SebGelukkig zijn we machteloos, en Dieven van vuur.

 

Blubberbuikje

Het is nog vroeg wanneer Louis Stevens de ogen opent en zich moeizaam opricht in het krappe bed waarin zijn vrouw en hij slapen. Ook vandaag is hij bezweet en voelt hij zich vuil. Het hoeslaken is doorweekt. Het plastic matras absorbeert geen vocht. Het is bestemd voor de lijven van passanten, de talloze vakantiegangers die deze camper hebben gehuurd of in de toekomst zullen huren en wier lichaamssappen eenvoudig met een doek en wat schoonmaakmiddel verwijderd kunnen worden.
Buiten is de wind gaan liggen, binnen ontwaart hij de contouren van het camperinterieur. Het tafeltje waaraan de meisjes zitten wanneer ze rijden, de koelkast die zachtjes zoemt, het kleine aanrecht waarop de afwas van gisteren staat uit te lekken. Boven de chauffeurscabine liggen twee engeltjes in hun hoogslaper te dromen.
Hij schuifelt op zijn kont naar de rand van het bed. Zijn vrouw kreunt. Haar ogen dicht, haar mond open, het laken half teruggeslagen. Hij bestudeert haar naakte bovenlichaam en denkt aan wat hun jongste dochter gisteren heeft gezegd over het 'blubberbuikje' van mama toen ze bij het water zaten. Ooit was hij dol op dat buikje. Soms, bij het juiste schemerlicht, doet haar lichaam hem denken aan wie ze ooit waren, samen. De voorbije maanden heeft hij vaak gedacht dat er een manier moest bestaan om het allemaal in dankbaarheid achter zich te kunnen laten.

Ze kamperen aan Lone Rock Beach, Lake Powell. Een machtig reservoir van de Colorado River, omringd door kale rotsen, die op de een of andere manier toch leven uitstralen – of is het Louis die, meer dan ooit tevoren, leeft? Al weken rijden ze in die camper door het westen van Amerika. Yosemite National Park, Arches, Las Vegas, Bryce Canyon. Zijn vrouw heeft het gezin van bezienswaardigheid naar bezienswaardigheid gesleept, gewapend met folders en wandelroutes en de verbetenheid van wie jarenlang van een trip als deze heeft gedroomd, en tot op het laatste moment bang is geweest dat iemand – hij – die droom uit haar handen zou slaan. Zelf had hij de reis als zijn afscheidstournee gezien. Maar de laatste dagen weet hij niet zeker meer van wie of wat hij afscheid wil nemen. Gisteren bezochten ze de Horseshoe Bend, de legendarische haarspeldbocht die de Colorado River maakt ter hoogte van Page, Arizona. Staand boven op een klif van zo’n dertienhonderd meter hoog, vergaapten ze zich aan hoe het water door het land sneed. Ze maakten gezinsselfies met de afgrond op de achtergrond. Veel mensen krijgen de neiging te springen wanneer ze zich op een grote hoogte bevinden. Zelf heeft Louis Stevens steeds vaker de neiging om iemand te duwen.
Hij stapt de camper uit en wandelt tot aan het water. In het midden van het meer staat de Lone Rock zelve, precies zo groot en onverzettelijk als je van een eenzame rots mag verwachten. Het water bewegingloos en stil, als een glasplaat. Langzaam kruipt de zon tevoorschijn en een vreemd, rozig licht verspreidt zich over het meer en het lange lint van campers en trailers dat langs de oever staat geparkeerd. Geen levende ziel te bekennen, behalve een oude raaf die op een meter van hem rondscharrelt. Je ziet ze overal in deze streek. Enorme, pekzwarte raven, krassend en krijsend, de bek altijd wijd open, ook wanneer ze vliegen. Dit exemplaar kijkt hem rustig aan en zwijgt.

Later die dag installeert het gezin Stevens zich in het zand, aan een eivormige zijtak van het meer; hun eigen privélagune. Ideaal voor de meisjes, die er onmiddellijk in springen. Louis’ vrouw leest een boek, en wanneer ze zich uitstrekt en aanstalten maakt om ook te gaan zwemmen, zegt die kleine het opnieuw. Blubberbuikje. Ze lachen erom.
Een meter of twintig verderop spreiden een man en twee vrouwen hun handdoeken uit. De man moet een jaar of veertig zijn. Een slank, gespierd lichaam, zonnebruin, een lichaam zoals Louis er ook een had kunnen hebben indien hij als twintiger naar de sportschool was gegaan – dat was in die tijd nog niet in de mode. Korte haren, met gel rechtop gezet en paars geverfd. Een hoekige, groene zonnebril. De twee dames die hem vergezellen kunnen geen van beiden veel ouder dan 25 zijn. Klassieke Amerikaanse babes, met een curvy lichaam – zoals ze dat in onlinepornovideo’s noemen – en lange haren waarvan ze allebei precies weten hoe ze die op aanlokkelijke wijze dienen op te schudden: met beide handen woelend ter hoogte van hun nek, waarna ze het hoofd schudden, hun armen de lucht in strekken, hun ruggen hol trekken, hun bilspieren aanspannen en hun borsten steviger en groter lijken dan ze in werkelijkheid zijn. Het duurt niet lang of de donkerharige dame begint allerlei poses aan te nemen terwijl de blonde haar fotografeert met haar telefoon. Louis heeft het tafereel deze zomer al een aantal keer gezien. Urenlang kunnen jongedames ermee in de weer zijn, totdat er eindelijk een beeld gemaakt is dat geschikt wordt geacht voor de roemruchte socials. De man met het paarse haar geeft instructies. Af en toe kruist zijn blik die van hem en dan kijkt Louis snel weg.
Na een tijdje begint de man met het paarse haar met beide handen nat zand uit het water te scheppen. Daarmee smeert hij de donkere dame in. Eerst haar benen, daarna haar buik. De dame draait zich met de rug naar Louis’ nietsvermoedende, spelende dochters in het water toe en maakt haar bikini los – de man met het paarse haar smeert haar borsten in. Hij neemt de tijd. Smeert en kneedt en streelt. Zet dan een paar stappen achteruit om het resultaat te bewonderen, als een kunstenaar, terwijl het blonde meisje foto’s blijft maken, die ze samen bekijken. Wan- neer het gewenste resultaat is bereikt, stapt de man naar voren en omhelst het donkerharige meisje, dat haar borsten tegen zijn borstkas aan wrijft, en hem in de nek zoent terwijl de blonde giechelend toekijkt.

Die nacht is het nog warmer in de camper dan de nacht ervoor. Meermaals wordt Louis wakker, staat op, kijkt door het raam, staart naar het donkere water en de Lone Rock in het midden van het meer. Denkt aan de voorbije maanden, de wilde, nachtelijke uitbarstingen van romantiek, de jongedames die hem plots interessant hadden gevonden, de sensatie van die ontdekking, de mogelijkheid van een ander bestaan, de idee van een nieuwe, laatste wending in zijn leven, dat net als dat van iedereen eenmalig is – tenminste, daar moet hij maar van uitgaan. De vernieuwde energie die hij gulzig tot zich had genomen. Maar nu, elke nacht opnieuw, zweet hij het uit, alsof hij zijn lijf vergiftigd heeft.
Rond zes uur 's ochtends, wanneer het rozige licht zich opnieuw meldt, staat hij op. Hij heeft zin om te zwemmen. Zijn lijf te voelen. Zin om zich te wassen en alles te vergeten wat er is gebeurd.
Wat ga je doen, kreunt zijn vrouw.
Zwemmen.
Ze glimlacht en draait zich om.

[...]

 

Copyright © 2019 Ivo Victoria

pro-mbooks1 : athenaeum