Leesfragment: Ik zal de wereld nooit meer zien

01 mei 2019 , door Ahmet Altan
|

Op 1 mei verschijnt Ik zal de wereld nooit meer zien. Aantekeningen uit de gevangenis van Ahmet Altan (vertaald uit het Turks door Hamide Dogan). Lees bij ons alvast een fragment!

Toen op een vroege ochtend in de zomer van 2016 werd aangebeld bij de Turkse journalist en schrijver Ahmet Altan wist hij meteen dat de politie voor de deur stond. Hij en zijn broer Mehmet werden gearresteerd in de nasleep van de mislukte staatsgreep in Turkije. De verdenking: verspreiding van verborgen boodschappen ter aanmoediging van de coupplegers. Begin 2018 werd Altan veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. De rest van zijn leven zal hij drieëntwintig uur per dag doorbrengen in eenzame opsluiting.

In Ik zal de wereld nooit meer zien beschrijft Altan op urgente wijze de politieke situatie in Turkije en zijn leven in de gevangenis. Hij overstijgt daarmee zijn eigen tragedie en schrijft indrukwekkend over universele thema’s als vrijheid en het verloop van de tijd, die in een ander licht komen te staan als je weet dat je voor altijd opgesloten zit. Vanuit zijn cel kan Altan nog maar één ding doen: een verhaal vertellen dat zijn lezers niet meer loslaat. Ik zal de wereld nooit meer zien is een oprecht en belangrijk verhaal voor iedereen die gelooft in de kracht van het woord.

 

Eén zin

Ik werd wakker.

Er werd aan de deur gebeld.

Ik keek meteen naar de digitale klok tegenover me… De cijfers 05:42 knipperden.

‘Het is de politie,’ zei ik.

Net als alle dissidenten in het land ging ik iedere avond naar bed terwijl ik erop bedacht was dat er ’s ochtend aangebeld zou worden.

Ik wist dat ze zouden komen.

Ze waren gekomen.

Ik had zelfs kleding klaargelegd voor de politie-inval en wat daarop zou volgen.

Een wijde, zwartlinnen broek die vanbinnen met een lint werd aangehaald zodat er geen riem nodig was, zwarte enkelsokken, zachte, comfortabele sportschoenen, een t-shirt van fijn katoen en een donker overhemd.

Ik trok mijn ‘inval-kleding’ aan en liep naar de deur.

Ik keek door het kijkgaatje.

Op de overloop stonden politiemannen van de antiterreureenheid in vesten die alleen tijdens invallen gedragen worden en waar op borsthoogte in hoofdletters ‘tem’ stond geschreven. Ze waren met zes man.

Ik deed de deur open.

‘We hebben een bevel voor huiszoeking en arrestatie,’ zeiden ze terwijl ze naar binnen liepen.

Ze lieten de deur open.

Ze zeiden dat ze ook een arrestatiebevel hadden voor mijn broer, Mehmet Altan, die in dezelfde flat woonde, dat een tweede team voor zijn deur stond, maar dat er niet werd opengedaan.

Toen ik vroeg naar welk huisnummer ze waren gegaan, bleek dat ze voor een verkeerde deur stonden.

Ik belde Mehmet.

‘We hebben bezoek,’ zei ik. ‘Doe de deur open.’

Nadat ik had opgehangen reikte een van de agenten naar mijn telefoon. ‘Geef die maar aan mij,’ zei hij en hij nam hem in.

Ze verspreidden zich door de woning en begonnen te zoeken.

De zon kwam op.

De zonnestralen die vanachter de heuvels tevoorschijn kwamen verspreidden paarse, rode en lila golven door de hemel, die leek op een wit rozenblad.

Een vredige septemberochtend ontwaakte, zich niet bewust van het gebeuren in mijn huis.

Terwijl de politiemannen het huis doorzochten, zette ik theewater op.

‘Willen jullie thee?’ vroeg ik.

Ze zeiden dat ze niet hoefden.

De stem van mijn vader nabootsend zei ik: ‘Het is geen omkoperij. Jullie kunnen gerust drinken.’

Exact vijfenveertig jaar geleden, op een ochtend als deze, waren ze ons huis binnengevallen om mijn vader te arresteren.

Mijn vader had ze koffie aangeboden en toen ze het hadden afgewezen had hij lachend gezegd: ‘Het is geen omkoperij. Jullie kunnen gerust drinken.’

Wat ik meemaakte was geen déjà vu.

Het was een herhaling van dezelfde werkelijkheid. Omdat dit land zich te traag door de geschiedenis heen bewoog om de tijd vooruit te laten gaan keert hij terug en vouwt zich dubbel.

Vijfenveertig jaar later was de tijd teruggekeerd naar dezelfde ochtend.

In een vijfenveertig jaar durende ochtend was mijn vader overleden, ik was ouder geworden, maar de dageraad en de inval waren niet veranderd.

Mehmet verscheen in de deuropening met een glimlach die me altijd gerust wist te stellen. Hij werd omringd door politiemannen.

We namen afscheid.

De politiemannen namen Mehmet mee.

Ik schonk thee in voor mezelf. Ik deed muesli in een kom en goot er melk overheen. Ik ging zitten op een gemakkelijke stoel, dronk mijn thee, at van mijn muesli en wachtte tot de politiemannen klaar waren met zoeken.

Het was stil in huis.

Er waren geen andere geluiden dan die van de meubels die de zoekende agenten verschoven.

Ze vulden stevige plastic zakken met de twee decennia oude computers waarvan ik het niet over mijn hart kreeg om ze weg te doen omdat ik er een aantal van mijn romans op had geschreven, de door de jaren heen verzamelde ouderwetse diskettes en de laptop die ik nu gebruikte.

‘Laten we gaan,’ zeiden ze.

Ik pakte de tas waarin ik extra kleding en een paar boeken had gestopt.

We verlieten het gebouw en stapten in de burgerwagen van de politie die voor de deur wachtte.

Ik ging zitten met mijn tas op schoot.

De deuren gingen dicht.

Men zegt dat dode mensen niet weten dat ze dood zijn. Volgens de islamitische overlevering zou de overledene nadat zijn lichaam in een graf is geplaatst, er aarde overheen is gegooid en de mensen uiteen zijn gegaan, op willen staan en terugkeren naar huis. Pas wanneer hij tijdens zijn poging om zich op te richten zijn hoofd stoot tegen het deksel van de kist zou hij beseffen dat hij dood is.

Toen de deuren dichtsloegen, stootte mijn hoofd tegen het deksel van de kist.

Ik kon de deur van die auto niet openen en uitstappen.

Ik kon niet terug naar huis.

Nooit meer zou ik de vrouw van wie ik hou kunnen kussen, mijn kinderen omhelzen, mijn vrienden ontmoeten, door de straten lopen, ik zou geen werkkamer hebben, geen schrijfmachine, geen boekenkast waar ik een boek uit kon pakken, ik zou niet kunnen luisteren naar een vioolconcert, op reis gaan, rondstruinen door boekhandels, brood kopen bij de bakker, ik zou de zee niet kunnen zien, kijken naar een boom, of de geur van bloemen, gras, regen, aarde ruiken, ik zou niet naar de bioscoop kunnen gaan, nooit meer ei met worst kunnen eten, een glas wijn kunnen drinken, ik zou geen vis kunnen bestellen in een restaurant, de zonsopkomst zien, ik zou niemand kunnen bellen, niemand zou mij kunnen bellen, ik zou nooit meer zelf een deur kunnen openen, ik zou nooit meer wakker worden in een kamer met gordijnen.

Zelfs mijn naam zou veranderen.

Ahmet Altan zou gewist worden en vervangen door de naam in het officiële register, Ahmet Hüsrev Altan.

[...]

 

Copyright © 2018 Ahmet Altan
Copyright Nederlandse vertaling © 2019 Hamide Dogan

Delen op

Gerelateerde boeken

MINDBOOKSATH : athenaeum