Leesfragment: De Revisor. Een hommage aan Dirk Ayelt Kooiman

19 november 2019 , door Merijn de Boer
| | | | |

Vandaag in de winkel: DRevisor. Een hommage aan Dirk Ayelt Kooiman. Wij publiceren Merijn de Boers stuk 'Het beste boek van de eeuw'!

Dirk Ayelt Kooiman richtte in 1974 samen met vertaler Thomas Graftdijk het literaire tijdschrift De Revisor op. Met debutanten als Doeschka Meijsing, Frans Kellendonk, A.F.Th. van der Heijden, P.F. Thomése en Nicolaas Matsier, de zogenaamde Revisor-groep, zetten zij zich af tegen de toenmalige realistische, anekdotische literatuur. Kooiman zou twee decennia de hoofdredactie voeren.

Nu, 45 jaar later, bestaat De Revisor nog steeds en is het nog steeds een van de toonaangevende literaire tijdschriften. De Harmonie en de huidige redactie van De Revisor slaan de handen ineen om dit feestelijke feit te vieren en de oprichter te eren. Een keur aan schrijvers op enigerlei wijze verbonden aan De Revisor tussen 1975 en nu, oudgedienden en jonge garde, is gevraagd zich te laten inspireren door het werk van Kooiman (of het thema het onvoltooide).

In de literaire nalatenschap van Kooiman werd een schat aan (beeld)materiaal aangetroffen, waaruit een ruime selectie zal worden gemaakt voor dit speciale nummer.

Met bijdragen van onder anderen: Nicolaas Matsier, Hedda Martens, P.F. Thomése, Jacob Groot, A.F.Th. van der Heijden, Ian McEwan, Jeroen Henneman, Pieter Holstein, Glen Baxter, Merijn de Boer, Fabienne Rachmadiev, Roos van Rijswijk en Laura Broekhuysen.

N.B. We publiceren heel regelmatig voor uit Revisor op Athenaeum.nl. Bekijk het overzicht en lees bijdragen van Dominique De Groen, Mirjam van Hengel, Sanneke van Hassel, Marja Pruis, Bert Natter, Lisa Weeda, Marente de Moor, Leen de Graeve, Maartje Wortel, Cat Calcoen, Jan van Mersbergen, Thomas Möhlmann en Bart Koubaa.

 

Het beste boek van de eeuw

In 2001, op mijn achttiende, verbleef ik samen met een vriend en zijn ouders een paar dagen in een vakantiehuis in Italië. Het huisje werd verhuurd door Nederlanders. In hun boekenkast stond Montyn.
Op een dag pakte ik het lichtblauwe boek met de markante belettering en die opvallende titel uit de kast. Ik heb het nooit teruggezet.
Na een week zeiden we de ouders van mijn vriend gedag om nog een tijdje met z'n tweeën door Italië te reizen. De eerstvolgende bestemming was Siena. In de schemering stapten we uit op het station, zonder een vastomlijnd plan. We beklommen de heuvel en liepen naar het schelpvormige plein. Daar gingen we zitten met een fles wijn, tot het tijd werd om een slaapplek te zoeken. Om geld te besparen kozen we voor een donker en verlaten parkje aan de rand van de stad. We rolden onze slaapzakken uit en gingen in het gras liggen. Midden in de nacht werden we op nogal onplezierige wijze gewekt: uit de grond waren watersproeiers gekropen.
We versleepten onze drijfnatte tassen, slaapzakken en lijven naar de trap van een nabijgelegen kerk. Hoewel we Gods beschermende macht niet onderschatten, hielden we rekening met Italiaanse dieven. Daarom bedachten we een voor de nachtrust heel ongunstig slaap-waakritme: om en om mochten we een uur slapen, terwijl de ander met een mes binnen handbereik de wacht hield. Op die kerktrap lazen we afwisselend een uur in Montyn, een boek dat aansloot bij onze avontuurlijke verwachtingen van het leven. Ondertussen kwam de zon langzaam op en zette Siena in een zachtgeel, haast oranje licht.
Sommige boeken worden vooral dierbaar door de plek waar je ze hebt gelezen.
Na de zomer ging ik Nederlands studeren in Amsterdam. Nog in de ban van Montyn liep ik naar Kok om Een romance te kopen. Thuis wilde ik de paperback al openslaan, toen ik bedacht dat ik in de bundel Pek en zwavel van Gerrit Komrij een stuk over dit boek had zien staan. Ik pakte de bundel erbij, las Komrijs vernietigende artikel en keek nog eens naar mijn net aangeschafte exemplaar van Een romance. Het was alsof je met goede zin wil beginnen aan een roman van Tommy Wieringa maar eerst nog even de recensie van Arie Storm opzoekt. Ik kon onmogelijk nog onbevangen Een romance lezen en ik strandde op de tweede pagina.
Toen in oktober vorig jaar Kooiman overleed, las ik in een necrologie dat Komrij het boek bij verschijnen 'de beste roman van de eeuw' had genoemd. Had ik het zeventien jaar geleden dan helemaal verkeerd begrepen? Vond Komrij Een romance wél goed? Een goede reden om essay en boek op te snorren en te zien of ik nu wel voorbij de tweede pagina kwam.
Door een speling van het alfabet staan de twee titels sinds die Italiëvakantie naast elkaar in de kast. Komrij en Kooiman zijn bij mij thuis (maar waarschijnlijk in nog veel meer huizen) tot elkaar veroordeeld.
Ik was al in de inhoudsopgave van Pek en zwavel beland, toen ik bedacht dat ik natuurlijk niet nog eens dezelfde fout moest maken. Ik kon beter ditmaal eerst het boek lezen en daarna pas het essay.
Door de voorgeschiedenis was ik er niet op berekend dat ik Een romance zo goed zou gaan vinden. En eerlijk gezegd ben ik er nog steeds een beetje verbaasd over. Als ik het boek navertel, blijft er namelijk een nogal duf verhaal over: de hoofdpersoon, een beetje een zeurpiet die doet denken aan Max de Jong, wordt uitgenodigd voor een feestje van zijn oude studievriend. Deze Bomdal had vroeger veel bravoure, waar de hoofdpersoon zich aan optrok en waardoor hij zich beter en sterker ging voelen. Ze hebben elkaar jarenlang niet meer gezien. Bomdal is een in burgerlijk opzicht geslaagd bestaan in de provincie begonnen, terwijl het leven van de hoofdpersoon alleen nog maar gekelderd is: geen baan, geen vrouw, geen geld, geen zelfvertrouwen. De reden voor de verwijdering destijds tussen de twee was een ménage à quatre, waarbij Bomdal het met zijn eigen zus en de hoofdpersoon het met Bomdals verloofde had gedaan. Tijdens het feest denkt de ik-figuur voortdurend terug aan die bewuste middag in een schaapskooi op de hei.
In het begin van Een romance is deze verhaalontwikkeling nog ver weg. De eerste pagina's deden me denken aan het advies dat Harry Mulisch ooit gaf aan Jeroen Brouwers (niet bepaald een Kooiman-bewonderaar trouwens). Brouwers was nog maar net begonnen met schrijven en had last van koudwatervrees: hij durfde niet aan een roman te beginnen. Mulisch zei: ga gewoon zitten, pak je pen en begin als volgt: 'Ik stond laatst voor het raam…'
Precies zo begint Een romance: met de beschrijving van het uitzicht vanuit een raam. Kooiman schrijft buitengewoon gedetailleerd en zintuiglijk. Pagina's lang gebeurt er niets maar de ene mooie zin volgt op de andere. Dan rekt de hoofdpersoon zijn geloofwaardigheid op door te vertellen over een zwarte vogel die zich in de aarde boort. Het bijzondere is dat dit een heel spannende scène wordt. Kooiman doet alsof de aarde doodsbang toekijkt, 'verlamd van ontzetting door de aanblik van de monsterlijke snavel waaraan zij onontkoombaar gespietst ging worden'.
Deze scène is exemplarisch voor de hele roman: er gebeurt in wezen niets maar de hoofdpersoon verbeeldt zich van alles, waardoor het toch spannend en meeslepend is om te lezen. Soms schrijft Kooiman gejaagd, met veel beletsel- en uitroeptekens. In andere passages ligt het tempo juist laag en gaat het eigenlijk alleen maar om de beelden, metaforen en treffende woordkeus. Ik heb – met name in de eerste helft van de roman – erg veel zinnen bewonderend onderstreept. En tegelijk dacht ik dus almaar: hoe kan het dat ik dit zo’n meeslepend boek vind? Want er gebéúrt helemaal niets! Er is tot het einde wel de belofte van een imponerende climax, maar eigenlijk snap je al heel snel dat die er helemaal niet zal komen. De ontknoping, of eigenlijk anticlimax, is op een rustige manier overtuigend.
Een romance is de ultieme uitwerking van het idee van de 'academisten', dat het in goede literatuur niet om de realistische anekdote gaat, maar om de kracht van de verbeelding. Alsof Kooiman expres een onaantrekkelijk verhaal verzon om zijn punt duidelijk te maken.
Het werd tijd om Pek en zwavel erbij te pakken. Ik liep naar de open plek in de boekenkast en greep naar het boek ernaast. In 'Ook ik in recensentenland!' maakt Komrij Een romance compleet belachelijk door het op een overdreven manier de hemel in te prijzen. Hij gebruikt loze uitgeverskreten als 'allround schrijver', 'een modern document humain', 'een knap boekje met unieke belevenissen' en 'een geschenkboek van allure'.
Het bizarre is dat deze door en door ironische bespreking, die in Vrij Nederland verscheen, door sommige of zelfs heel veel mensen serieus werd genomen. Ik kwam een artikel in de Leeuwarder Courant tegen, waarin recensent Ab Visser Komrij vriendjespolitiek verweet: 'Zo wil hij geen kwaad woord horen over Een romance van Dirk Ayelt Kooiman, een boek dat hij "het beste van de eeuw" noemt. Hier slaat hij op een serviele manier aan het delireren. Toegegeven, Een romance is een uitstekende roman, maar de eerste twee hoofdstukken zijn bepaald slecht, aanstellerig-surrealistisch en daar rept Komrij met geen woord over.'
Als we Komrij moeten geloven, namen de boekhandelbestellingen toe na zijn bespreking en was er al snel een tweede druk nodig. Al die mensen hebben blijkbaar over de volgende zin heen gelezen: 'Met een voor niets terugdeinzend plastisch vermogen weet hij een verlamde atmosfeer iedere beweging te laten smoren, en daarmee alle verlamden onder zijn ongetwijfeld talrijke lezers hoop voor de toekomst te verschaffen.'

 

© Merijn de Boer 2019

MINDBOOKSATH : athenaeum